![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Castro, FidelEncyclopedieartikel
Artikeloverzicht
Castro, Fidel, voluit: Fidel Alejandro Castro Ruz (Mayarí, prov. Oriente, 13 aug. 1927), Cubaans politicus, kwam in 1959 in Cuba aan de macht en vestigde er een socialistisch regime. In februari 2008 werd hij opgevolgd door zijn broer Raúl. Castro studeerde rechten en sociale wetenschappen in Havana. In 1947 nam hij deel aan een mislukte opstand tegen de dictatuur in de naburige Dominicaanse Republiek. Na in Havana als advocaat te hebben gewerkt, waarbij hij zich in het bijzonder inspande voor arme bevolkingsgroepen, dong hij in 1952 naar een zetel in het parlement, in hetzelfde jaar dat generaal Batista door een staatsgreep aan de macht kwam. Op 26 juli 1953 ondernam Castro als aanvoerder van een groep jonge revolutionairen een aanval op de Moncada-kazerne in Santiago de Cuba. Hij werd gevangengenomen en tot vijftien jaar gevangenisstraf veroordeeld. Tijdens het proces hield hij zijn befaamd geworden pleidooi La historía me absolverá (De geschiedenis zal mij vrijspreken), waarin het basisprogramma van zijn beweging was vervat. Na twee jaar kreeg hij amnestie, waarna hij naar Mexico vertrok. Eind december 1956 landde Castro vanuit Mexico samen met 82 revolutionairen op de oostkust van Cuba. Veertien van hen, onder wie Che Guevara, overleefden de landing en begonnen vanuit de bergen van de Sierra Maestra een gewapende opstand tegen het Batista-regime voor te bereiden. Cubaanse revolutionairen sloten zich bij hen aan en in 1958 wonnen de guerrilleros (de zgn. Beweging van 26 juli) een geregelde veldslag tegen de troepen van Batista bij Santa Clara. Toen eind 1958 Santiago viel, trad Batista af en vluchtte. Op 1 januari 1959 was het socialistische Cuba een feit. In februari 1959 werd Castro behalve opperbevelhebber, ook premier, en in 1962 nam hij de leiding op zich van de communistische Verenigde Revolutionaire Partij. Eind 1976 werd Castro gekozen tot voorzitter van de nieuwgevormde Staatsraad. Sindsdien zijn de functies van staatshoofd, regeringsleider, secretaris-generaal van de Communistische Partij en opperbevelhebber van de strijdkrachten in zijn persoon verenigd; het premierschap werd afgeschaft.
Castro, wiens visie ten aanzien van maatschappijhervormingen aanvankelijk gematigd was, radicaliseerde snel. Hij verklaarde zich in 1961 marxist-leninist en hervormde de staat op deze grondslag. Hij werd de inspirator van alle wezenlijke veranderingen die zich in Cuba voltrokken. Daarnaast was hij de ideologische en ‘militaire’ leider van de revolutionairen en guerrillastrijders in Latijns-Amerika. Zijn ideeën omtrent de ‘export van de revolutie’ gaf hij in de jaren zeventig vorm door zijn materiële (vooral militaire) en ideologische steun aan bevrijdingsbewegingen en regeringen in Zuidelijk Afrika (Angola, Mozambique). Castro is een charismatisch leider. Zijn populariteit is mede te danken aan zijn grote welsprekendheid. Samen met Che Guevara was Castro in zijn streven, vooral aanvankelijk, bezield door de gedachte dat de Cubaanse maatschappij een ‘nieuwe mens’ zou scheppen. Gaandeweg is echter de kritiek op zijn autocratisch leiderschap gegroeid. Velen stellen hem persoonlijk verantwoordelijk voor het gebrek aan democratie en burgerlijke vrijheden op Cuba. In oktober 1997 ontzenuwde Castro geruchten over zijn zwakke gezondheid met een zeven uur durende toespraak tijdens het congres van de Cubaanse Communistische Partij. In januari 1998 bracht paus Johannes Paulus II een bezoek aan Cuba. Als een uitzonderlijk gebaar van Castro aan de paus werd in 1997 Kerstmis, sinds de revolutie een gewone werkdag, weer gevierd als officiële feestdag. Nog meer ‘internationale’ erkenning viel Castro ten deel toen hem in augustus 1998 de Muammar Kaddafiprijs voor de rechten van de mens werd toegekend wegens zijn ‘niet aflatende strijd tegen het imperialisme’. Op 1 januari 1999 werd het veertigjarige jubileum van de socialistische machtsovername gevierd. Na een zware darmoperatie droeg Castro op 31 juli 2006 zijn bevoegdheden tijdelijk over aan zijn jongere broer, vicepresident Raúl Castro. In februari 2008 trad hij definitief terug als leider van Cuba, en werd Raúl Castro tot zijn opvolger gekozen. WERK: Revolución-solidaridad (1967; Ned. vert.: Over revolutie, 1968); Balans van de Cubaanse revolutie (1976; Ned. vert.). UITG: Selected works; 1. Revolutionary struggle 1947–1958, d. R.E. Bonachea en N.P. Valdes (1974); Nothing can stop the course of history (1986).
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
||||||||||||||||
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |