Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Artikeloverzicht
Zeus, de oppergod, vader van goden en mensen, heerser over het heelal. De Indo-Europese origine van zijn naam wijst erop dat de god door Indo-Europese immigranten uit het noorden is geïntroduceerd in Hellas, waar zijn dienst zich vermengde met de verering van inheemse godheden of deze verdrong, bijv. te Dodona. De met allerlei sprookjesmotieven versierde mythe van Zeus’ geboorte en zijn kindertijd op Kreta (zie Amalthea, waar men ook zijn graf aanwees, wijst op een samensmelting van een Voorgriekse vegetatiegod met Zeus.
De betekenis van zijn naam (Indo-Europees Djev = stralende, verwant met Lat. dies = dag) duidt op een verwantschap met de verering van het heldere uitspansel; Zeus’ meest wezenlijke functie is die van hemelgod. De natuur en al haar verschijnselen waren aan hem onderworpen. Hij slingerde de bliksems, verzamelde de wolken en dreef ze uiteen; regen en sneeuwval werden door hem veroorzaakt. Daarom golden allerlei hoge bergen als zijn verblijf: de Ida op Kreta, de Lycaeus in Arcadië, maar m.n. de Olympus in Thessalië. De adelaar, oorspronkelijk symbool van de bliksem, was zijn heilige vogel, de eik zijn heilige boom; zijn schild was de aegis. Door bliksems, donderslagen, regenboog en de vlucht van vogels gaf Zeus voortekenen aan de mens.
Al vroeg, wellicht reeds in de Myceense tijd, werd hij de centrale figuur van het Griekse Pantheon en stelde hij de overige goden op de achtergrond. Naar het voorbeeld van hoofden van aanzienlijke geslachten op aarde stelde men Zeus voor als het hoofd van de godenfamilie, wier leden bij hem op de Olympus hun verblijf hadden en hem gehoorzaamden. Zo werd Zeus niet slechts de bevestiger van de harmonie in de natuur, maar vooral ook van de maatschappelijke orde. Koningen en vorsten ontleenden hun macht aan Zeus en waren aan hem verantwoording schuldig. Hij was de raadgevende god, de beschermer van de volksvergadering en handhaver van de eed. Ook het gezin stond onder zijn hoede: als Zeus Herkeios (= Beschermer van de hof) had hij een altaar op de binnenplaats van de woning. Vooral gasten en vreemdelingen stonden onder zijn bescherming.
De Griekse mythologie noemt Zeus de zoon van Cronus en Rhea. Toen Cronus zijn eigen kroost verslond, werd Zeus door zijn moeder op Kreta verborgen en daar door nimfen opgevoed. Later versloeg hij de Titanen, stootte zijn vader van de troon en onderdrukte de opstand van de Giganten. Zijn relaties met godinnen waren vele (zie Demeter, Dione, Maia, Leto, Themis), doch Hera, zijn zuster, was zijn eerste en voornaamste gemalin. Even talrijk waren zijn verbintenissen met sterfelijke vrouwen (zie Alcmene, Danaë, Europa [mythologie], Leda, Semele). De Griekse fantasie stelde de meeste heroën voor als zoons van Zeus, en allerlei aanzienlijke geslachten poogden hun goddelijke afkomst te bewijzen door een mythische verbintenis van hun stammoeder met de oppergod te postuleren. Naast het aloude Dodona was later Olympia de belangrijkste plaats van Zeus-verering. De Olympische Spelen vierde men ter ere van Zeus en ook de Nemeïsche Spelen waren aan hem gewijd. Bij de Romeinen nam Jupiter geheel de plaats in van de Griekse Zeus. In de beeldende kunst wordt Zeus veelal voorgesteld als een waardig en vorstelijk man met weelderige baard en haardos. In oudere voorstellingen draagt hij een krans van eikenbladeren, later een lauwerkrans. Tot zijn attributen behoren, al naar gelang de functie waarin hij wordt uitgebeeld, een scepter, een offerschaal, een adelaar of een kleine Nikè, een bliksemschicht en een wereldbol. Het beroemdste beeld van Zeus was in de oudheid het zittende beeld uit goud en ivoor (beschouwd als een van de zeven wereldwonderen, bekend van enkele munten en door een beschrijving van Pausanias; verloren gegaan) dat Phidias maakte voor zijn tempel te Olympia.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
|||||||||||||||||||||||
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |