![]() Zie ook:
Feiten en cijfers
Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar Congo [Kinshasa] |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Pagina 4 van 7
Congo [Kinshasa]Encyclopedieartikel
Artikeloverzicht
Introductie; 1. Landschap, klimaat en natuur; 2. Bevolking; 3. Bestuur en samenleving; 4. Economie; 5. Geschiedenis; 6. De 21ste eeuw
De mijnbouw is de belangrijkste economische sector, die ca. 80% van de exportopbrengst voor zijn rekening neemt. De mijnbouw is geconcentreerd in het zuidoosten, in de provincies Katanga, Kasai en Kivu. Door de onstabiele politieke situatie in Angola is het transport naar zee via dit land sterk teruggelopen. De meeste export gaat via Zambia en Zimbabwe. De belangrijkste mijnbouwmaatschappijen zijn: Gécamines (Générale des Carrières et Mines du Zaïre) en de Société de Développement Industriel et Minier de Zaïre (SODIMIZA), beide staatsmijnbouwmaatschappijen. Kobalt en koper zijn de belangrijkste ertsen. Kobalt wordt gevonden in de koperertslagen. Congo bezit 50% van de bekende kobaltreserves van de wereld en is 's werelds grootste producent. De belangrijkste delfplaatsen van kobalt zijn de Kamoto en de Kambovemijn. Koper wordt gevonden in de zgn. ‘Copperbelt’, een ca. 300 km lange strook die zich uitstrekt vanuit Zambia via Lubumbashi in noordwestelijke richting. Hier bevindt zich ongeveer een zesde van de wereldvoorraad koper. Er zijn productieproblemen door een tekort aan onderdelen, nieuwe apparatuur en technisch personeel. Dagbouw komt veel voor. De exploitatie is in handen van de staatsonderneming Gécamines. Andere mijnbouwproducten zijn zink, diamant en tin. Zink wordt aangetroffen in de koperlagen. Overige bijproducten van de kopermijnen, zoals zilver, cadmium en germanium, zijn van minder belang. Congo is na Australië de grootste producent van industriediamant. De diamantvelden liggen in Oost-Kasai. Tin komt vnl. voor in de vorm van cassiteriet. Bijproducten van de tinmijnen zijn o.m. wolfraam, niobium, tantalium en beryllium. Door de groeiende vraag op de wereldmarkt is de delving van het erts coltan, veelgebruikt in micro-elektronica, belangrijker geworden. In Katanga wordt tevens mangaan, goud (ook in het noordoosten) en een mindere kwaliteit steenkool (in de Lukuga- en Luenabekkens) gewonnen. In 1975 is in de omgeving van Moanda, aan de kust, begonnen met de winning van aardolie. Congo exporteert de aardolie, omdat de eigen raffinaderijen niet in staat zijn de aardolie te verwerken. Aan het eind van de jaren tachtig daalde de productie echter doordat de oliebronnen uitdroogden.
De industriële activiteiten bestaan uit de verwerking van mijnbouwgrondstoffen, agrarische grondstoffen en ingevoerde halffabrikaten. De industrie is geconcentreerd in het zuidoosten van het land. Kleinere industriegebieden zijn er bij Kinshasa, Matadi en Kisangani. De ertsverwerkende industrie is het belangrijkst. Deze sector heeft echter ernstig te lijden gehad van de interne en externe politieke en economische ontwikkelingen. Producten van de metaalindustrie zijn o.m. staven, kabels, buizen, gereedschappen, huishoudelijke artikelen, meubelen en vervoermiddelen. Er zijn assemblagebedrijven voor o.a. radio's, televisies en vervoermiddelen. De chemische industrie is van toenemende betekenis. Producten zijn o.m. zwavelzuur, explosieven, zeep, plastic, verf, cosmetica, farmaceutica en insecticiden. De voedingsmiddelenindustrie produceert tarwe- en maïsmeel, plantaardige olie en margarine, cacao, koffie, suiker en dranken. De textielindustrie verwerkt vooral katoen, maar maakt ook synthetische vezels. Verder worden bouwmaterialen geproduceerd en leer en hout bewerkt.
Waterkracht is verreweg de belangrijkste bron voor de opwekking van elektriciteit; de Congorivier bezit naar schatting 13% van het wereldpotentieel. Tot nu toe werd slechts een klein deel benut. De belangrijkste centrales bevinden zich in de provincie Shaba en bij Kinshasa. Om te kunnen voldoen aan de stijgende vraag van Kinshasa en omgeving werkt men reeds geruime tijd aan de bouw van een grote stuwdam in de benedenloop van de Congorivier, het Ingaproject. Deze dam is van groot belang voor de industriële ontwikkeling. De grote buitenlandse schuld is er de oorzaak van dat het project in 1997 nog steeds op voltooiing wacht.
Vanwege zijn rijkdom aan grondstoffen heeft Congo een structureel overschot op de handelsbalans. De export bestaat vooral uit mijnbouwproducten. De uitvoer van agrarische producten neemt in betekenis af. Voornaamste afnemers zijn België, Zuid-Afrika, Verenigde Staten, Duitsland en Italië. Ingevoerd worden chemische producten, ruwe grondstoffen, bouwmaterialen, transportmiddelen, voedsel, aardolie, machines en machineonderdelen. De belangrijkste leveranciers zijn België, Zuid-Afrika, Hongkong en Nigeria.
In 1977 werd voor het eerst een economisch meerjarenplan gelanceerd, het zgn. Mobutuplan. Dit plan is echter nooit gerealiseerd. Meer geld en moeite werden besteed aan het vijfjarenplan dat tussen 1985 en 1990 verwezenlijkt had moeten worden. Doel van dit plan was het verhogen van de economische groei en de vernieuwing van infrastructuur en industrie. Verslechterende economische omstandigheden hielden de realisering van dit plan tegen. December 1997 besloten de donorlanden in Brussel tot de vorming van een trustfonds onder beheer van de Wereldbank. De nieuwe machthebber Kabila besloot tot erkenning van de buitenlandse schuld en verzocht om een spoedige regeling van de schulden.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |