![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Pagina 3 van 4
Tweede WereldoorlogEncyclopedieartikel
Artikeloverzicht
Na de Duitse debacle bij Stalingrad zwermden de Sovjet-Russen met groot elan onder Zjoekovs leiding uit over het Donbekken; Charkov werd bevrijd, maar ging weer verloren. In juli 1943 werd een Duits zomeroffensief bij Koersk beantwoord door een grootscheepse tegenactie, die het Rode Leger binnen vier maanden tot diep in Wit-Rusland en de Oekraïne bracht. Voorjaar 1944 werd Leningrad na jarenlang beleg definitief ontzet, werd de Krim heroverd en de Roemeense grens bereikt, aan de Baltische kust Estland. In de zomer van 1944 overschreden de Sovjetrussen de grenzen van Oost-Pruisen. Zij bereikten in Polen de Weichsel, maar boden de opstandelingen in de hoofdstad onder generaal Bor geen hulp. Zij dwongen de Finnen, Roemenen en Bulgaren tot capitulatie en rukten Tsjechoslowakije, Hongarije en Joegoslavië binnen. Dit laatste land was echter reeds grotendeels van de bezetter bevrijd door de partizanen onder leiding van Tito, wat van invloed zou blijken bij de latere verhouding tot de Sovjet-Unie.
Op 6 juni ( ‘D-day’) 1944 landden de Geallieerden onder leiding van Eisenhower in Normandië, met een overmacht aan schepen, vliegtuigen en manschappen. De Atlantikwall werd geforceerd. Montgomery bond bij Caen de Duitse hoofdmacht en pantserreserve, zodat de Amerikanen eind juli bij Avranches een doorbraak konden forceren. Terwijl de rond Falaise omsingelde Duitse troepen onschadelijk werden gemaakt, werd de opmars naar Parijs ingezet, waar De Gaulle op 24 augustus 1944 zijn intocht kon houden. Britten en Canadezen, door Polen bijgestaan, trokken op langs de Kanaalkust en bevrijdden België (Brussel 3 september, Antwerpen 4 september). Amerikanen trokken op 12 september bij Eijsden Nederland binnen. Een tweede, minder spectaculaire invasie had plaats aan de Riviera (15 augustus) en Zuid- en Oost-Frankrijk raakten – zonder veel moeite – in geallieerde handen.
Door de mislukte luchtlandingen bij Arnhem (17–26 september 1944) konden de Geallieerden hun plan door één grote slag over de grote rivieren te komen, niet realiseren. Wel werden hierbij de zuidelijke provincies van Nederland bevrijd – veelal, zoals in Zeeland en in Noord-Limburg, pas na bloedige strijd en verwoesting. De Duitsers streden ook aan hun eigen grenzen met groot fanatisme door. Op 16 december 1944 lanceerden zij zelfs in de Ardennen nog een tegenoffensief. In februari 1945 werd echter het Rijnland veroverd, in maart trokken de Amerikanen bij Remagen, de Engelsen bij Wesel de Rijn over. Amerikanen en Sovjet-Russen ontmoetten elkaar reeds eind april bij Torgau aan de Elbe.
Begin mei 1945 viel Berlijn in Sovjet-Russische handen. Hitler pleegde zelfmoord (30 april) en op 4 mei capituleerden de Duitsers in Noordwest-Duitsland, Nederland, Denemarken en Sleeswijk-Holstein; op 7 mei werd de onvoorwaardelijke capitulatie van alle Duitse troepen ondertekend in Eisenhowers hoofdkwartier te Reims. De voorwaarden werden effectief op 9 mei 1945.
Japan was sedert juli 1937 in een informele oorlog met China verwikkeld en in het bezit van de Chinese kuststrook. Op 27 september 1940 sloot Japan met Duitsland en Italië het Driemogendhedenpact. Japan profiteerde van de machteloosheid van de Vichy-regering en bezette in 1941 het Franse Indo-China. Tegelijkertijd werden in Washington en in Batavia onderhandelingen gevoerd, als een soort rookgordijn. Tot op dat moment waren de Verenigde Staten officieel neutraal. Dat veranderde, toen Japan op 7 december 1941 vanaf vliegdekschepen een verrassingsaanval uitvoerde op Pearl Harbor, Amerika's marinebasis in Hawaii. Japan wilde zich - gedreven door economische nood en door denkbeelden over het Japanse leiderschap in een 'Groot-Aziatische welvaartssfeer' - meester maken van de rijke olie- en rijstgebieden in Zuid-Oost-Azië, met name in Nederlands Oost-Indië. Daartoe wilde het eerst de Verenigde Staten uitschakelen, de enige macht met een militair apparaat dat het Japanse opdringen nog zou kunnen stuiten. Meteen na de aanval op Pearl Harbor verklaarden de Verenigde Staten de oorlog aan Japan. Duitsland en Italië verklaarden de oorlog aan de Verenigde Staten. Hiermee was de oorlog echt een wereldoorlog geworden. Er waren vanaf dat moment twee duidelijke kampen: de Driehoek (Duitsland, Italië en Japan) en de Geallieerden, een monsterverbond van de Sovjet-Unie met de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, en bondgenoten. Birma, Malakka met de basis Singapore, de Filippijnen en Nederlands-Indië werden (behalve het tot april/mei 1942 verdedigde Bataan en het eiland Corregidor) zonder moeite door Japan bezet, nadat de Britse vloot bij Malakka was vernietigd. Een geallieerd eskader onder Nederlands bevel werd in de Slag in de Javazee eveneens uitgeschakeld. In heel Zuidoost-Azië (Birma, Thailand, de Filippijnen, Brits Malakka en Nederlands-Indië) plantten de Japanners de vlag met de rijzende zon. Blanken werden geïnterneerd in berucht geworden Jappenkampen (zowel voor krijgsgevangenen als voor burgers), waar velen omkwamen. In zijn propaganda stelde Japan de verovering voor als een bevrijding uit het koloniale juk. In wezen kreeg de bevolking van Zuid-Oost-Azië het zwaarder dan onder het westerse imperialisme. Velen moesten dwangarbeid verrichten. De Japanse bezetting heeft evenwel gediend als de doodgraver van de westerse hegemonie in Azië. Met bijzondere veerkracht wisten de Amerikanen echter in de Slag in de Koraalzee (7–8 mei 1942), de Zeeslag bij Midway (3–6 juni 1942) en door de landing op Guadalcanal (zomer 1942) het offensief van Japan te breken. Landingen volgden op Nieuw-Guinea (5 augustus 1942) en New Britain (15 december 1943). De Amerikaanse marine drong steeds dieper door in de linies van de Japanners, die in de grote zeeslagen in de Filippijnse Zee en in de Golf van Leyte (1944) werden overwonnen. Via een reeks amfibische landingen (island hopping) op de Gilbert- en de Marshalleilanden, de Carolinen en de Marianen en ten slotte op de Filippijnen bereikten de Amerikanen Iwo Jima en Okinawa (21 juni 1945). Intussen werd door de vloot en van de veroverde bases een krachtig luchtoffensief tegen Japan gelanceerd. Ook uit Birma werden de Japanners na een wisselende strijd verjaagd. De Birma-weg kwam weer vrij en zo kon ook China (Tjiang K’ai-sjek) zijn verdediging versterken.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |