![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Tweede WereldoorlogEncyclopedieartikel
Artikeloverzicht
Tweede Wereldoorlog, de van 1939 tot 1945 gevoerde strijd tussen de As-mogendheden (Duitsland, Italië en – vanaf december 1941 – Japan) en hun bondgenoten enerzijds en de Geallieerden (Groot-Brittannië, Frankrijk, de Sovjet-Unie [vanaf juni 1941] en de Verenigde Staten [vanaf december 1941]) en hun bondgenoten anderzijds. Uiteindelijk raakten meer dan vijftig landen betrokken bij het wereldconflict. De Tweede Wereldoorlog was enerzijds een inter-Europese machtsstrijd, anderzijds een Aziatische veroverings- en ontvoogdingsoorlog. Ook in een ander opzicht vertoont de Tweede Wereldoorlog een dubbel aspect, nl. dat van strijd tussen nationale eenheden en van een internationale burgeroorlog; in deze laatste zin zette de Tweede Wereldoorlog de Spaanse Burgeroorlog op groter schaal voort. Een ontwikkeling die in de Eerste Wereldoorlog duidelijk zichtbaar werd, nl. machtsverlies van Europa ten opzichte van de andere werelddelen en ontvoogding van de koloniale volken, werd door de Tweede Wereldoorlog versneld.
De voorgeschiedenis van de Tweede Wereldoorlog wordt gevormd door het opdringen van Duitsland, Italië en Japan (zie voor het samengaan van deze drie landen, de vorming van de ‘as’: As Berlijn-Rome en Driemogendhedenpact). De oorzaken die tot de Eerste Wereldoorlog hadden geleid, waren door deze oorlog niet weggenomen. Sterker nog, de harde bepalingen ten nadele van Duitsland, vastgelegd in het Verdrag van Versailles, hielden ruime stof voor nieuwe conflicten in, terwijl Japan en Italië zich als medeoverwinnaars te kort gedaan voelden. Vrede en democratie raakten in de jaren twintig en dertig meer dan ooit bedreigd, toen in deze landen fascistische en nationaal-socialistische regimes aan de macht kwamen. In Duitsland kon het nazi-bewind van Hitler aan de macht komen als rechtstreeks gevolg van de economische wereldcrisis (vanaf 1929), die ook elders totalitaire tendensen bevorderde en de democratie verzwakte. Het verweer van de westerse democratieën tegen de imperialistische aspiraties van vooral Duitsland en Japan miste kracht en doeltreffendheid door onderling wantrouwen (vooral tussen Frankrijk en Groot-Brittannië) en het isolationisme van de Verenigde Staten. Hierdoor was ook de Volkenbond tot machteloosheid gedoemd. De Sovjet-Unie onder Stalin vreesde Duitsland meer dan welk land ook, maar werd door de westerse democratieën niet als een acceptabele partner beschouwd bij pogingen Hitler in te tomen. De voorgeschiedenis van de Tweede Wereldoorlog begint in 1931 met de bezetting van de Chinese provincie Mantsjoerije door Japan, zonder dat dit land op ernstig internationaal verzet tegen deze agressieve daad stuitte. In 1935 legde Hitler openlijk de bepalingen van het Verdrag van Versailles naast zich neer en ging tot grootscheepse bewapening over. Hij remilitariseerde in het volgende jaar het Rijnland. In 1938 volgde de bezetting van Oostenrijk (de Anschluss) en het Sudetengebied (zie Sudetenduitsers), een deel van Tsjechoslowakije, in welk laatste geval Hitler gebruik maakte van de verregaand toegevende houding van Groot-Brittannië en Frankrijk (zie Conferentie van München). Begin 1939 werd geheel Tsjechoslowakije bezet. Italië had in 1936 al bezit genomen van Abessinië (het huidige Ethiopië) en lijfde nu Albanië in. Na de sluiting van het Duits-Sovjet-Russisch niet-aanvalsverdrag of het Molotov-von Ribbentrop-pact (23 augustus 1939) was Hitlers pad voor een inval in Polen geëffend.
Het karakter van de Tweede Wereldoorlog was geheel verschillend van dat van de Eerste Wereldoorlog. Van militair of diplomatiek fatsoen was weinig sprake; zo ging Duitsland bij voorkeur zonder oorlogsverklaring te werk. Het trachtte door middel van een Blitzkrieg veelal een beslissing te forceren en door terreur ten aanzien van de burgerbevolking zijn doel te bereiken. In feite vormde eenzelfde terreur – zij het zonder succes – een neveneffect bij het door de Britse, later ook Amerikaanse, luchtmacht tegen Duitsland en in 1945 tegen Japan onderhouden strategisch bombardementsoffensief. Het gewelddadig optreden had naast politiek-ideologische en militaire, ook economische motieven, zoals de dwang- of slavenarbeid onder Duits en Japans gezag. De oorlogvoering zelf had een grondige wijziging ondergaan. De legers waren in zeer sterke mate gemechaniseerd; hoewel daardoor de rol van de infanterie nauwelijks minder belangrijk werd, werkte dit element toch mee aan een beweeglijker karakter van de strijd. Hoewel de strijd met gifgas werd vermeden, stelde toch de hoge vlucht van de techniek de mogendheden in staat zich van verschrikkelijke wapens te bedienen, wat zijn climax bereikte in het werpen door de Amerikanen van twee atoombommen op Japan. Daarvóór hadden wapens als de fosforbom en de V-wapens reeds hun tol, vooral onder de burgerbevolking, geëist. De burgerbevolking was veel meer rechtstreeks bij de oorlog betrokken dan in 1914–1918, niet alleen door de bombardementen, maar ook door het feit dat talloze vrouwen, jongens en meisjes de opengevallen plaatsen van de mannen innamen en in sommige landen zelfs een actief aandeel aan de oorlogvoering zelf hadden. Het openlijk of ondergronds verzet is een essentieel kenmerk van de Tweede Wereldoorlog, evenals het uitroeien van bevolkingsgroepen (joden, zigeuners, bevolking Slavische landen).
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |