![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Pagina 6 van 10
Eerste WereldoorlogEncyclopedieartikel
Artikeloverzicht
Introductie; 1. Voorgeschiedenis, aanleiding en oorzaken; 2. Begin van de Eerste Wereldoorlog; 3. Verloop van de oorlog; 4. Manier van oorlogvoeren; 5. Pers en propanda; 5. De gevolgen van de Eerste Wereldoorlog
Door een uiterste krachtsinspanning van de Geallieerden, nu daadwerkelijk gesteund door Amerikaanse divisies, en door een beter gebruik van tanks, kon maarschalk Ferdinand Foch in juli 1918 een tegenoffensief inzetten aan de Marne, dat uitgebreid werd in de volgende twee maanden aan de IJzer en bij Saint-Mihiel en dat het moreel van de Duitse troepen brak (8 augustus 1918, de ‘Zwarte Dag’ voor de Duitse legerleiding), omdat het ook het thuisfront beïnvloedde. Ondanks de wapenstilstand die Roemenië in mei vroeg, volgde een geallieerd offensief in Bulgarije, Macedonië en Italië, dat succes opleverde. Op 29 september 1918 vroeg Bulgarije een wapenbestand, op 30 oktober deed Turkije hetzelfde, op 3 november legde Oostenrijk-Hongarije de wapens neer.
Om te voorkomen dat het leger de schuld van een nederlaag zou krijgen, benoemde de Duitse keizer Wilhelm II op advies van de legerleiding een burgerregering, die steunde op liberalen en socialisten. In Duitsland brak de Novemberrevolutie uit. Verder vechten leek nu zinloos. De Duitse keizer vluchtte naar Nederland en in Berlijn werd de republiek uitgeroepen, de Weimar-Republiek. Vertegenwoordigers van de burgerregering kwamen op 11 november 1918 in het bos van Compiègne een wapenstilstand overeen met de Geallieerden. Voor de legerleiding voelde dit snelle capituleren als een dolkstoot in de rug. Deze 'dolkstootlegende' legde een zware hypotheek op de prille democratie van de Republiek van Weimar.
De Eerste Wereldoorlog geldt als de eerste oorlog waarin soldaten op een industriële schaal werden gedood. Dat was een gevolg van het feit dat er een aantal moderne wapens werd gehanteerd, maar dat de generaals nog grotendeels vasthielden aan oude, negentiende-eeuwse tactieken. De verwoestende uitwerking hiervan blijkt het duidelijkst uit het beeld van soldaten die van hun commandant het bevel krijgen een doorbraak te forceren door hun loopgraaf uit te klimmen en dwars door het niemandsland richting de vijand op te rukken, en die dan vervolgens, zodra zij buiten hun loopgraaf zijn, genadeloos worden neergemaaid door het vijandelijke mitrailleurvuur. Dit gebeurt niet één keer maar vele keren.
De mitrailleur was een nieuw wapen in de Eerste Wereldoorlog, net als granaten, en gifgas (strijdgassen), voor het eerst gebruikt door de Duitsers in de tweede Slag bij Ieper (april-mei 1915). De artillerie was verder ontwikkeld en had een groter bereik. Voor het eerst waren de doelwitten niet te zien en werd dus niet gericht geschoten. De nieuwe wapens, met name de mitrailleur, zorgden ervoor dat de verdediger altijd in het voordeel was. Andere nieuwe vindingen, zoals de tank (voor het eerst door de Britten ingezet tijdens de Slag aan de Somme van 1916) en het gevechtsvliegtuig, en ook de geschikte tactieken voor deze wapens, waren nog niet ver genoeg ontwikkeld om de patstelling te doorbreken.
De loopgraven zijn dan ook synoniem geworden voor de Eerste Wereldoorlog. In de zomer van 1914 werd door beide partijen nog gedacht aan een snelle overwinning. Aan het westfront zorgde de mislukking van het Von Schlieffenplan er echter voor dat de oorlog daar al in het najaar van 1914 vastliep. Aan het oostfront was de strijd in mindere mate een stellingenoorlog. In de loopgraven, die steeds verder geperfectioneerd werden, leidden de soldaten doorgaans een saai bestaan, al stonden zij er constant bloot aan het gevaar van bombardementen en aanvallen met gifgas. Ze moesten leren leven met de angst voor sluipschutters, en met ratten. De generaals hielden ondertussen vaak vast aan de vertrouwde tactieken die zij op de militaire academies hadden geleerd. Daarin was nog plaats voor heroïek. Bevelhebbers als de Britse Douglas ‘Butcher’ Haig dachten dat hun soldaten een goede kans zouden maken op de overwinning, als zij maar vastbesloten zouden zijn en voldoende moed toonden. Maar tegen de dodelijke wapens die in de Eerste Wereldoorlog werden gehanteerd, was geen heldenmoed opgewassen. Bij de veldslagen aan het westfront werden dan ook vaak slechts enkele kilometers terreinwinst geboekt, ten koste van honderdduizenden doden. Aanvallen konden wel slagen als de soldaten die de vijandelijke loopgraaf moesten innemen op de juiste manier ondersteund werden door beschietingen van hun artillerie, maar dit gebeurde slechts zelden. Daarbij kwam dat er eigenlijk geen geschikte wapens waren voor aanvallende soldaten. De meeste offensieven mislukten. Pas in 1918, met de Amerikaanse deelname aan de oorlog, kon een doorbraak worden geforceerd nadat veel mannen en materieel beschikbaar waren gekomen.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |