![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Pagina 4 van 10
Eerste WereldoorlogEncyclopedieartikel
Artikeloverzicht
Introductie; 1. Voorgeschiedenis, aanleiding en oorzaken; 2. Begin van de Eerste Wereldoorlog; 3. Verloop van de oorlog; 4. Manier van oorlogvoeren; 5. Pers en propanda; 5. De gevolgen van de Eerste Wereldoorlog
Wat zich in augustus 1914 had aangediend als militaire wandelingen tussen enkele Europese hoofdsteden, bleek aan het einde van 1914 uit te gaan lopen op een van de grootste slachtpartijen uit de westerse geschiedenis. Elk kamp zocht naar nieuwe bondgenoten. De Geallieerden kregen de steun van Japan, Italië (zie irredentisme), Roemenië, Griekenland en ten slotte de Verenigde Staten; de Centralen brachten Turkije en Bulgarije in hun kamp. Aan de kant van de Geallieerde streden ook soldaten uit de rijksdelen en koloniën van Frankrijk en Groot-Brittannië mee. Zo maakten Canadezen, Newfoundlanders, Australiërs, Nieuw-Zeelanders, Indiërs, Zuid-Afrikanen, en Senegalezen kennis met Europa. De militaire operaties breidden zich tot andere gebieden uit en er ontstonden fronten, in onder meer Italië, de Balkan, het Midden-Oosten en Afrika. Hier wisten de Geallieerden de hand te leggen op de Duitse koloniën, zoals Japan dit al met de Duitse concessiegebieden in China had gedaan.
Beide partijen zetten een hele generatie nieuwe wapens in, waaronder de mitrailleur, granaten en gifgas (zie strijdgassen). Bij elke aanval vielen vele duizenden doden en gewonden, zonder dat er veel terreinwinst werd geboekt. De verdediger was altijd in het voordeel; die kon zich op achterliggende loopgraven terugtrekken. Zodra de soldaten van de aanvallende partij uit hun loopgraven klauterden, kwamen zij onder moordend trommelvuur te liggen. Er werden dus verouderde tactieken gebruikt tegen nieuwe wapens. Soldaten waren slechts kanonnenvlees. In de Slag bij Verdun (1916) vielen in acht maanden tijd rond de 700 000 doden, Fransen en Duitsers bij elkaar opgeteld. Het resultaat was een maanlandschap van miljoenen bomkraters. De Engelsen ondervonden bij de Slag aan de Somme (waar zij in 1916 hun nieuwe wapen, de tank, inzetten) en rond de Vlaamse stad Ieper eveneens de moorddadige gevolgen van de gemechaniseerde oorlog.
Het westelijke front werd in de jaren 1915 en 1916 gekenmerkt door een aantal offensieven (Artesië en Loos; Tweede Slag om Ieper in 1915; Slag bij Verdun en Slag aan de Somme in 1916) die tot doel hadden de ‘forcing’ of ‘Big Push’ te realiseren, een beslissende doorbraak die een einde aan de oorlog kon maken. Zeer veel materieel en mensenlevens werden daaraan opgeofferd. De diverse legerleidingen ontbrak het aan realiteitszin en de politici waren niet bij machte iets aan de situatie te veranderen.
Aan het oostfront wisten de Russen begin 1915 nog het initiatief te behouden in de slag om de Karpaten, maar ze werden honderden kilometers teruggeslagen in een groots opgezet offensief (mei 1915), waarbij de Duitse generaal August von Mackensen grote roem oogstte. De Geallieerden hielden gecombineerde acties in de Dardanellen (februari–mei 1915), maar de Duitse generaal Liman von Sanders wist de Turken kundig te leiden. Ook de landing bij Thessaloníke (oktober 1915–1916) bleek geen direct succes voor de Geallieerden. De offensieven van de Italianen aan de Isonzo waren even talloos als kansloos; ze slaagden er niet in de Oostenrijkers uit hun uitstekende verdediging te lokken. Na mei 1915, toen de Russische dreiging veel verder weg lag, konden de Oostenrijkers, gesteund door Duitse troepen, eindelijk met Servië afrekenen. Het land werd in oktober 1915 veroverd. In augustus 1916 trachtten de Russen nog terug te slaan; generaal Broesilov kon in Galicië enige vooruitgang boeken, maar de Centralen liepen het dan net in de oorlog gekomen Roemenië overhoop.
De Turken deden in 1914 en 1915 twee aanvallen op het Suezkanaal (dat van vitaal belang was voor de aanvoer van troepen en goederen uit het Gemenebest). Groot-Brittannië wist Egypte voor zich te winnen door het als een onafhankelijke staat te erkennen, maar een Brits offensief vanuit de Perzische Golf in Mesopotamië werd een catastrofe voor de Britten. Ook de Russische aanvallen op Aziatisch Turkije (Erzurum en Kars) hadden weinig succes. Door deze operaties werd wel voorkomen dat Turks-Duitse offensieven in de richting van Brits-Indië vaste vormen aannamen. In Arabië trachtten de Britten eerst met Sjarif Hoessein van Mekka tot een vergelijk te komen, waardoor dit gebied zich losmaakte van het Turkse Rijk. Een belangrijke rol werd hierbij gespeeld door Lawrence of Arabia (zie Thomas Edward Lawrence). Definitief succes werd hier slechts in 1917 geboekt, toen de Britse veldmaarschalk Allenby Jeruzalem veroverde en in 1918, toen hij samen met Hoesseins zoon Feisal Syrië kon bezetten (1918).
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |