![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Weber, Carl Maria vonEncyclopedieartikel
Weber, Carl Maria von, voluit: Carl Maria Friedrich Ernst von Weber (Eutin, Holstein, 18 nov. 1786 – Londen 5 juni 1826), Duits componist, zoon van de musicus Franz Anton (von) Weber (1734–1812), die zichzelf het predikaat ‘von’ toekende en het door hem zelf opgerichte Von Webersche Schauspielgesellschaft leidde. Carl Maria, van wie zijn vader een tweede Mozart wilde maken, kreeg muziekonderricht van o.a. Michael Haydn in Salzburg en componeerde reeds sinds 1798 enkele opera's en pianomuziek. Na theoretische studies te Wenen (o.a. abbé Vogler) werd hij in 1804 kapelmeester te Breslau en vervolgens secretaris aan het hertogelijk hof te Stuttgart, tot hij in 1810 Württemberg moest verlaten wegens een corruptieschandaal. In dat jaar richtte hij de Harmonischer Verein op, een democratische organisatie van musici, die zich o.m. ten doel stelde de groeiende productie van banale amusementsmuziek te bestrijden. Na enige tijd als pianovirtuoos concertreizen te hebben gemaakt, kreeg hij de leiding van de opera te Praag (1813–1816). In deze periode ontstond o.m. de muziek bij de patriottische liederen van Körner Leyer und Schwert, waarmee hij veel bijval oogstte. In 1816 werd hij door de koning van Saksen naar Dresden geroepen, waar hij de leiding kreeg van de pas opgerichte Duitse opera, die hij tot grote bloei wist te brengen. In 1817 huwde hij de operazangeres Caroline Brandt (1794–1852). In Dresden schreef Weber vrijwel al zijn belangrijke werken en werd hij een zeer gevierd componist. In 1821 werden in Berlijn opgevoerd de opera's Preziosa (1821) en Der Freischütz (1817–1820; tekst Fr. Kind), welke laatste hem wereldberoemd maakte. Voor Wenen schreef hij (geheel zonder gesproken dialoog) de opera Euryanthe (1821–1823). In 1826 ging hij naar Londen om zijn voor het Covent Garden Theatre geschreven opera Oberon (1824–1826) te dirigeren, hoewel hij ernstig ziek was; vóór de terugreis overleed hij. Zijn stoffelijk overschot werd in 1844 mede door bemoeienis van R. Wagner naar Dresden overgebracht. Weber was de eerste nationaal-Duitse operacomponist. Hij gebruikte een volksliedachtig melos en streefde bewust naar een Duitse operastijl die de overheersing van de Italiaanse opera zou kunnen doorbreken. Van vele aria's maakte hij vrij gecomponeerde scènes die in de eerste plaats aan dramatische wetten gehoorzamen. Door consequente toepassing van leidmotieven (zie Leitmotiv), toonsoortensymboliek, een verzadigde en kleurrijke instrumentatie heeft hij de grondslagen gelegd voor het muziekdrama van Richard Wagner. Ook zijn ideeën over het kunstwerk, waarin alle onderdelen aan het geheel ondergeschikt dienen te zijn, vinden hun voortzetting in Wagners ‘Gesamtkunstwerk‘. Zijn geschriften, o.a. voor de Allgemeine Musikalische Zeitung (Leipzig), in zeer verzorgde stijl, hebben ten onrechte weinig aandacht gekregen. WERK: (behalve de genoemde): Orkest: 2 symfonieën (1806; 1807); 2 pianoconcerten (1810; 1812); Concertino f. Klarinet (1811); 2 klarinetconcerten (beide 1811); fagotconcert (1815); Jubel-Ouverture (1818); Konzertstück (1821; v. piano en ork.). -Kamermuziek: pianokwartet, op. 18 (1809); 6 vioolsonates, op. 10 (1810); pianokwintet, op. 34 (1815); Duo concertante (1816; v. piano en klar.); trio (1819; v. piano, fluit, cello). – Pianomuziek: 6 Fughetten (1798); 6 Variationen über ein Originalthema f. Klavier (1800); Grande polonaise (1808); 3 pianosonates (1812; 1816; 1816); Polacca brillante (1819); Aufforderung zum Tanz – Rondo brillant in des (1819); 20 stukken v. piano vierhandig. – Opera: Das stumme Waldmädchen (1800; zangspel, slechts twee fragmenten bewaard); Peter Schmoll und seine Nachbarn (1801–1802; zangspel); Rübezahl (1804–1805; onvoltooid); Silvana (1810; bew. v. Das stumme Waldmädchen); Abu Hassan (1811); Die drei Pintos (1820; volt. d. G. Mahler). – Koorwerk: Cantate Kampf und Sieg (1815); Jubel-cantate (1818); Cantate Natur und Liebe (1818); 2 Messae sanctae in Es dur (1818); Messa sancta in G dur (1819). – Ander vocaal werk: liederen, balladen en romances voor één of meer stemmen met piano- of gitaarbegeleiding; talrijke aria's. UITG: Schriften, d. E. Margenburg (1956; keuze m. comm.), d. K. Laux (1975, idem).
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |