![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Artikeloverzicht
vulkaan (van Vulcanus, de Romeinse god van het vuur), een plaats op het aardoppervlak waar vulkanisch materiaal (lava, pyroklastica en gassen) naar buiten treedt. De kegelvorm ontstaat door opeenhoping van de door de vulkaan zelf omhoog gebrachte producten (efflata). Op andere planeten, o.a. Mars en Venus, zijn ook (zeer grote) vulkanen waargenomen.
Een vulkaan wordt gevormd door uittredende vulkanische massa's van lava en gesteenten. Zij stijgen op door een toevoerkanaal, diatrema of eruptiepijp genoemd. Dit verwijdt zich in het bovengedeelte nabij het aardoppervlak tot een trechterachtige opening, de krater. Het door vulkanisme geleverde materiaal bestaat uit gassen, vloeibare lava, vaste vulkanische steenbrokken en fijnere korrels, die al naar hun grootte worden aangeduid als vulkanische bommen, lapilli en as; deze vaste bestanddelen vormen na hun (eruptieve) afzetting de vulkanische afzettingen, tuf en ignimbrieten ( ‘welded tuf’); de typisch gevormde eruptiewolk blaast de losse, vaste en asdeeltjes vaak tot zeer grote hoogte. Meestal ontstaat zo door de opeenhoping van gestold lavamateriaal een typisch gevormde vulkaanberg. De vulkanische bergen verdwijnen na verloop van tijd omdat ze ten prooi vallen aan de erosie, maar de magmahaarden en de toevoerkanalen kunnen lang bewaard blijven en getuigen aldus van de aanwezigheid van vulkanisme in vroeger tijden, tot diep in het Precambrium. Na de uitbarsting kunnen er nog zeer lang postvulkanische verschijnselen optreden, zoals minerale bronnen. Deze worden veroorzaakt door het warme grondwater, waarin mineralen makkelijk oplossen.
Naar de aard van het uittredend materiaal (gassen, lava of efflata) onderscheidt men vele typen vulkanen. De onderlinge hoeveelheden van deze producten hangen samen met de chemische samenstelling van het magma, die bovendien de mate van vloeibaarheid van de lava bepaalt. Basische lava's, die basalt leveren, zijn dunvloeibaar en ontgassen daardoor gemakkelijk. Zuurdere lava's, zoals andesiet en daciet, zijn minder vloeibaar, waardoor de gassen moeilijk ontwijken, als gevolg waarvan de gasdruk kan oplopen en explosies ontstaan, waarbij gestolde lavadeeltjes in de lucht geworpen worden en op de aarde terugvallen (efflata). Zure lava's, zoals ryoliet, zijn dik-vloeibaar, waardoor de gasdruk zeer hoog kan oplopen, gepaard gaande met grote explosiviteit en een grote gasproductie.
Zuivere lava-uitvloeiingen zijn meestal basaltisch en kunnen de ‘oceanische basalten’ (spiliten) leveren. Zij komen voor in alle oceanen, zowel op de oceaanbodem als onderzeese vulkanen, als op eilanden zoals Hawaii en IJsland. Daarnaast komt basaltisch vulkanisme voor op continenten waar deze ten gevolge van continentverschuiving doorsneden worden door breuken, zoals in het Afrikaanse slenkgebied. Daar basaltlava dunvloeibaar is en betrekkelijk rustig uitvloeit, worden vrij vlak liggende lavadekken gevormd.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
|||||||||||||||||||||||||||||
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |