Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar Voltaire [letterkunde]

Resultaten van Windows Live® Search

  • Bestiarium

    ... en lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. ... Dichters hebben vele moeders. 150 literaire epigrammen uit de Anthologia Graeca (Voltaire ...

  • DBNL . Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1974

    Had Brulez ook veel weg van Voltaire, van Maurice Barrès, van Anatole France, van Marcel Proust en was hij - met zijn fransgetinte naam - wel zeer verwant aan de cultuur uit het ...

  • Letterkundig woordenboek voor Noord en Zuid

    Amsterdamse letterkunde-prijzen] [De Amsterdamse Mengel-Moez] [De Nieuwe Amsterdamse Mercurius] [De Amsterdamsche Pegasus] [Amsterdamsche Tempe] [Het Amsterdamsche Tooneel van 1617-'72]

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search

Voltaire [letterkunde]

Encyclopedieartikel
Multimedia
VoltaireVoltaire
Artikeloverzicht

Introductie

Voltaire [letterkunde], schrijversnaam (anagram van Arouet l.j. [= le jeune]) van François-Marie Arouet (Parijs 21 nov. 1694 – aldaar 30 mei 1778), Frans schrijver, een van de leidende figuren van de Verlichting.

1. Leven

Voltaire ontving als zoon van een notaris een goede opvoeding aan het jezuïetencollege Louis-le-Grand, waar zijn satirisch en verbaal talent al spoedig bleek. In zijn jonge jaren leidde hij een tamelijk turbulent leven op kosten van anderen, wat hem vijanden zowel als vrienden bracht, en vergaarde hij op weinig scrupuleuze manier een fortuin. Na al eerder (1717) in de Bastille te zijn opgesloten wegens een (in het Latijn) geschreven satire op de regent, kwam hij via een twist met de Chevalier de Rohan-Chabot daar opnieuw terecht en moest in 1726 uitwijken naar Engeland, dat hij reeds had leren kennen door zijn contacten met de balling Lord Bolingbroke. Zijn kennismaking met het land van Locke, Addison, Pope en een empirische geleerde als Isaac Newton inspireerde hem tot de Lettres philosophiques (Ned. vert.: Fransman in Londen. Brieven uit Engeland, 2004) of Lettres anglaises, een apologie van de ideeën van de Verlichting, die pas in 1734 gepubliceerd werd en een schandaal uitlokte wegens de rationalistische (zie rationalisme) gerichtheid en anti-Franse gezindheid. Voltaire week uit naar het buitenverblijf te Cirey-sur-Blaise van zijn maîtresse, de markiezin Émilie du Châtelet, in Champagne. Zijn hier begonnen historisch en wetenschappelijk werk kreeg zijn bekroning in Le siècle de Louis XIV (1751) en Essai sur les mœurs (1756). Daarnaast schreef hij in deze periode een aantal toneelstukken. In 1749 vertrok hij, na de dood van Émilie, naar Berlijn, maar de al eerder aangeknoopte relatie met Frederik II liep op een desillusie uit: hij vluchtte uit Berlijn en werd zelfs een tijdlang gevangen gehouden in Frankfurt. Dank zij de invloed van zijn vriend, doctor Tronchin, kon hij zich vestigen bij Genève, waar hij het landgoed Les Délices verwierf, alsmede de titel van graaf de Tourney, maar zijn samen met d'Alembert geschreven artikel Genève in de Encyclopédie bracht verkoeling in zijn relatie met de predikanten; een conflict met Jean-Jacques Rousseau verstoorde bovendien zijn gemoedsrust. Grote indruk maakte in die tijd op Voltaire de aardbeving te Lissabon, ten gevolge waarvan hij brak met het optimisme à la Leibniz en weinig geloof meer hechtte aan diens ‘le meilleur des mondes possibles’. In 1759 vestigde hij zich op het landgoed Ferney, bij de Zwitserse grens. Als ‘patriarche de Ferney’ ontplooide hij hier een verbazingwekkende werkzaamheid, niet alleen als grootgrondbezitter, maar bovenal – getuige tal van publicaties – als ‘remueur d’idées’ en vooral als briefschrijver en pamflettist. Met niet aflatende energie bestreed hij wantoestanden op kerkelijk en justitioneel gebied (zijn leus werd écr. l’inf., afkorting van écraser l’infâme, te weten de kerk); hij ondernam talrijke pogingen tot eerherstel van zijns inziens ten onrechte veroordeelde personen als de Chevalier de La Barre en de familie Calas. Aan het eind van zijn leven kwamen de triomfantelijke tocht naar Parijs, de ontvangst in de Académie française en de grootse huldiging bij de opvoering van zijn toneelstuk Irène (1778).

2. Werk

Over de waarde van Voltaires werk en persoon is tot in deze tijd verschillend geoordeeld. Zijn karakter vertoont kleinzielige naast grootmoedige trekken. Zijn toneelwerk is klassiek en weinig interessant, uitgezonderd Zaïre (1732), dat nog altijd speelbaar blijkt; zijn poëzie is koele ideeënpoëzie, al bevat zijn Poème sur le désastre de Lisbonne (1756) persoonlijker accenten. Zijn letterkundig talent ontplooide zich het rijkst in de heldere, geestige, niet zelden wrange contes, korte strekkingromans, met Candide (1759) als onbetwistbaar hoogtepunt. De betekenis van zijn historisch werk springt in het oog als men het vergelijkt met dat van voorgangers en tijdgenoten: Voltaire heeft veel meer aandacht voor bronnen en ooggetuigen, onuitgegeven documenten, enz. en staat steeds kritisch tegenover zijn archiefarbeid (zo bijv. voor zijn Histoire de Charles XII, 1731); zijn cultuurgeschiedenis in Essai sur les mœurs getuigt van grote redelijkheid en verdraagzaamheid. De schrijver ziet hier de beschaving als een strijd tussen fanatisme en rede, waarin, ondanks zijn latere neiging tot pessimisme, de rede de eindoverwinning zal behalen. In de definitieve uitgave vormt Le siècle de Louis XIV (1751) een episode in de bovengenoemde strijd, evenals de Précis du règne de Louis XV (1768). Er zijn manco's in het Essai: de beschavende invloed van het christendom in West-Europa is door Voltaire onderschat en zijn visie op de ‘duistere’ middeleeuwen is onhistorisch, maar niettemin is de invloed van dit werk zeer groot geweest, in Nederland bijv. op Fruin.

3. Denkbeelden

Zijn politieke denkbeelden waren sterk beïnvloed door zijn verblijf in Engeland. Voltaire was een typisch ‘verlicht’ burger uit de 18de eeuw met sterke aristocratische allures, voor wie het gewone volk niet telde, getuige zijn Jusqu’à quel point on doit tromper le peuple (1756). Hij eiste stemrecht voor de derde stand, maar alleen voor de bezitters. Hij was voor de vrijheid, maar met restricties. Hij was tegen de doodstraf: ‘een gehangene diende nergens voor’. Hij ijverde voor praktische hygiënische maatregelen als inenting tegen de pokken en oprichting van ziekenhuizen, enz. Ook in zijn godsdienstige denkbeelden stond hij onder Engelse invloed. Hij was deïst (zie deïsme), geloofde aan een persoonlijke God en was verontrust over het probleem van het kwade in de wereld. Bij hem vindt men meestal twijfel aan de onsterfelijkheid van de ziel en aan het bestaan van de vrije wil, al zou hij graag gewild hebben dat zij bestonden.

Uit al zijn werk komt Voltaire naar voren als een levendige, satirische geest, eerder een agressief dan een constructief denker. Misschien komen zijn veelzijdigheid en ‘actualiteit’ het best tot uiting in de 600 artikelen van zijn Dictionnaire philosophique (1764; Ned. vert.: Filosofisch woordenboekje, 1975) en zijn Traité sur la tolérance (1763), die nog niets van hun levendigheid verloren hebben. De Voltaire-studie heeft een wetenschappelijke basis gekregen door de werkzaamheden van het door Th. Besterman opgerichte Institut et Musée Voltaire (Genève, 1952; sinds 1971 als Voltaire Foundation gevestigd in Oxford), met als voornaamste taak een nieuwe uitgave van het volledige werk (137 dln. Voorzien; publicatie in chronologische volgorde).

WERK (o.a.): Oedipe (1718; toneel); Artémise (1720; toneel); Henriade (1723; epos); Hérode et Mariamne (1725; toneel); Essay upon the civil wars in France (1727); Brutus (1730; toneel); Eryphile (1732; toneel); Le temple du goût (1733; satire); Adelaïde Deguesclin (1734; toneel); Alzire (1736; toneel); Mort de César (1736; toneel); L’enfant prodigue (1736; toneel); Vie de Molière (1739); Mahomet (1742; toneel); Mérope (1743; toneel); Princesse de Navarre (1745; toneel); Zadig (1747; verhaal); Sémiramis (1748; toneel); Le monde comme il va (1748; verhaal); Nanine (1749; toneel); Oreste (1750; toneel); Micromégas (1752; verhaal); Rome sauvée (1752; toneel); La pucelle d’Orléans (1755; epos); Le temple de la gloire (1745; libretto voor operaballet met muziek van Rameau); La loi naturelle (1758); Histoire de la Russie sous Pierre le Grand (1759–1763); La vanité (1760; satire); Trancrède (1760; toneel); L'Écossaise (1760; toneel); Pièces originales concernant la mort des Sieurs de Calas (1762); Olympie (1763; toneel); Jeannot et Colin (1764; verhaal); Défense de mon oncle (1767); L’ingénu (1767; verhaal); Profession de foi des théistes (1768); Singularités de la nature (1768); Droits des hommes (1769); Dieu et les hommes (1769); Questions sur l'Encyclopédie (9 dln., 1770–1772); Les lois de Minos (1773; toneel); Le taureau blanc (1775; verhaal); Prix de la justice et de l’humanité (1777); Mémoires pour servir à la vie de Voltaire (1784). Recente vert.: Filosofische vertellingen (2004; verhalen en korte romans).

Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2008 Microsoft/Het Spectrum