![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search volksmuziekEncyclopedieartikel
Artikeloverzicht
volksmuziek, term waaronder in de muziekwetenschap wordt verstaan de mondeling overgeleverde, niet-genoteerde liederen en instrumentale muziekstukken die leven binnen een gegeven gemeenschap, die voor grote groepen binnen die gemeenschap zonder muziektheoretische voorkennis aanvaardbaar en bruikbaar zijn, en waarin de meeste leden van de gemeenschap in zekere mate bedreven zijn. In deze zin is ‘volksmuziek’ opgevat als een genre, dat zich onderscheidt van andere genres of muziekcategorieën, zoals o.a. de zgn. amusementsmuziek, jazz, en de wel met de term ‘kunstmuziek’ (Eng.: art music, Fr.: musique savante) aangeduide categorie. Óf de ‘kunstmuzieken’ worden schriftelijk overgeleverd (bijv. die van Europa sinds de middeleeuwen, en die van Oost-Azië), óf zij zijn ondergeschikt aan strikte muziektheoretische stelsels (India, Europa, Zuidoost- en Oost-Azië), óf zij zijn bovendien onaanvaardbaar voor grote groepen binnen de gemeenschap. Het is onjuist om met ‘volksmuziek’ álle buiten-Europese muziek aan te duiden. Een andere misvatting is dat volksmuziek simpel is, een muziek die zich nog in een onvoltooid voorstadium van ontwikkeling zou bevinden. Volksmuziek en kunstmuziek komen in grote delen van de westerse en Aziatische wereld binnen bepaalde cultuurgebieden naast elkaar voor. Voor de zwart-Afrikaanse culturen (zie Afrikaanse muziek) en die van Midden- en Zuid-Amerika, die geen eigenlijke kunstmuziek van eigen bodem kennen, verliezen de termen volksmuziek en kunstmuziek hun betekenis en worden derhalve in die gevallen niet gebruikt. Men spreekt dan liever van tribale muziek.
Het scheppingsproces in de volksmuziek is anders dan dat van de kunstmuzieken. In de volksmuziek wordt een lied (vaak spelenderwijs) geleerd door voor- en nazingen. Doorgaans, maar niet altijd, is de componist ervan onbekend en is het lied van de ene generatie op de andere mondeling overgebracht. Door het niet toepassen van enige vorm van muzieknotatie moet een volkslied in het geheugen bewaard blijven. Iedere generatie creëert echter nieuwe liederen en nadat deze door de gemeenschap zijn aanvaard en door de leden zijn overgenomen, kunnen deze generaties lang blijven voortbestaan. In dit overleveringsproces kan het voorkomen dat wijzigingen ontstaan door toevoegingen of weglatingen, door andere teksten, door een andere toepassing, enz. Hierdoor ontstaan soms geheel nieuwe liederen; een kenmerk van levende volksmuziek is een toestand van voortdurende verandering in het repertoire. Voor de instrumentale volksmuziek kunnen dezelfde kenmerken worden aangehaald als voor de vocale volksmuziek. Het vervaardigen en bespelen van instrumenten wordt aan nieuwe generaties geleerd door voordoen en naspelen. Het voor praktisch gebruik noteren van instrumentale partijen gebeurt nooit. Niet iedereen echter binnen een gemeenschap is in staat bedreven te zijn op alle binnen de gemeenschap gebruikte instrumenten, vandaar dat in de instrumentale volksmuziek het beroepsmuzikantendom (specialisme op één of twee instrumenten) veel voorkomt; dit is bij zangers minder het geval.
Volksmuziek is in de regel verbonden met sociale handelingen. Deze zijn doorgaans gekoppeld aan plaatselijke gebruiken, die samenhangen met kalenderfeesten, religie, bruiloften, jaarmarkten, kermissen, geboorte en dood, ziekte en arbeid. Volksdansen, waarin alle leden van de gemeenschap kunnen participeren, worden zingend en spelend uitgevoerd (zie volksdans); zware collectieve of individuele arbeid kan worden verlicht door met de motoriek van het lichaam gesynchroniseerde ritmische muziek. Vele volken maken gebruik van muziek bij de jacht om dieren te lokken, andere brengen de dodenwake door met het zingen van klaagliederen. Heldenfeiten uit de plaatselijke geschiedenis worden vastgelegd en doorverteld door zingende ‘barden’. Zeer belangrijk zijn voorts de spot- en hekelliederen waarin sociale misstanden op effectieve wijze aan de kaak worden gesteld. Een groot deel van de vocale volksmuziek bestaat uit kinder- en speelliedjes. In een aantal landen maakt de volksmuziek deel uit van het lesprogramma bij het voorbereidend en lager onderwijs.
Gemeenschappen en culturen die met elkaar in contact staan, zijn vaak geneigd elkaars volksmuziek in incidentele gevallen over te nemen. Dit kan het geval zijn bij melodie-overname (al dan niet met wijzigingen) en instrumenten. Zo wordt de doedelzak thans nog steeds gespeeld in o.a. geheel Oost- en Zuid-Europa, en in West-Europa bovendien nog in Frankrijk en op de Britse eilanden. Andere typisch Europese volksmuziekinstrumenten zijn de draailier, de getokkelde bordciter (noordse balk), de lange houten trompetten (midwinterhoorn, alpenhoorn, buccina [Roemenië], enz.). In culturen waarin volksmuziek en kunstmuziek naast elkaar bestaan, komen de volksmuziekinstrumenten zelden voor in de kunstmuziek. Het Indische subcontinent is een duidelijk voorbeeld van de divergentie tussen beide muziekgenres: India kent talloze tromtypen die uitsluitend in de volksmuziek worden gebruikt (zie Indiase muziek). Hetzelfde is in Indonesië het geval: de Javaanse hofmuziek bij uitstek is de ‘kunstige’ gamelan, terwijl in de kampongs geheel andere instrumenten in gebruik zijn, zoals hobo's, tokkelluiten en de schudbamboes (angklung).
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
|||||||||||||||||||||||||||||
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |