Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar Vivaldi, Antonio

Resultaten van Windows Live® Search

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search

Vivaldi, Antonio

Encyclopedieartikel
Multimedia
Antonio VivaldiAntonio Vivaldi

Vivaldi, Antonio (Venetië 4 maart 1678 – Wenen 28 juli 1741), Venetiaans componist, was leerling van zijn vader (violist aan de San Marco) en van Giovanni Legrenzi. In 1703 werd hij tot priester gewijd. Van 1703 tot 1740 was Vivaldi achtereenvolgens als vioolleraar, dirigent en componist verbonden aan het Conservatorio dell’Ospedale della Pietà, een van de vier beroemde muziekscholen voor verweesde en behoeftige meisjes in Venetië. Onder zijn leiding ontwikkelde het instituut zich tot grote muzikale hoogte. Ondanks concertreizen en een dienstverband van enige jaren bij de prins van Hessen-Darmstadt in Mantua bleef hij in functie bij dit instituut, waarvoor hij vrijwel al zijn composities heeft geschreven.

Het grote belang van Vivaldi als componist ligt in de ontwikkeling van het vioolconcert, dat bij hem in steeds sterkere mate de allure van een echt soloconcert kreeg. Door het invoeren van talrijke nieuwe speelfiguren en de uitbreiding van het aantal posities heeft hij bovendien een bijdrage geleverd tot verbetering van de viooltechniek. Behalve een zeer groot aantal concerten en sonates voor één of meer violen componeerde hij concerten voor cello en voor blaasinstrumenten, 45 concerti grossi (aan het concerto grosso gaf hij voorgoed de driedelige vorm) en andere instrumentale werken, bovendien kerkmuziek en ca. veertig opera's. Het werk van Vivaldi, die door tijdgenoten meer werd geprezen als violist dan als componist, werd na zijn dood vrijwel geheel vergeten. Dankzij het Bach-onderzoek raakte het weer in de belangstelling; van zijn door Bach bewerkte composities werden de originelen teruggevonden en gaandeweg begon men ook zijn belang voor de ontwikkeling van het soloconcert te erkennen. Zeer belangrijk voor het Vivaldi-onderzoek was de herontdekking in 1927 van meer dan 300 concerten, negen opera's en enkele bundels kerkmuziek. Van zijn concerti grossi verdienen vooral de reeksen L’estro armonico, La Cetra en Il cimento dell’armonia e dell’invenzione vermelding. Van de laatstgenoemde reeks zijn vooral de eerste vier concerti, die in 1725 in Amsterdam verschenen onder de titel Le quattro stagioni (De vier jaargetijden), zeer bekend geworden. Hij componeerde voorts het dramatische oratorium Judith triumphans devicta Holofernis barbarie (1716) en een Stabat Mater. Uitgebreide oeuvrecatalogi zijn gemaakt door Pincherle (1948) en Ryom (1974).

Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2008 Microsoft/Het Spectrum