Zie ook:
Feiten en cijfers
Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar Verenigde Staten van Amerika

Resultaten van Windows Live® Search

  • Verenigde Staten - Wikipedia

    De Verenigde Staten , officieel de Verenigde Staten van Amerika , afgekort VS ( Engels : United States of America , afgekort USA of US ), zijn een federatie van 50 Staten en het ...

  • VERENIGDE STATEN

    VERENIGDE STATEN ... Geografie Algemeen De Verenigde Staten van Amerika (officieel: United States of America), is een federale republiek in Noord-Amerika, en omvat het District of ...

  • amerika

    Vrij te bewerken en te becommentariëren pagina over amerika. ... A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z 0-9 Amerika De Verenigde Staten van Amerika, afgekort VS ...

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search
Pagina 5 van 14

Verenigde Staten van Amerika

Encyclopedieartikel
Multimedia
Vlag en volkslied van de Verenigde Staten van AmerikaVlag en volkslied van de Verenigde Staten van Amerika
Artikeloverzicht

4.1 Kolonisatie

De eerste vestigingen van Europeanen vonden plaats in Florida, waar Franse hugenoten en Spanjaarden tussen 1562 en 1568 heftig streden om de voorrang. De Spanjaarden zegevierden en stichtten in 1567 St. Augustine. In het begin van de 17de eeuw vestigden de Spanjaarden zich definitief in New Mexico (1609 stichting van Santa Fe). In het naar de Engelse ‘virgin queen’ Elizabeth I genoemde Virginia slaagden de Engelsen onder leiding van John Smith erin om in 1607 een kolonie te vestigen. Een tweede Engelse vestiging kwam tot stand toen in 1620 de Pilgrim Fathers met het schip de Mayflower landden op de kust van Massachusetts en de kolonie Plymouth stichtten. In de daaropvolgende jaren werden zij gevolgd door de puriteinen, die in 1630 Boston stichtten. In dienst van de Republiek der Verenigde Nederlanden ontdekte de Engelsman Henry Hudson de naar hem genoemde rivier tot aan Albany en in 1624 begon de nederzetting op het eiland Manhattan. Nadat de hele kust verdeeld was, ontwikkelden de kolonies zich al naar gelang hun herkomst en ligging. Vanuit de Engelse kolonie Massachusetts ontstonden de nieuwe kolonies Connecticut en Rhode Island. In het zuiden ontstonden Maryland, Carolina (1663; in 1729 gesplitst in North Carolina en South Carolina) en Georgia (1731). In 1681 verwierf de leider van de quakers, William Penn, het recht tot kolonisatie in het naar hem genoemde Pennsylvania. Engeland ging steeds meer domineren langs de oostkust; de Nederlandse kolonie Nieuw-Nederland, die eerst zelf Nieuw-Zweden opslokte (1655), werd in 1664 veroverd en daarmee strekte het Engelse gebied zich uit van Canada tot Florida. In dit hele gebied werden Indianenstammen in bloedige oorlogen onderworpen.

Aanvankelijk waren de verschillen tussen de kolonies zeer groot, in economisch zowel als in godsdienstig opzicht. In de 18de eeuw werd godsdienstige tolerantie algemeen. Economisch ontstond een tegenstelling tussen het Noorden, dat weinig slavernij had en een gebied was van kleine boeren en handelaars, en het Zuiden, dat steeds meer bepaald werd door het systeem van de slavernij, effectief op de grote plantages van tabak, rijst en, later in de eeuw, katoen. De saamhorigheid in het hele gebied groeide vooral door de voortdurende strijd tegen de Fransen in Canada en door de expansie naar het westen. De Europese oorlogen werden ook in de Nieuwe Wereld gevoerd en leidden ten slotte in de French and Indian War (in Europa Zevenjarige Oorlog geheten) tot de verovering van Canada, dat in 1763 door Frankrijk werd afgestaan. Daarmee leek Engeland oppermachtig, maar juist de uitputtende oorlogen brachten het moederland ertoe steeds zwaardere belastingen op de kolonisten te leggen. Het mercantilistische systeem werd door de kolonisten gevoeld als uitbuiting en het verzet daartegen begon al in 1760. Het verzet mondde ten slotte uit in een oorlog, waarin op 2 juli 1776 de onafhankelijkheid werd uitgeroepen. De onafhankelijkheid werd verdedigd in de op 4 juli aanvaarde, door Thomas Jefferson geschreven Declaration of Independence. Voor de ontwikkelingen, leidend tot de oorlog waarin de dertien koloniën in Noord-Amerika zich vrijvochten van Engeland, en voor de gebeurtenissen in de oorlog (1775–1783), zie Amerikaanse Vrijheidsoorlog.

4.2 Onafhankelijkheid

Op 19 april 1783 erkenden de Britten bij de Vrede van Versailles hun verlies: de Amerikaanse republiek was daarmee officieel geboren. Er diende zich echter voor de republiek direct een nieuw probleem aan, nl. of de dertien voormalige koloniën tot een ordelijke organisatie in één staat zouden kunnen geraken. In 1781 hadden zij zich verbonden op de Articles of Confederation, een voorlopige grondwet, die de verschillende staten vrijwel onafhankelijk liet en als enig gezamenlijk lichaam het Congres kende, dat slechts enkele maanden per jaar vergaderde. Algauw bleken de euvelen van die al te losse verbintenis. De oorlogsschulden waren groot, de handel was achterop geraakt, het gezag ontbrak en hier en daar kwamen door inflatie bedreigde boeren tot gewapende opstand. Een partij van zgn. Federalisten bepleitte de opstelling van een betere grondwet, een sterker gezag. In 1787 kwam een conventie bijeen te Philadelphia, waar een nieuwe Constitutie werd aanvaard. Daarin werd, op basis van de driemachtenleer van Montesquieu, getracht een evenwicht te vinden tussen vrijheid en orde, tussen de wil van de meerderheid en de bescherming van minderheden (zie voor de bepalingen van de Constitutie § 2.1). Het kostte echter de grootste moeite de verschillende staten tot ondertekening van deze meer centralistische regeling te bewegen. Pas toen aan de grondwet een ‘bill of rights’ was toegevoegd, bestaande uit tien artikelen die de menselijke grondrechten bevatten (de eerste tien amendementen), werd de tegenstand overwonnen. Daarmee begon het geordende bestaan van de Verenigde Staten als een Unie. In 1789 kon de eerste president, George Washington, zijn ambt aanvaarden. De grondwet was de uiteindelijke voltooiing van de revolutie.

4.3 De jaren van consolidatie (1787–1815)

In de praktijk bleek de nieuwe grondwet heel wat beter te voldoen dan het oude systeem. Washington omringde zich met bekwame medewerkers als Thomas Jefferson (Buitenlandse Zaken) en Alexander Hamilton (Financiën). Maar in die twee mannen was ook de principiële verdeeldheid gegeven die de Amerikaanse politiek verder zou bepalen. Hamilton representeerde de handel en de industrie van het Noorden, die belang hadden bij een sterke organisatie van de centrale regering en bij een gezonde financiële politiek door afbetaling van de schulden en herwaardering van het geld; Jefferson kwam op voor de belangen van de landbouw in het Zuiden en Westen en was daarom geporteerd voor meer economische vrijheid en in het algemeen voor meer rechten voor de afzonderlijke staten. Het was Hamilton die door oprichting van een Nationale Bank orde op zaken wist te stellen en die daardoor de steun van Washington kreeg. Om hen heen concentreerde zich een partij die zich de Federalisten ging noemen. Daartegenover kregen Jeffersons aanhangers de naam Republikeinen Party. Maar van een grondige organisatie zoals later was nog geen sprake. Washington werd in 1797 opgevolgd door John Adams die ook Federalist was, maar in 1800 wonnen de Republikeinen de verkiezingen en in 1801 werd Jefferson president. Hij bleek echter zijn idealen van states' rights moeilijk te kunnen volhouden; hij regeerde met veel gezag en kende niet eens het Congres in zijn belangrijkste beslissing, de aankoop van het zgn. Louisiana-territorium van Napoleon in 1803. Het gebied van de Unie werd daardoor verdubbeld. Even eigenzinnig probeerde hij de Amerikaanse neutraliteit te handhaven in de Europese oorlogen van deze tijd. In 1807 trachtte hij Engeland tot eerbiediging van de Amerikaanse rechten te dwingen, door een compleet handelsembargo af te kondigen, dat echter weinig effect sorteerde. Jeffersons opvolger, James Madison, een geleerde onpraktische man, liet zich verleiden tot een oorlogsverklaring aan Engeland in 1812. Met wisselend succes werd gestreden (de Engelsen veroverden o.m. Washington en verbrandden het Witte Huis), maar op het einde, 24 november 1814, werd bij de Vrede van Gent de status quo hersteld. Van de Amerikaanse bedoelingen Engeland ter zee in te tomen en Canada te veroveren, was niets terechtgekomen. Deze tweede oorlog tegen Engeland vond daarin zijn voornaamste betekenis dat het Amerikaanse nationale gevoel als het ware bezegeld werd. Na deze oorlog zou Amerika zich een eeuw lang buiten de Europese politiek houden, volledig geoccupeerd met de eigen opbouw en problemen.

De oorlog had de binnenlandse partijen tot elkaar gebracht. Federalisten en Republikeinen smolten samen tot de partij Nationale Republikeinen. Madisons opvolger, James Monroe, werd in 1820 zelfs zonder noemenswaardige tegenstand herkozen. Men noemt deze periode daarom ook wel de Era of good feeling. In allerlei zaken werd er de nadruk op gelegd dat de nationale eenheid boven de verdeeldheid van de staten ging. Men kan zeggen dat ook de Monroe-leer een uiting was van nationaal bewustzijn. Deze leer werd de grondwet van het Amerikaanse isolationisme, dat lang de buitenlandse politiek kenmerkte.

4.4 De uitbreiding naar het westen

Terwijl de kolonisten hun strijd begonnen tegen Engeland trok de eerste grote pionier, Daniel Boone, door de Cumberlandpas naar Kentucky en opende zo een nieuwe, rijke wereld. Zodra Amerika vrij was begon de stroom van pioniers pas goed en deze zou een eeuw lang niet meer ophouden. Aan de frontier werd de werkelijke geschiedenis gemaakt, daar ontstond het nieuwe Amerika. Deze grote trek had twee reusachtige gevolgen voor de natie, want hij leidde enerzijds tot democratisering, anderzijds tot diepe verdeeldheid. De vermaarde theorie van de Amerikaanse historicus F.J. Turner dat de Amerikaanse democratie ontstaan is ten gevolge van de pioniersexpansie moge overdreven zijn, want er werd natuurlijk ook voortgebouwd op ideeën die uit Europa waren meegebracht, maar het is toch wel juist dat de strijd met de wildernis leidde tot een nieuwe gelijkheid, waarin ieder zich bewijzen moest, ongeacht zijn afkomst. Naarmate de expansie toenam, ontstonden nieuwe staten, Kentucky en Tennessee reeds voor 1800 (resp. 1792 en 1796) en vervolgens in de 19de eeuw Ohio (1803), Louisiana (1812), Indiana (1816), Mississippi (1817), Illinois (1819), Alabama (1819), Missouri (1821), Arkansas (1836), Michigan (1837). Telkens als een zuidelijke staat tot de Unie werd toegelaten volgde een noordelijke of omgekeerd, want de zich steeds verscherpende tegenstelling tussen Noord en Zuid eiste een evenwicht in de Senaat, waar immers alle staten gelijk vertegenwoordigd zijn. Op den duur was in het westen de scheiding tussen typisch noordelijk en zuidelijk niet meer vol te houden: het westen had zijn eigen aard. Maar juist daarom moest de verdere expansie de nationale eenheid wel ondergraven en dat zou ook letterlijk gebeuren. Voordat het echter zover kwam vond de grote democratisering plaats, en die verscherpte en verergerde de tegenstelling nog.

4.5 De grote democratisering

Weliswaar waren de Verenigde Staten opgezet als een democratie, maar aanvankelijk was dat slechts een beperkte, want het kiesrecht was voorbehouden aan de bezittende klasse en slechts een kleine elite bepaalde de politiek. Van de eerste zes presidenten waren er vier planters uit Virginia en de andere twee, vader en zoon Adams, conservatieven uit Massachusetts. Toen in 1828 Andrew Jackson tot president werd gekozen, was dat de uitdrukking van een democratiseringsproces, dat zich vanuit het westen snel over Amerika verspreidde. Jackson was de leider van het volk, dat in verzet kwam tegen de oude elite, zo werd het tenminste gevoeld. Zijn partij wisselde van naam, niet langer noemde zij zich Republikeins, maar Democratisch. Daartegenover verenigden de oude conservatieve handels- en industriekringen, die vooral in New England zetelden, zich in een nieuwe partij met de naam Whigs, om aan te geven dat zij, naar eigen mening, erfgenamen waren van de vrijheidsstrijd tegen Engeland en zich daarom nu moesten verzetten tegen wat zij noemden de dictatuur van ‘King Andrew’. Zij waren wezenlijk de voortzetters van Hamiltons idealen, hun grote leider Henry Clay pleitte voor het zgn. American System: een sterke federale regering moest de industrie met tarieven beschermen, de infrastructuur van het land opbouwen door de aanleg van kanalen en wegen en zo het westelijke landbouwgebied binden aan de industriekernen in het oosten. Daartegenover predikte Jackson het oude evangelie van Jefferson, de rechten van de staten, de vrije economie, verzet tegen alle monopolies. In 1832 weigerde Jackson het charter van de Nationale Bank te vernieuwen en werd daardoor zo populair dat hij met een enorme meerderheid werd herkozen. Na zijn aftreden in 1837 brak de eerste grote economische crisis uit, die veel armoede en ontwrichting bracht. De democratisering, waarvan Jackson de exponent was, bleek vooral ook in de diverse staten van betekenis. Overal werd in de jaren tussen 1820 en 1840 het algemeen kiesrecht ingevoerd, overigens alleen voor blanke mannen. Maar de Verenigde Staten waren daarmee toch ver vooruit op Europa.

Vorige
| | | | | | | | | ... 
Volgende
Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2008 Microsoft/Het Spectrum