Zie ook:
Feiten en cijfers
Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar Verenigde Staten van Amerika

Resultaten van Windows Live® Search

  • Verenigde Staten - Wikipedia

    De Verenigde Staten , officieel de Verenigde Staten van Amerika , afgekort VS ( Engels : United States of America , afgekort USA of US ), zijn een federatie van 50 Staten en het ...

  • VERENIGDE STATEN

    VERENIGDE STATEN ... Geografie Algemeen De Verenigde Staten van Amerika (officieel: United States of America), is een federale republiek in Noord-Amerika, en omvat het District of ...

  • amerika

    Vrij te bewerken en te becommentariëren pagina over amerika. ... A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z 0-9 Amerika De Verenigde Staten van Amerika, afgekort VS ...

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search
Pagina 12 van 14

Verenigde Staten van Amerika

Encyclopedieartikel
Multimedia
Vlag en volkslied van de Verenigde Staten van AmerikaVlag en volkslied van de Verenigde Staten van Amerika
Artikeloverzicht

6.2.10 Doodstraf

In juni 2001 werd Timothy McVeigh, dader van de bomaanslag in Oklahoma City in 1995 waarbij 168 doden vielen, na een maand uitstel in verband met een vormfout, terechtgesteld. In datzelfde jaar berispte het Internationaal Gerechtshof de VS vanwege de executie in 1999 van twee Duitsers zonder dat dezen in de gelegenheid waren gesteld de hulp van hun consulaat in te roepen.

Van verschillende zijden bleef het verzet tegen de doodstraf aanhouden. In juli 2001 sprak rechter Sandra O’Connor van het Hooggerechtshof haar twijfels uit over de toepassing van de doodstraf, gezien het aanzienlijke aantal juridische dwalingen. In juli 2002 bepaalde een federale rechter in New York dat de doodstraf als zodanig in strijd is met de grondwet, vooral gezien het aantal gerechtelijke dwalingen. En vlak voor zijn aftreden, in januari 2003, verleende de Republikeinse gouverneur George Ryan van Illinois gratie aan alle 164 terdoodveroordeelden in zijn staat, verwijzend naar de vele rechterlijke dwalingen.

In 2002 oordeelde het Amerikaanse Hooggerechtshof dat het executeren van mensen met een geestelijke achterstand in strijd is met de grondwet; in datzelfde jaar besliste hetzelfde hof ook dat de doodstraf alleen uitgesproken kan worden door een jury en dat de straf in geval van geestelijk gehandicapte moordenaars in strijd is met de grondwet. Een federaal hof van beroep verklaarde in september 2003 ruim 100 doodvonnissen in drie staten onwettig omdat de straf door een rechter in plaats van een jury was vastgesteld. In 2005 verbood het Hooggerechtshof de voltrekking van de doodstraf bij veroordeelden die nog geen achttien jaar waren ten tijde van het misdrijf.

6.2.11 Binnenlandse kwesties

In februari 2004 deed het Hooggerechtshof van Massachusetts een uitspraak ten gunste van het homohuwelijk, en enkele dagen later gaf de burgemeester van San Francisco toestemming voor de voltrekking ervan. President Bush pleitte daarop voor een grondwettelijk verbod op dergelijke huwelijken. De Senaat wees dit voorstel van de hand, maar het Hooggerechtshof van Californië verklaarde de gang van zaken in San Francisco (en de voltrokken homohuwelijken) onwettig. Met zijn stellingname tegen het homohuwelijk bleek Bush een breed publiek aan te spreken. Uiteindelijk bleek de kwestie een belangrijke rol te hebben gespeeld bij de verkiezingen in 2004; in alle 11 staten waar in november een referendum werd gehouden over het homohuwelijk, werd het afgewezen. In maart 2004 nam het Congres een wet aan die bepaalde dat een foetus een persoon is, waarin velen een aanloop zagen naar een verbod op abortus. De onder Clinton aangenomen wet die het wapenbezit aan banden legde, werd in september 2004 ingetrokken.

6.2.12 Rampen

Kort na de aanslagen van 11 september 2001 groeide de angst voor andere terroristische acties, mogelijk met chemische, biologische of nucleaire wapens, toen in oktober 2001 bij media en officiële instellingen brieven werden ontvangen met sporen van het dodelijke miltvuur. Verschillende regeringsgebouwen, waaronder het Capitool, moesten worden ontruimd en gereinigd. Vijf mensen die (direct of indirect) in aanraking met de brieven waren gekomen, kwamen om het leven. De oorsprong van de in New Jersey geposte brieven werd niet gevonden, en er kon geen verband worden gelegd met terroristische groepen. Vermoed werd dat het om een actie van binnenlandse extremisten ging.

Op 12 november 2001 stortte in de New Yorkse wijk Queens (waar veel slachtoffers van de terreuraanslag op 11 september hadden gewoond) een net opgestegen Airbus van American Airlines neer. Alle 260 inzittenden en zeven bewoners kwamen om het leven. Aanvankelijk werd gedacht aan een nieuwe daad van terrorisme en werden weer strenge veiligheidsmaatregelen genomen, maar het bleek een ongeluk te zijn.

In 2002 werden het midden- en zuidwesten getroffen door ernstige droogte en in veel staten braken bosbranden uit. In de omgeving van Denver, Colorado, en in Arizona werden honderden woningen in de as gelegd; in Californië gingen veel eeuwenoude sequoia’s verloren. In oktober 2003 braken in het zuiden van Californië opnieuw talrijke bosbranden uit, die als gevolg van langdurige droogte en hevige wind duizenden woningen in de as legden, 22 mensen kwamen om het leven.

In februari 2003 kwamen zeven astronauten om het leven toen het ruimteveer Columbia bij terugkeer naar de aarde in stukken brak. De oorzaak bleek te liggen in beschadiging van het hitteschild bij de lancering.

Een storing in het elektriciteitsnet in Ohio leidde in augustus 2003 tot urenlange stroomuitval in een groot deel van het noordoosten van de VS en in aangrenzende delen van Canada en trof 50 miljoen mensen. Het energiebedrijf, dat al eerder nalatigheid was verweten, bleek veel geld in het verkiezingsfonds van Bush te hebben gestort.

6.2.13 Begroting en economie

Vanaf 2001 verslechterde de economische situatie. De werkloosheid liep op tot circa 6%. In december 2001 verlaagde de Federal Reserve (de centrale bank) de officiële rente tot 1,75%; in november 2002 tot 1,25% en in juni 2003 zelfs tot 1%, het laagste tarief in 45 jaar.

Het economische klimaat werd in 2002 beheerst door een aanhoudende malaise op de beurs en een reeks boekhoudschandalen. Veel bedrijven, waaronder het energieconcern Enron, dat in december 2001 ten onder ging, en de telecomgigant WorldCom, die in juni 2002 bezweek, bleken hun resultaten kunstmatig te hebben opgeklopt, vaak met goedkeuring van hun accountants. Bush hekelde de moraal van het bedrijfsleven en kondigde strengere wetgeving aan; accountantskantoor Arthur Andersen werd aangeklaagd en moest zijn activiteiten staken. De voorzitter van de SEC, de toezichthouder op de effectenbeurs, moest het veld ruimen. In het najaar van 2002 vroegen United Airlines en verzekeringsbedrijf Conseco uitstel van betaling aan.

In juli 2002 kreeg Bush van het Congres een mandaat om vrijhandelsverdragen af te sluiten (‘fast track’). Tegelijk werden echter de landbouwsubsidies verhoogd en voerden de VS ‘antidumpingheffingen’ in op ingevoerd staal, wat tot een handelsconflict leidde met onder meer de EU en Japan, die de zaak aanhangig maakten bij de WTO. Hierop draaide Washington de plannen deels terug.

In 2002 liep het federale begrotingstekort als gevolg van de afgenomen economische groei, de forse belastingverlagingen van 2001 en de extra uitgaven aan nationale veiligheid op tot ruim 3% van het bbp. Binnen de regering kon echter geen overeenstemming worden bereikt over de belastingplannen voor 2002, als gevolg van uiteenlopende opvattingen over de wenselijkheid van verdere stimulering en de vooral door minister O’Neill van Financiën benadrukte noodzaak van vereenvoudiging van het belastingstelsel. In december 2002 ontsloeg Bush O’Neill en economisch topadviseur Larry Lindsay, om de impasse te doorbreken en in een poging het vertrouwen in de economie te versterken. De president wees de uit het bedrijfsleven afkomstige John Snow aan als opvolger van O’Neill, en voormalig topbankier Stephen Friedman als zijn economische adviseur.

In 2003 kondigde Bush nieuwe belastingverlagingen aan voor in totaal US$ 674 mld (over 10 jaar), waarbij met name de belasting op dividend zou worden geschrapt. Dit zou een stimulans geven aan de economie. Tegelijk vroeg hij meer geld voor defensie, vooral voor geavanceerde wapensystemen. De regering flatteerde daarbij het begrotingstekort door de reserves van de oudedagsvoorziening in te calculeren. Ook de zich aankondigende oorlog in Irak bleef buiten beeld. De begroting stuitte echter op veel verzet, onder meer van Fed-voorzitter Alan Greenspan, en het Congres stemde in mei 2003 in met een gehalveerde belastingverlaging. Het Congres ging in november 2003 akkoord met een uitbreiding van de ziektekostenvergoedingen voor ouderen, maar verwierp de Energiewet, die voorzag in royale subsidies aan olie- en steenkoolbedrijven. Wel werd US$ 87 mld extra gevoteerd voor de oorlog.

Ook veel staten en steden kampten met tekorten. In Californië werd uit woede over slechte voorzieningen en een nieuwe belastingheffing (op auto’s) een referendum georganiseerd om de Democratische gouverneur Gray Davis af te zetten en een nieuwe gouverneur te kiezen. Onder de kandidaten was acteur Arnold Schwarzenegger, die op 7 oktober 2003 na een roerige campagne werd gekozen.

In januari 2004 becijferde het Budgetbureau van het Congres dat het financieringstekort over de komende tien jaar tweemaal zo hoog zou uitkomen als de regering voorspelde. Toch tekende Bush aan de vooravond van de verkiezingen de wet op de vierde belastingverlaging tijdens zijn regeerperiode, waardoor het tekort nog verder zou oplopen. Herhaaldelijk moesten in verband met de sterk stijgende uitgaven, vooral aan de oorlog in Irak en de binnenlandse veiligheid, extra middelen worden gevoteerd en moest het wettelijke plafond voor de staatsschuld worden verhoogd.

Tegenover een aanhoudend hoge groei in 2004 (4,4%) en een teruglopende werkloosheid (tot 5,5%) stond een weer wat oplopende inflatie, een explosief groeiend tekort op de betalingsbalans en een zich versnellende daling van de wisselkoers van de dollar, vooral tegenover de euro. De Federal Reserve verhoogde een aantal malen de rente, tot 2,25% in december. Uit een onderzoek van het Census Bureau, in augustus, bleek dat ondanks de gunstige conjunctuur het aantal armen in de VS in 2003 met 1,3 miljoen was toegenomen, en het aantal mensen zonder ziektekostenverzekering met 1,4 miljoen.

6.3 Presidentsverkiezingen 2004

De voorverkiezingen voor de kandidatuur van de Democratic Party bij de presidentsverkiezingen van november 2004 werden beslist op dinsdag 2 maart 2004, Super Tuesday. John Kerry, senator voor Massachusetts, kwam als grote winnaar uit de bus door overtuigend te winnen in New York, Californië, Ohio en zes andere staten. Na Kerry's overwinning gooide ook de laatst overgebleven Democratische kandidaat, John Edwards, senator voor North Carolina, de handdoek in de ring. Eerder hadden Howard Dean, oud-gouverneur van Vermont, en generaal Wesley Clark, oud-opperbevelhebber van de NAVO, de strijd al opgegeven. Als ‘running mate’ koos Kerry in juli John Edwards.

Van meet af aan ging de campagne meer over karakter en betrouwbaarheid dan over inhoudelijke geschillen over de oorlog in Irak, veiligheid of de economie. Kerry, die in Vietnam had gevochten en was onderscheiden, verweet Bush dat hij zich indertijd aan de oorlog had weten te onttrekken, waarop de Republikeinen indirect probeerden Kerry’s oorlogsverleden in diskrediet te brengen. Kerry wees erop dat onder Bush de werkloosheid was opgelopen en Bush waarschuwde dat Kerry de belastingen zou verhogen. Pas bij de eerste van de politieke debatten verweet Kerry de president een ‘kolossale vergissing’ te hebben begaan met de invasie van Irak; volgens de meeste commentaren kwam hij uit de debatten als overwinnaar naar voren, maar uiteindelijk won Bush’ imago van man van het volk die voor traditionele waarden stond, het van de afstandelijke intelligentie van Kerry. De op 2 november gehouden presidentsverkiezingen werden een overwinning voor zittend president Bush en diens running mate, vice-president Dick Cheney. De Republikeinse strategie om het brede midden van Amerika aan te spreken op conservatieve en godsdienstige waarden, had succes gehad: bij exit polls bleken ‘ethische kwesties’ als abortus en het homohuwelijk voor de meeste kiezers doorslaggevend te zijn geweest.

Bush kreeg 51% van de stemmen en daarmee 286 kiesmannen achter zich tegen Kerry 252. Consumentenactivist Ralph Nader, die dit keer als onafhankelijk kandidaat meedeed aan de verkiezingen, kreeg slechts 0,3% van de stemmen. De opkomst van 60,7% was de hoogste sinds 1960.

6.4 Tweede regeerperiode Bush jr.

Vorige
... | | | | | | | | |
Volgende
Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2008 Microsoft/Het Spectrum