Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar Venetiaanse School [muziek]

Resultaten van Windows Live® Search

  • Venetiaanse school

    Venetiaanse school ... A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z 0-9 Bewerk deze pagina. Venetiaanse School In de late Renaissance (2e helft 16e eeuw) was de muziek van ...

  • Stile Concertato

    In de late Renaissance (2e helft 16e eeuw) was de muziek van de Venetiaanse school van groot belang. In Venetië werd zowel in de muziek als in de schilderkunst een krachtige impuls ...

  • Renaissance-Venetiaanse school

    Venetiaanse school. In de late Renaissance (2e helft 16e eeuw) was de muziek van de Venetiaanse school van groot belang. In Venetië werd zowel in de ...

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search

Venetiaanse School [muziek]

Encyclopedieartikel

Venetiaanse School [muziek], een groep Zuid-Nederlandse en Italiaanse, vnl. te Venetië werkzame componisten die tussen 1520 en 1620 veel hebben bijgedragen tot de ontwikkeling van de belangrijkste vormen van barokmuziek en tot de hegemonie op muziekgebied van Italië in Europa. De bloeitijd van de Venetiaanse muziek begint met de komst van Adriaan Willaert, die in 1527 Pietro de Cá Fossis opvolgde als kapelmeester aan de San Marco. Of Willaert de eerste was die de dubbelkorigheid toepaste, is niet zeker. De miscompositie trad bij ‘de Venetianen’ Willaert, C. de Rore en Zarlino op de achtergrond ten gunste van het motet, de psalm en het Magnificat. Terwijl in de polyfone muziek van de 15de en 16de eeuw het lijnenspel op de voorgrond stond, verschijnt bij de Venetianen de klank als primair element, waaraan de afzonderlijke stemmen ondergeschikt worden gemaakt. Men ging denken in samenklanken, waarvan de werken van de theoreticus en componist G. Zarlino, die de grote en kleine drieklanken als hoofdbestanddelen van de compositie ging beschouwen, een duidelijk bewijs zijn. Na Willaert begon ook de cantus firmus-techniek bij de Venetianen te verdwijnen. Willaert is in zekere zin een overgangsfiguur geweest; hij behandelde de cantus firmus bij voorkeur imitatorisch. De strenge imitatie (zie imitatie) verdween geleidelijk. De vrijere polyfonie opende de weg naar de homofonie. Op wereldlijk gebied was er grote belangstelling voor het madrigaal. De opera verscheen pas in het tweede kwart van de 17de eeuw in Venetië.

Belangrijk is ook dat in Venetië naast de vocale een voorname plaats werd ingeruimd voor de instrumentale muziek. In de eerste plaats kreeg het orgel als solo-instrument betekenis. Organisten aan de San Marco als Claudio Merulo hebben veel bijgedragen tot de ontwikkeling van de toccata en het ricercare. Merulo voegde in de toccata een ricercare in, een procédé dat ten slotte zou leiden tot het ontstaan van preludium en fuga. Het systeem van de dubbelkorigheid werd ook op de instrumentale muziek toegepast, zoals in de Sonate pian e forte van G. Gabrieli, waarbij de afwisseling van de koren met de term piano en het samengaan met de term forte werd aangeduid. Deze ruimtewerking (die overigens ook buiten Venetië werd toegepast) verleende aan de muziek een nieuwe dimensie: diepte. Van de gemengd vocaal-instrumentale bezetting kwam men tot een scheiding van instrumentale en vocale gedeelten in één compositie (deze gedeelten lossen elkaar dus af), wat blijkt uit de in 1615 gedrukte Symphoniae sacrae van G. Gabrieli. Het hoogtepunt en de afsluiting van de Venetiaanse School vormt het oeuvre van Claudio Monteverdi.

De roem van de Venetiaanse School was zo groot dat Duitse componisten als Hassler, Schütz en Aichinger naar Venetië gingen om zich verder te bekwamen. Ook de Duitsers J. Gallus, M. Praetorius en J.C. Demantius werden door de Venetiaanse School beïnvloed.

Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2008 Microsoft/Het Spectrum