![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Vaughan Williams, RalphEncyclopedieartikel
Vaughan Williams, Ralph (Down Ampney, Glos., 12 okt. 1872 – Londen 26 aug. 1958), Brits componist, studeerde aan het Royal College of Music bij Stanford en Parry (compositie, orgel, piano) en voltooide zijn compositiestudie bij Max Bruch in Berlijn (1897) en bij Ravel in Parijs (1908). Meer dan zijn formele opleiding hebben echter zijn studies van de Engelse volksmuziek en de muziek uit het Tudor-tijdperk (Tallis, William Byrd) richting gegeven aan zijn carrière. In 1903 begon hij Engelse volksliederen te verzamelen. Zijn werk aan de English Hymnal (1906), waarvan hij mede-samensteller was, bracht hem in contact met de oude Engelse muziek. Een melodie die hij voor deze hymnenverzameling had getranscribeerd, een melodie van Tallis, vormde het uitgangspunt voor zijn Fantasia on a theme by Thomas Tallis (1910), waarmee hij zijn reputatie vestigde. Als onderzoeker op het gebied van de volksmuziek en de oude muziek was Vaughan Williams geen pionier. Maar hij heeft als geen ander aan de verbreiding van dit nationale cultuurgoed bijgedragen, juist door zijn eigen creatieve verwerking ervan. Deze kan bestaan uit rechtstreekse ontleningen, zoals in de orkestwerken Norfolk rhapsody (1906), In the Fen country (1904, herz. 1935) en Fantasia on Christmas carols (1912), die zijn gebaseerd op bestaande volksmelodieën. Maar zij kan ook bestaan uit toespelingen; hieronder vallen de quasi-folkloristische en schijnbaar geïmproviseerde melodieën van The lark ascending (1914; viool en strijkork.) en A pastoral symphony (3de symfonie, 1921), alsmede het modale contrapunt van de Mis in g (1921; koor a cappella). Naast de muziek van Britse bodem is de Franse muziek, m.n. die van Debussy en Ravel, voor Vaughan Williams van betekenis geweest; daarbij moet gedacht worden aan de belangrijke rol die ook hij aan harmonie en timbre heeft toebedeeld. De voor zijn werk karakteristieke welluidendheid heeft in de vierde (1934) en zesde symfonie (1947) plaats gemaakt voor een sterk dissonant klankgemiddelde. Vaughan Williams geloofde in een kunst die op nationale bodem opbloeit en gevoed wordt door het leven van de gemeenschap. Van dit geloof getuigde hij in zijn boek National music (1934) en in zijn muzikale bijdragen aan nationale en feestelijke gebeurtenissen, zoals de Serenade to music (1938), die was bestemd voor het jubileum van Sir Henry Wood. Zijn belangrijkste historische verdienste is dat hij de Engelse muziek definitief heeft bevrijd van de tot en met Elgar zeer sterke, en door velen als beklemmend ervaren, invloed van het Duitse romantische idioom (zie romantiek). WERK: (behalve de genoemde): Orkest: symfonieën: 1ste: A sea symphony (1909; m. koor; n. W. Whitman), 2de: A London symphony (1913), 5de (1943), 7de, Sinfonia Antarctica (1952; m. koor), 8ste (1955), 9de (1956–1957); ouverture The wasps (1909); Concerto accademico (1925; viool en ork.); concerten voor piano (1931), hobo (1944) en tuba (1954); Suite voor altviool en klein ork. (1934); romance voor harmonica, strijkers en piano (1951). – Ballet: Job; a mask for dancing (1931). – Kamermuziek: strijkkwartet (1944); vioolsonate (1954). – Opera: Hugh the Drover (1914; P. 1924); Sir John in love (1929); The poisoned kiss (1929; P. 1937); Riders to the sea (1932; P. 1937); The pilgrim's progress (1951). – Koor en orkest: Sancta civitas (1925); Five Tudor portraits (1935); Dona nobis pacem (1936); Serenade to music (1938); Hodie (1954). – Koor a cappella: motetten, carols en volksliedbewerkingen. – Liedbundels: On Wenlock Edge (1909; m. strijkkwartet en piano; n. Housman); Ten Blake songs (1957; m. hobo); volksliedbewerkingen.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |