![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search tuba (Lat., = eigenlijk: pijp; trompet), a. een wijd gemensureerde gestrekte trompet met kleine klankbeker bij de Romeinen (een variant van de Griekse salpinx); b. algemene naam voor de wijd gemensureerde koperen bas-blaasinstrumenten behorende tot de bugelfamilie. De naam duidt tegenwoordig de laagste instrumenten van de kopergroep aan in het harmonie-, fanfare- en symfonieorkest. De bastuba in het symfonieorkest heeft een zich sterk verwijdende konische boring, geleidelijk overgaand in een grote klankbeker. Hij heeft een diep ketelmondstuk en is voorzien van drie, vier of vijf ventielen, die resp. 1, y en 1y toon verlagen; het vierde ventiel is een kwartventiel, terwijl het vijfde een correctieventiel is voor lage tonen. De klank is zeer doordringend. Bij de trombonegroep is de tuba vaak de bas. Ondanks de stemmingen (Es, F en Bes) is de tuba geen transponerend instrument. In het symfonieorkest wordt veel de C-tuba gebruikt, maar in harmonie- en fanfare-orkest worden de Es- (ook bombardon of tuba I genoemd) en de Besbas (of tuba II) geprefereerd. De notatie is verschillend in verscheidene Europese landen. De enorme buislengte (Estuba 4,03 m, Bestuba 5,53 m) en de wijde mensuur eisen meer dan enig ander blaasinstrument een fysiek geschikte bespeler. Wagner en Bruckner pasten de bastuba veelvuldig toe (niet te verwarren met de Wagnertuba's, die de typerende boring van de tuba mist). De omvang van de Es-tuba is A1–es1, die van de Bestuba F1– c1 (notatie en klank gelijkluidend). De Bestuba is eigenlijk een contrabastuba. Door de zware en massieve klank in het f en ff wordt deze tuba meer in harmonie- en fanfare-orkesten gebruikt dan in het symfonieorkest. De tenortuba (Ital.: euphonion; Fr.: petite basse; Duits: Baryton; Eng.: euphonium) is een hoge tuba die zowel bij harmonie- en fanfare- als in het symfonieorkest voorkomt. Hij heeft een wijde mensuur, een ketelmondstuk en een naar boven gerichte klankbeker. Dit instrument is niet transponerend (notatie in bassleutel), echter in sommige landen transponerend genoteerd (in vioolsleutel een none hoger dan de klank). De omvang van de tenortuba in Bes is E–bes1. Tot de tuba's behoren voorts de helicon en de sousafoon (zie John Philip Sousa). Een bijzonder wijd gemensureerde vorm van de Bestuba is de keizerbas. De tuba is ontstaan uit de ophicleïde, een militair muziekinstrument dat was gebaseerd op de serpent. W. Wieprecht en J.G. Moritz ontwikkelden (ca. 1835) met toepassing van ventielen de eerste bastuba en later de tenortuba. Omstreeks 1845 werkte Adolphe Sax aan verbeteringen van de koperen blaasinstrumenten, waardoor de saxhoornfamilie (zie saxofoon) ontstond en dit had weer invloed op de ontwikkeling van de tuba.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |