Feiten en cijfers
Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar Thailand

Resultaten van Windows Live® Search

  • thailand.startpagina.nl

    Thailand pagina, alles over reizen in Thailand, reisverslagen, reisorganisaties, tips, foto's, boeddhisme, forum en nog veel meer.

  • THAILAND

    Geografie Algemeen Thailand (officiële naam: Ratcha Anachak Thai, verkorte vorm: Prades of Prathet Thai, Muang-Thai = 'land van de vrije mensen'; tot 1939 in Europa bekend als ...

  • TMreizen Thailand

    Bezoek Thailand met TMreizen ... Thailand draagt niet voor niets de bijnaam 'Land van de Glimlach

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search
Pagina 5 van 6

Thailand

Encyclopedieartikel
Multimedia
Erawan Nationaal ParkErawan Nationaal Park
Artikeloverzicht

5. Toeristische gegevens

Thailand is vooral sinds de jaren zeventig een populaire vakantiebestemming. Het land biedt dan ook een grote keur aan toeristische attracties. Bangkok bezit een groot aantal tempels (wats), voorts een paleizencomplex dat door koning Rama I eind 18de eeuw werd aangelegd (met o.a. het Smaragden Boeddhabeeld), de beroemde drijvende markt (tegenwoordig alleen nog voor toeristen in stand gehouden), een orchideeënkwekerij en een slangentuin. De stad heeft daarnaast met haar vele nachtclubs en massagesalons een bedenkelijke reputatie opgebouwd als trekpleister van het sekstoerisme.

In het centrale gedeelte van Thailand treft men de meeste cultuurschatten van het land aan. Het gebied geldt als de bakermat van de Thaise cultuur met prachtige ruïnes van de oude steden Sukhothai en Ayutthaya. In Sukhothai (‘Dageraad van Geluk’), de eerste hoofdstad van Thailand, treft men in het Sukhothai Historical Park de ruïnes van tempel-, klooster- en paleizencomplexen aan, o.a. dat van de Wat Mahathat uit de 13de eeuw. Ayutthaya was van 1350 tot 1767 het middelpunt van het koninkrijk Siam, waar 33 koningen van verschillende Siamese dynastieën hebben geregeerd. Ook hier is een aantal indrukwekkende overblijfselen van tempel- en paleizencomplexen te zien.

Van de beruchte Birma-Siamspoorweg, de zgn. ‘Dodenspoorlijn’, die in de Tweede Wereldoorlog door geallieerde en Aziatische krijgsgevangenen onder verschrikkelijke omstandigheden werd aangelegd, is het traject Bangkok–Nam Tok, inclusief de brug over de Kwairivier, nog in bedrijf.

In het noordwesten ligt Chiang Mai (‘Roos van de Noordelijke Heuvels’), de tweede stad van Thailand. Het is, hoewel zelf ook bezienswaardig, vooral ook vertrekpunt voor het zgn. jungletoerisme. Van hieruit worden trektochten (‘trekkings’) door het moeilijk begaanbare berglandschap (w.o. het gebied van de ‘Gouden Driehoek’ bij de grens van Laos en Birma) georganiseerd. Een rit op een olifant en een riviertocht op een bamboevlot behoren daarbij vaak tot de attracties.

Het bekendste Thaise vakantieoord is Pattaya (‘Aziës Riviera’), ten zuidoosten van Bangkok, inmiddels uitgegroeid tot een op het massatoerisme ingestelde badplaats. Rustiger badplaatsen zijn Hua Hin en Cha-Am aan de andere kant van de Golf van Thailand.

Het eiland Phuket (‘Parel van het Zuiden’), ca. 900 km ten zuiden van Bangkok, is om zijn witte stranden, overweldigende natuur en boeddhistische tempels eveneens in trek bij toeristen, net als het eiland Ko Samui aan de andere kant van de isthmus.

Het zgn. sekstoerisme nam vanaf eind jaren tachtig een enorme vlucht. Westerse toeristen, m.n. mannen, bezoeken het land voor seks met veelal jeugdige prostituees of jongetjes. In Thailand zouden minstens 36 000 minderjarige meisjes als prostituee werkzaam zijn.

6. Geschiedenis

De exodus van Thai uit Zuid-China naar het toen door de Khmer gedomineerde Zuidoost-Aziatische continent vanaf het begin van de 13de eeuw werd versneld nadat de Mongolen in 1253 het Thai-staatje Nan-Tsjao overmeesterden.

6.1 Eerste Thaise rijk

In Zuidoost-Azië ontstonden Thaise stadstaten, o.m. Chiang Mai en Sukhothai. In 1275 kreeg Rama Khamheng van Sukhothai de hegemonie over heel Thailand (in Europa traditioneel bekend onder de naam Siam). Zijn rijk omvatte het tegenwoordige Thailand en een deel van Noord-Malakka. In 1350 verplaatste Rama Thibodi de hoofdstad van Sukhothai naar Ayutthaya. Chiang Mai, Ayutthaya en Sukhothai betwistten elkaar de hegemonie, in welke conflicten Thailands buren, Birma en Cambodja, zich mengden. Deze periode van Thailands geschiedenis eindigde in 1569, toen Ayutthaya in handen viel van de Birmaanse vorst Bayinaung.

6.2 Birmees vazalschap

In 1584 maakte de Thaise vazal van Birma, Phya Naret, zich in Ayutthaya los van zijn meesters, gebruik makend van een intern Birmaans conflict. Hij besteeg in 1590 als Naresuen de Thaise troon.

In de 17de eeuw had Thailand het bij herhaling met Birma aan de stok. De situatie werd nog gecompliceerd, omdat o.m. de koningen Prasat Thong en diens zoon Narai het land voor de buitenlandse handel openstelden, wat erop neerkwam dat Britten, Hollanders, Portugezen en aanvankelijk ook Japanners tegen elkaar werden uitgespeeld. Aan het eind van de 17de eeuw werd Thailand geleidelijk betrokken in de Brits-Franse tegenstellingen in de Golf van Bengalen. Het gebied trok toen allerlei avonturiers aan, zoals de Griek Constantine Phaulkon, raadgever van Narai, die aanvankelijk de Britten, later echter de Fransen steunde. Aldus ontstond eind 1688 het gevaar voor een volkomen Franse dominantie, die slechts werd verhinderd door een nationalistisch verzet. Na de dood van Narai (1689) besteeg de leider daarvan, Phra Petraja, de troon.

6.3 Thaise expansie

Thailand zocht nu tot in het midden van de 18de eeuw uitbreiding in de richting van Cambodja, wat het in conflict bracht met Cambodja's andere buur, Vietnam. In april 1767 viel Ayutthaya in Birmaanse handen en werd het verwoest. De rol die Phya Naret en Phra Petraja eerder hadden gespeeld, werd nu vervuld door de uit Ayutthaya ontkomen Phya Tak. Hij liet zich nog in 1767 tot koning kronen. Ca. 1770 had hij heel Thailand weten te verenigen. In 1782 werd de krankzinnig geworden Tak vermoord. De nieuwe vorst werd zijn proconsul in Khmer, Phya Chakri, die als Rama I de troon besteeg. De regeringen van Rama I (1782–1809) en Rama II (1809–1824) werden beheerst door Thailands pogingen Khmer en Laos te overheersen. Vooral Vietnam, onder Gia Long tot eenheid gekomen, was hierbij Thailands tegenspeler. In 1845 werd Khmer onder gemeenschappelijke Thais-Vietnamese suzereiniteit gesteld. Tijdens Rama IV Mongkut (1851–1868) raakte Thailand verwikkeld in de Brits-Franse tegenstellingen om het glacis van China. Mongkut en zijn opvolgers speelden Engeland en Frankrijk tegen elkaar uit. Het Bowring-verdrag met Engeland (1855) was het begin van de ‘unequal treaties’, op grond waarvan het Westen extraterritorialiteit en lage douanetarieven bedong. Mongkut en zijn opvolger Rama V Chulalongkorn (1868–1910) moderniseerden het land. De immigratie van Chinezen, die geleidelijk in handel en ambacht gingen overheersen, nam toe. In 1893, na een Franse vlootdemonstratie, stond Thailand zijn gebied ten oosten van de Mekong aan Frankrijk af. In 1904 kreeg Frankrijk de soevereiniteit over Luang Prabang en in 1907 die over de Cambodjaanse provincies Siem Reap en Battambang. In ruil hiervoor stond het in feite de extraterritorialiteit af, iets wat Engeland in 1909 deed, toen het de suzereiniteit over vier staten in Noord-Malakka verwierf. De regering van Rama VI Maha Vajaravudh (1910–1925) was gekenmerkt door een vooral tegen de Chinezen gerichte nationalistische agitatie.

Aan het feodale regime van Rama VII Prahadjipok (1925–1935) brachten de gevolgen van de wereldcrisis van 1930 de genadeslag toe. Op 24 juni 1932 ondernamen 57 proclamatoren een coup, waarna een grondwet werd afgekondigd. In 1934 mislukte een contraputch, waarna Rama VII abdiceerde. De proclamatorengroep bestond uit twee stromingen, gesymboliseerd door Pridi Panomyong en de latere maarschalk Pibul Songgram. De eerste was een westers denkende ‘liberaal’. Pibul daarentegen vertegenwoordigde de door Rama VII om financiële redenen ontslagen malcontente ambtenaren en militairen. Uiteindelijk kregen de proclamatoren onderling conflicten. In 1938 kwam Pibul aan de macht. Hij stimuleerde het nationalisme van zijn volk, gaf zijn land officieel de naam Thailand (tot dan Siam genaamd) en ondernam pogingen het economische leven te ‘thaiseren’, dwz. de Chinezen te elimineren. In zijn buitenlandse politiek, die tot doel had alle gebieden waar Thai-volken woonden bij Thailand te voegen, oriënteerde hij zich op Japan. Begin 1941 kreeg hij na een Japanse bemiddeling in het door de Japanners aangestookte Thais-Franse grensoorlogje grote delen van de gebieden die Thailand eerder aan Frankrijk moest afstaan, terug. Eind 1941 schaarde Thailand zich in de Pacific-oorlog aan Japanse zijde (zie Tweede Wereldoorlog § 3.10). Nog in 1944 werd Pibul, toen het duidelijk was dat Japan de oorlog zou verliezen, opzij geschoven en als premier vervangen door Aphaiwong, een pion van Pridi, die als regent voor de minderjarige Rama VIII Ananda Mahidol (1935–1946) heimelijk met de geallieerden samenwerkte. Na de Tweede Wereldoorlog moest Thailand de streken die het na 1940 had verworven, weer aan Frankrijk afstaan. Toen Rama VIII in 1946 onder onopgehelderde omstandigheden de dood vond, was het met Pridi's invloed gedaan: hij werd min of meer ervan beticht de dood van de koning te hebben gewild.

Vorige
| | | | |
Volgende
Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2009 Microsoft/Het Spectrum