![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Pagina 2 van 2
Tachtigjarige OorlogEncyclopedieartikel
Artikeloverzicht
Introductie; 1. Historische problematiek; 2. Eerste tijdperk: de algemene Opstand (1566–1576); 3. Tweede tijdperk: de scheuring (1576–1588); 4. Derde tijdperk: de aanvang van het militaire succes (1588–1609); 5. Vierde tijdperk: consolidatie en overwinning (1621–1648)
Al dadelijk werd de Republiek, samen met Engeland, bedreigd door de komst van de Armada. De nederlaag van deze Spaanse oorlogsvloot in 1588 betekende een politieke en militaire heroriëntatie van Filips II, waarbij het accent werd verlegd naar bemoeienis met Frankrijk; bovendien had de oorlog in de Nederlanden hem in ernstige betalingsmoeilijkheden gebracht. Naast haar zeemacht kreeg de Republiek nu voor het eerst ook een bruikbaar leger, hervormd en aangevoerd door prins Maurits. Beide hadden de steun van een krachtig bestuur onder leiding van Johan van Oldenbarnevelt. Te land nam Maurits het offensief, waarbij de steden en vestingen in het Noorden, buiten Holland, Zeeland en Friesland, waar nog Spaanse troepen lagen, tussen 1590 en 1597 geleidelijk werden veroverd. Ter zee moest de inspanning nu vooral op de verdediging worden gericht, tegen de Duinkerker kapers, van de zich snel ontwikkelende handel en scheepvaart (1590 Middellandse Zee, 1595 Oost-Indië). De Republiek was nu een mogendheid van betekenis, waarmee Frankrijk en Engeland in 1596 een drievoudig verbond sloten, haar zo de facto erkennende als onafhankelijke staat. In 1598 overleed Filips II; hij liet ‘De Nederlanden’ over aan zijn dochter Isabella, die gehuwd was met aartshertog Albrecht van Oostenrijk. De aartshertogen hebben in feite slechts over de Zuidelijke Nederlanden geregeerd. De oorlog met de Republiek ging gewoon door. Een aanval van de Republiek over land op Duinkerke mislukte (Slag bij Nieuwpoort, 1600), terwijl Spínola successen behaalde (Oostende, 1604). Toch voelde men zich nu sterk genoeg voor een offensief over zee, eerst onder Engelse leiding (Cádiz, 1596), maar weldra geheel op eigen kracht (Pieter van der Does, 1599), wat uitliep op een volledige zege (Jacob van Heemskerck in de Slag bij Gibraltar, 1607). Ten slotte leidden vredesonderhandelingen in 1609 tot een wapenstilstand, het Twaalfjarig Bestand, waarbij de onafhankelijkheid van de Republiek de facto werd erkend.
Na het Bestand hernieuwde Spanje zijn poging de Republiek te bedwingen, die was verzwakt door inwendige twisten en de dood van Van Oldenbarnevelt (1619), terwijl Maurits sterk was verouderd. Het leger berustte in het defensief; Gulik (1622) en Breda (1625) gingen verloren. Wel werden de bondgenootschappen met Frankrijk en Engeland deels hersteld (actie ter zee tegen La Rochelle, 1624), terwijl Maurits' opvolger Frederik Hendrik, na het vertrek van Spínola, begon met een veroveringstocht van steden in het oosten en zuiden ('s-Hertogenbosch, 1629). Een poging van de Spaanse vloot in Zeeland door te dringen, eindigde met haar ondergang (Slag op het Slaak, 1631), evenals de tocht van een tweede Armada, die door Tromp bij Duins werd vernietigd (1639). In 1631 liep de opvolger van Spínola, Hendrik van den Bergh, openlijk naar de Staatsen over en smeedde met Carondelet en andere edelen een complot om de Zuidelijke Nederlanden te verdelen tussen Frankrijk en de Republiek. Den Haag ging niet op het voorstel in, het complot kreeg in het Zuiden weinig bijval en mislukte ten slotte. De steden langs de Maas, Venlo, Roermond en Maastricht, konden echter wel door Frederik Hendrik worden ingenomen (1632). In 1637 werd tevens Breda veroverd. In 1646 veroverden de Fransen Duinkerke. In de laatste dertig jaar vielen de Tachtigjarige en de Dertigjarige Oorlog samen; keizerlijke troepen kwamen de Spanjaarden te hulp en Duitse protestanten kregen steun van de Republiek. Beide partijen verlangden naar vrede, die na drie jaar onderhandelen bij de Vrede van Münster (1648) tot stand kwam. De Republiek werd geheel onafhankelijk, zowel van Spanje als van het Duitse Rijk, behield al haar veroveringen en mocht de Schelde afsluiten, terwijl in Oost- en in West-Indië de status-quo gehandhaafd bleef. De Zuidelijke Nederlanden keerden terug onder direct gezag van Madrid.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
|||||||||||||||||||||||
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |