Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar Sharon, Ariel

Resultaten van Windows Live® Search

  • NOVA - Biografie: Ariel Sharon

    NOVA is het nieuws- en actualiteiten programma van de NPS en de Vara. ... De onderwerpen van vanavond verschijnen rond 18:00u op dit scherm. NOVA is iedere uitzenddag live te ...

  • Ariel Sharon

    Ariel Sharon Ariel Sharon - Wikipedia Features a biography of former Israeli political leader Ariel Sharon. Ministry of Foreign Affairs: Ariel Sharon

  • Ariel Sharon - Wikipedia

    Ariel Sharon (Kfar Malal, 27 februari 1928) is een Israëlisch politicus en was van 17 februari 2001 tot 11 april 2006 de premier van Israël. Op die laatste datum is door de ...

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search

Sharon, Ariel

Encyclopedieartikel
Multimedia
Ariel SharonAriel Sharon

Sharon, Ariel, of Ariël Sjaron (Kefar Malal, bij Tel Aviv, 1928), Israëlisch militair en politicus, werd in 2001 premier van Israël.

Sharon, zoon van immigranten uit de Kaukasus, volgde een militaire loopbaan, en was o.a. veiligheidsofficier in de Hagana en het Israëlische leger. Tot 1957 leidde hij Eenheid 101, die vergeldingsaanvallen tegen Palestijnen uitvoerde. Na in 1958 in de generale staf te zijn opgenomen, kreeg hij in 1964 het noordelijke commando. In oktober 1973 werd hij commandant van de centrale sector in de Sinaï, in welke hoedanigheid hij de gewaagde tocht over het Suezkanaal ondernam, die een nederlaag in de Oktoberoorlog voorkwam (zie Midden-Oosten). Namens het Likud-blok werd hij in de Knesset gekozen en in het eerste kabinet-Begin (1977–1981) had hij als minister van Landbouw grote invloed op het nederzettingenbeleid in de bezette gebieden. In 1981 werd hij minister van Defensie en als zodanig gold hij als de voornaamste architect van de Israëlische inval in Libanon (1982) met als doel de PLO uit Libanon te verdrijven. Na medeverantwoordelijk te zijn gesteld voor de massamoorden in de Palestijnse kampen Sabra en Shatila moest hij in 1983 zijn post op Defensie opgeven. Hij bleef echter minister zonder portefeuille. In 1984 werd hij minister van Handel en Industrie en in 1990 van Volkshuisvesting. In die hoedanigheid was hij verantwoordelijk voor de bouw van de meeste joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook sinds de bezetting in 1967. Na de zware verkiezingsnederlaag van het Likud-blok in juli 1992 verdween hij als minister.

Van 1996 tot 1999 was hij in het kabinet-Netanyahu minister van Infrastructuur. In 1999 volgde hij Netanyahu op als partijleider. Zijn controversiële bezoek aan de Tempelberg in september 2000 vormde de aanleiding tot het uitbreken van de Tweede Intifadah. Sharon behoort tot de rechtervleugel van het Likud-blok. Hij geldt als een havik, is voorstander van de Groot-Israël-gedachte en een fel tegenstander van de Oslo-akkoorden met de PLO.

Bij de premierverkiezingen van februari 2001 bracht Sharon de afgetreden premier Ehud Barak van de Arbeidspartij een verpletterende nederlaag toe en werd zelf premier. Direct na zijn aantreden verhardde de Israëlische politiek ten opzichte van de Palestijnen en escaleerde het geweld aan beide zijden. Na de terroristische aanslagen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten probeerde Sharon de Palestijnse leider Yasser Arafat steeds meer persoonlijk verantwoordelijk te stellen voor de zelfmoordaanslagen. Sharon besloot elk contact met Arafat te verbreken en hem niet langer als gesprekspartner te aanvaarden. De harde lijn die Sharon volgde tegenover de Palestijnen, leidde in de loop van 2002 tot vernietiging van de infrastructuur in de steden in de autonome gebieden en herbezetting van praktisch alle steden op de Westelijke Jordaanoever. In oktober 2002 viel Sharons kabinet van nationale eenheid na een conflict over de financiering van de nederzettingen. Ondanks beschuldigingen dat hij illegale fondsen had geaccepteerd tijdens zijn campagne in 1999 om tot partijleider gekozen te worden, won Sharon opnieuw de parlementsverkiezingen van januari 2003. Hij vormde een regering met een sterk rechtse signatuur.

Onder invloed van de escalatie van geweld in Israël en de Palestijnse gebieden en het falen van de door de VS, Rusland, de VN en de EU opgestelde ‘routekaart’ naar vrede lanceerde Sharon begin 2004 het plan om alle Israëlische nederzettingen in de Gazastrook te ontruimen en in ruil daarvoor de grote verstedelijkte nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever te behouden. Zowel in Israël als in de Palestijnse gebieden wekte het plan grote beroering. Israëliërs protesteerden fel tegen de voorgenomen ontruiming van de nederzettingen in de Gazastrook, terwijl voor de Palestijnen het door Israël inlijven van de grote nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever onverteerbaar was. De Amerikaanse president Bush sprak in een brief aan Sharon zijn steun uit voor het plan, maar in een door Likud op 2 mei gehouden referendum stemde 60% van de partij tegen. Nadat Sharon vlak voor de stemming in het kabinet de twee ministers van de Nationale Unie, verklaarde tegenstanders van zijn ontruimingsplan, had ontslagen, nam het Israëlische kabinet op 6 juni een sterk uitgekleed plan aan om eind 2005 de joodse nederzettingen in de Gazastrook te ontruimen. Slechts door het schrappen van concrete stappen en tijdschema's en van het bevriezen van bouwactiviteiten uit zijn oorspronkelijke plan wist Sharon de meerderheid van het kabinet achter zich te krijgen. Uit protest tegen de aanname van het plan stapten twee van de drie ministers van de Nationale Religieuze Partij uit de regering. Hiermee was Sharon zijn meerderheid in het parlement kwijt.

Op 1 december 2004 ontsloeg Sharon de vijf ministers van de tweede regeringspartij Shinui, omdat zij tegen de begroting voor 2005 hadden gestemd. Vervolgens vormde hij een nieuw kabinet met de Arbeidspartij van Shimon Peres, die een groot voorstander was van Sharons plan de joodse nederzettingen in de Gazastrook te ontruimen, en met de kleine partij Verenigd Thora-Jodendom. Dit kabinet, met Shimon Peres als vice-premier, kreeg op 10 januari 2005 de goedkeuring van het parlement.

De dood van Yasser Arafat eind 2004 leidde tot een nieuwe fase in de relatie tussen Israël en de Palestijnen. Begin 2005 kwamen Sharon en de nieuwe Palestijnse president Mahmoud Abbas een ‘periode van kalmte’ overeen, waarbij terreurorganisaties als Hamas en de Islamitische Jihad toezegden zich van terreuracties te zullen onthouden. Daarop besloot Sharon eenzijdig tot de terugtrekking – van kolonisten en het leger – uit de Gazastrook. De maatregel kreeg internationaal veel bijval, ook al bleef Sharon over zijn verdere plannen vaag, maar riep binnen Israël veel verzet op, ook binnen zijn eigen partij. Niettemin slaagde Sharon erin de terugtrekking te voltooien. Het verzet binnen zijn partij, vooral gedragen door minister van financiën Benjamin Netanyahu, bracht Sharon ertoe Likud te verlaten, en een nieuwe partij op te richten, Kadima (‘Voorwaarts’), waarmee hij hoopte bij de voor 2006 voorziene verkiezingen zijn plannen verder te kunnen uitwerken.

Op 18 december 2005 werd Sharon na een lichte hersenbloeding in het ziekenhuis opgenomen. Na enkele dagen hervatte hij zijn werkzaamheden, maar begin januari 2006 trof een zware beroerte hem, die hem volledig uitschakelde. Vice-premier Ehud Olmert nam de taken van Sharon over. Nadat het kabinet Sharon op 11 april 2006 ‘permanent onbekwaam’ had verklaard, werd Olmert op 14 april 2006 – honderd dagen nadat Sharon incapabel was om te regeren officieel interim-premier. Bij de parlementsverkiezingen in maart 2006 bracht Olmert de door Sharon opgerichte partij Kadima naar een overwinning, al waren de 28 zetels minder dan verwacht; Likud behaalde 11 zetels.

WERK: Ariel Sharon, warrior. An autobiography (1989; met David Chanoff).

Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2008 Microsoft/Het Spectrum