![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Suk, Josef (Křečovice 4 jan. 1874 – Benešov 29 mei 1935), Boheems (Tsjechisch) componist en violist, studeerde bij o.a. Antonín Dvořák, met wiens dochter hij trouwde. In 1892 richtte hij met K. Hoffmann, O. Nedbal en O. Berger het Boheems Strijkkwartet op, waarmee hij tot 1933 ruim 4000 concerten gaf. In 1922 werd hij hoogleraar compositie, in 1930 directeur van het Praagse conservatorium. Tot de symfonie Asrael (1906) staat zijn werk sterk onder invloed van Dvořák. Daarna worden vorm, thematiek en expressie gecompliceerder en doen polyfone elementen hun intrede, m.n. in zijn symfonische werken, die het zwaartepunt van zijn oeuvre vormen en qua instrumentatie tussen laat-romantiek en impressionisme in staan. Zijn kleinzoon Josef (Praag 8 aug. 1929), eveneens violist, maakte van 1951 tot 1968 deel uit van het door hem opgerichte Suk Trio en vormde daarna een duo met J. Katchen. WERK: Orkest: Dramatische ouverture (1892); Serenade (1892, v. strijkork.); symf. in E. (1899); suite (1900); Fantastisch scherzo (1903); Fantasie (1903, v. viool en ork.); Epiloog (1933, symf. cantate); versch. symf. gedichten. – Kamermuziek: pianokwartet (1891); pianotrio (1891); pianokwintet (1893; herz. 1915); 2 strijkkwartetten (1896, 1912); wrk. v. viool en piano. – Voorts: piano- en toneelmuz.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |