Zie ook:
Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar Spaanse muziek

Resultaten van Windows Live® Search

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search

Spaanse muziek

Encyclopedieartikel
Multimedia
El amor brujo, van Manuel de FallaEl amor brujo, van Manuel de Falla
Artikeloverzicht

Introductie

Spaanse muziek, overzicht van de kunstmuziek en volksmuziek uit Spanje.

1. Kunstmuziek

1.1 Geschiedenis

Tot de oudste kunstmuziek van Spanje behoort de muziek van de mozarabische liturgie, een – dramatischer – variant van het gregoriaans met Byzantijnse, Arabische, Ambrosiaanse en andere elementen; deze liturgie handhaafde zich tot in de 12de eeuw in Toledo. Omstreeks 800 stichtte Ziryab te Córdoba een zangschool; zijn manier van zingen en improviseren is belangrijk geworden voor het latere cante hondo (zie flamenco). Uit de christelijke bedevaartplaats Santiago de Compostela stamt het oudst bekende driestemmige vocale stuk: het Congaudeant catholici (eerste helft 12de eeuw). De wereldlijke muziek werd in deze tijd beoefend door juglares (troubadours), die het korte heldenlied propageerden en liederen zongen die betrekking hadden op de hoofse liefde. Het hoogtepunt van deze liedkunst vormen de (13de-eeuwse) naar het religieuze omgebogen 420 Cantigas de Santa María van koning Alfons X. Uit de 14de eeuw dateert het mysteriespel van Elche, muziek met een sterk archaïserend oosters en mozarabisch karakter en met een zelfde soort wendingen als die welke voorkomen in het cante hondo en in de saeta's, religieuze volksliederen die in Andalusische plaatsen op Goede Vrijdag tijdens het voorbijtrekken van de processie worden gezongen. In de 15de eeuw namen de liederen over de nederlagen van de Moren een grote plaats in. Een omvangrijke collectie kerkmuziek, klaagzangen, liederen (totaal 460) is samengebracht in de Cancionero del Palacio. De belangrijkste componist was Juan del Encina. De 16de eeuw is in Spanje vooral de eeuw van de luit en de vihuela geweest. De voornaamste componisten voor de luit waren Luis Milan (leerboek El Maestro, 1536), Luis de Narvaéz, Diego Pisador en Miguel de Fuenllana. Het Spaanse muzikale mysticisme bloeide in de kerkmuziek van Cristobál de Morales, Francisco Guerrero, Bartoloméo Escobedo, Pedro de Escobar en vooral in die van Tomás Luis de Victoria (Ital.: da Vittoria), die rechtstreeks verwees naar Palestrina en de Romeinse school. De voornaamste organist en klavecinist van de 16de eeuw was Antonio de Cabezón, hoforganist van Filips II. Miguel de Fuenllana schreef muziek voor de vijfkorige vihuela, uit welk instrument zich in de 17de eeuw de guitarra española ontwikkelde.

Het systeem voor antifonale dubbelkoren, dat zich in Venetië had ontwikkeld, sloeg over naar Spanje. Filips II had al in de kerk van El Escorial acht orgels laten opstellen op verschillende plaatsen en bij vier grote orgels ook een koor. T.L. de Victoria had naast zijn Missa pro Victoria (9-st. met b.c.) 20 dubbelkoren (8-st.) en 3 tripelkoren (12-st.) geschreven; hij werd hierin nagevolgd door Mateo Romero (16-st. psalmen en 12-st. missen) en J.B. Comes (ruim 300 meerkorige werken, waaronder een 16-st. Miserere). De wereldlijke vocale muziek ging in de regel niet boven 3 of 4 stemmen uit. De meest voorkomende vormen waren de romance en de canzona. De oudste met muziek bewaard gebleven Spaanse opera dateert uit 1662: Celos aun del aire matan van Juan Hidalgo, op tekst van Pedro Calderón de la Barca.

1.1.1 18de eeuw

In de 18de eeuw kwam de Spaanse muziek bijna geheel onder invloed van de Italiaanse. Domenico Scarlatti ging naar Spanje, waar hij grote invloed uitoefende op Spaanse klaviercomponisten als Antonio Soler. In deze eeuw begon ook de bloei van de Spaanse lichte opera, de zarzuela. Het Italiaanse intermezzo (korte opera) vond navolging in de tonadilla (tweede helft 18de eeuw), met als belangrijkste vertegenwoordigers B. de Laserna, Pablo Esteve, L. Misón, J. Valledor en M. Garcia. Rousseaus melodrama Pygmalion werd het voorbeeld voor talrijke Spaanse melógos, te beginnen met Guzmán el Bueno (1790) van Tomás de Iriarte. De instrumentale muziek werd vnl. beoefend in de adellijke huizen; het was vooral kamermuziek, op welk terrein de Italiaan Luigi Boccherini, die zich in 1769 te Madrid vestigde, uitblonk.

1.1.2 19de en 20ste eeuw

In de eerste helft van de 19de eeuw zocht de vocale muziek aansluiting bij de folklore (bolero, enz.). Italiaanse en Franse opera's verdrongen het nationale muziektheater. Eind 19de eeuw ging ook de Spaanse instrumentale muziek zich op de volksmuziek inspireren. De stoot hiertoe gaf de componist-musicoloog Felipe Pedrell door zijn manifest Por nuestra música (1891). Het zijn vooral drie Frans- en Spaans-folkloristisch beïnvloede componisten geweest die de Spaanse muziek wereldfaam hebben bezorgd: Albéniz, Granados, beiden Catalanen, en de Andalusiër De Falla. Gemakkelijk aansprekende muziek (vooral voor piano) componeerde de Andalusiër Joaquín Turina. Joaquín Nin heeft zich verdienstelijk gemaakt met de uitgave van oude Spaanse meesters en bewerkingen van folkloristische muziek. Van de rond de eeuwwisseling geboren generatie traden als componist op de voorgrond Oscar Esplá, de fijnzinnige Federico Mompou, Manuel Infante, Ernesto Halffter, leerling van De Falla, Joaquín Rodrigo, vooral bekend geworden door zijn gitaarconcerten, Francisco Pujol, tevens musicoloog, en Roberto Gerhard, die aansloot bij de Weense School. De wat jongere Xavier Montsalvatge verwerkte folkloristische elementen. Van de componisten geboren in de jaren twintig en dertig, zijn te noemen: José María Mestres-Quandreny, Enrique Raxach (sinds 1969 Nederlander) en de leden van de in 1958 in Madrid opgerichte Grupo Nueva Música: Ramón Barce, Cristóbal Halffter, Antón García-Abril, Luís de Pablo (die in 1965 de groep Alea oprichtte, die zich toelegde op o.m. collectieve improvisatie), Fernando Ember, Manuel Moreno Buendía, Enrique Franco en Manuel Carra. Tot de in de jaren veertig geboren generatie behoren de componisten Tomás Marco, Arturo Tamayo en Eduardo Polonio.

De bekendste Spaanse musicus uit de 20ste eeuw is de cellist Casals.

Vorige
|
Volgende
Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2008 Microsoft/Het Spectrum