Zie ook:
Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar soefisme

Resultaten van Windows Live® Search

  • Soefisme

    Introductie in de Soefibeweging van Hazrat Inayat Khan.

  • Soefisme in de Islam

    Soefisme in de Islamitische mystiek - Het oorspronkelijk Soefisme - "De islamitische mystiek - ook soefisme (Ar.: tasawwuf) genoemd - stamt vermoedelijk al uit de tijd van ...

  • Soefisme - Wikipedia

    Het soefisme (ook wel tasawwoef en Sufi) is een mystieke traditie die zijn oorsprong heeft in de vroege Islam. Een aanhanger van het soefisme heet een soefi.

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search

soefisme

Encyclopedieartikel
Multimedia
Religieuze soefimuziek uit SyriëReligieuze soefimuziek uit Syrië
Artikeloverzicht

Introductie

soefisme, benaming voor verschillende mystieke stromingen in de islam (niet te verwarren met de moderne soefibeweging), afgeleid van het woord soef (Arab., = wol), naar de wollen pijen die de vroegste mystici (soefi's) droegen.

1. Leer

Vanaf het ontstaan van de islam waren er individuen die door persoonlijke vroomheid, meditatie, ascese en het veelvuldig gedenken van God (dzikr) een diepere godsdienstige beleving trachtten te bereiken. Centraal stond hierbij de idee van de liefde voor God, bezongen in de mystieke poëzie. Er ontstonden verschillende stromingen die hun eigen methoden hadden om de liefde voor God te uiten: bijv. door intens godsvertrouwen, door het voortdurend lofprijzen van God, door ascese en intensieve godsdienstoefeningen zoals vasten en bidden. Het doel van deze mystieke oefeningen werd beschreven als het opgaan in Hem, met verlies van eigen identiteit (fana’). De mysticus al-Halladj (gest. 922) drukte deze ervaring uit met de volgende versregel: ‘Ik zag mijn Liefde met de ogen van mijn hart/En Hij zei: ‘Wie ben je?’ Ik zei: ‘Jij!’’ De eenwording met God en de daarmee samenhangende extase werden vaak beschreven in termen van dronkenschap en roes.

2. Ontwikkeling

De Koran biedt slechts weinig aanknopingspunten voor mystieke beschouwing, maar naarmate de islam zich uitbreidde naar oost en west, groeide in islamitische kringen de invloed van de Indische en christelijke mystiek. In de 10de en 11de eeuw schreven mystici als al-Kalabadzi (gest. 990), al-Koesjairi (gest. 1074), al-Hoedjwiri (gest. 1071) de eerste handleidingen voor het soefisme. De opgave van de mysticus werd voorgesteld als het volgen van een pad dat langs verschillende halteplaatsen (makam) tot eenwording met God leidt.

Spirituele oefeningen geconcentreerd rond bepaalde deugden (bijv. inkeer en berouw, godsvertrouwen, wereldverzaking, nederigheid, geduld) onder leiding van een gids (sjeich, moersjid, pir) konden de mystieke reiziger op (moerid, derwisj, fakir) van halteplaats tot halteplaats brengen. Bij elke halteplaats behoort een dieper bewustzijn (hal) dat God de mysticus kan verlenen. Dit wordt vaak beschreven in termen van het wegnemen van sluiers die het zicht op de werkelijkheid belemmeren. Het einde van de weg, het opgaan in God, gaat gepaard met een intuïtief doorzien van de werkelijkheid. Vaak verleent God in dat geval ook de gave wonderen te verrichten.

Bepaalde stromingen in het soefisme stelden de door mystieke ervaringen verkregen kennis hoger dan de kennis ontleend aan de openbaring, met het gevolg dat zij minder belang hechtten aan het naleven van de islamitische plichtenleer. De hoofdstroom ging er echter vanuit dat het volgen van de islamitische wet de basis voor mystieke ervaring vormde. Een van de belangrijkste theoretici van dit orthodoxe soefisme was de Perzische geleerde en mysticus Aboe hamid Mohammed Al-Ghazali (gest. 1111).

In de 13de eeuw ontwikkelde de uit het islamitische Spanje afkomstige Ibn al-Arabi (gest. 1240) de theorie dat God zich door middel van zijn eigenschappen in de schepping manifesteert en op deze wijze een is met Zijn schepping. Deze leer, aangeduid met de term ‘eenheid van het bestaande’ (wahdat al-woedjoed), gaf de mogelijkheid van eenwording en opgaan in God een theoretisch fundament.

Vanaf de 12de eeuw werd het soefisme een massabeweging. Er ontstonden ordes of broederschappen (tarika, weg) elk gebaseerd op een bepaalde mystieke methode die toegeschreven wordt aan een beroemd mysticus waaraan de orde ook zijn naam ontleent (zie ook derwisj).

De activiteiten van deze tarika's zijn vaak geconcentreerd in gebouwencomplexen (ribat, zawia, chanakah) waar de sjeichs, de geïnitieerde broeders en de novicen samenleven en die als centra fungeren voor mystieke bijeenkomsten en festiviteiten (hadra, dzikr), waar door middel van het veelvuldige herhalen van de namen van God, ritmische bewegingen en soms muziek en dans een extase bereikt wordt. Deze verbreiding van het soefisme gaat ook gepaard met heiligenverering: de stichters van de ordes en andere vooraanstaande sjeichs, van wie overgeleverd is dat ze wonderen verricht hebben, worden als heiligen vereerd en hun wordt om bemiddeling bij God gevraagd.

Soefi-ordes bestaan nog steeds in vrijwel de gehele islamitische wereld. Hoewel ze in Turkije in 1925 bij de wet verboden verklaard zijn, worden zij daar nu weer oogluikend toegelaten.

Het soefisme is een essentieel onderdeel van de islam. Het biedt moslims de mogelijkheid tot een meer emotionele beleving van hun godsdienst dan de meer op de wet georiënteerde vormen van de islam. Hoewel ook veel godsdienstgeleerden soefi's waren, bestaat er toch een spanning tussen bepaalde praktijken en opvattingen van het soefisme en de orthodoxe islam. Dit geldt o.m. voor muziek en dansen tijdens soefi-bijeenkomsten, voor de heiligenverering en de daarbij behorende rituelen en pantheïstische opvattingen ( ‘alles is God, ook de mens’) die ten onrechte van de theorie van Ibn al-Arabi afgeleid werden.

Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2008 Microsoft/Het Spectrum