![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Pagina 2 van 2
Artikeloverzicht
Reeds in de 17de eeuw zijn de eerste aanzetten te vinden van een antislavernijbeweging, en wel in de kringen van verontruste christelijke groepen, in het bijzonder de quakers en de mennonieten. In de 18de eeuw zijn het piëtisme en de Verlichting de twee grote stromingen die de strijd tegen de slavernij algemeen maken. De strijd richtte zich aanvankelijk vooral tegen de slavenhandel. Het (economisch) getij voor verzet tegen de slavernij was gunstig: de West-Indische suikerproductie kreeg grote concurrentie van de Europese suikerbietencultuur; voor grondstoffen uit en afzetmarkten in Afrika, waaraan de industrie nu grote behoefte had, was orde en rust in dit werelddeel noodzakelijk. In Groot-Brittannië waren het de methodisten, geleid door Thomas Clarkson en William Wilberforce, die in 1787 de Society for the Abolition of the Slave Trade oprichtten. Reeds in 1772 had de Britse opperrechter Lord Mansfield in de vermaarde zaak Somersett de uitspraak gedaan dat een slaaf die in Groot-Brittannië voet aan wal zette, vrij was. Daarmee was een eerste slag toegebracht aan de vooral in Liverpool bloeiende handel. Maar tot een algeheel verbod kwam het pas in 1807 en, meer stringent, in 1811. In 1814 werd door Groot-Brittannië, in samenwerking met de Verenigde Staten, waar zich eenzelfde ontwikkeling had voorgedaan, een controle op de smokkelhandel ingesteld. Ook in de Verenigde Staten waren het de christenen, onder wie de beroemde quaker John Woolman, die met de protesten begonnen. Speciaal in de Verenigde Staten had men de discrepantie gevoeld tussen het groeiende eigen vrijheidsbewustzijn en de beknotting van dit recht bij gekleurde medemensen. Dit alles had geleid tot een afschaffing van de slavernij in de noordelijke staten en tot een landelijk verbod van slavenhandel vanuit Afrika, ingaande 1 januari 1808. In Frankrijk was in 1788 een Société des Amis des Noirs opgericht en de Franse Revolutie, die een jaar later uitbrak, leidde tot een principiële afkeuring van de slavernij, die overigens in de praktijk niet veel resultaat had. Het humanitaire elan van de late 18de eeuw leidde wel overal tot een verbod van de slavenhandel, maar niet tot een definitief einde van de slavernij. In de romantiek, met haar herwaardering van de gelede, sociaal gestratificeerde maatschappij en de menselijke diversiteit, leek het stelsel van de slavernij weer op te bloeien, hier en daar ook begunstigd door een economische opleving. Pas in die tijd verschenen de grote apologieën van het slavensysteem, die zich soms op de Bijbel, soms op de oudheid en een enkele keer ook op de leer van de verschillende oorsprongen van de mensheid beriepen. Maar ook de aanval op de slavernij bleef doorgaan. In Groot-Brittannië leidde hij het eerst tot succes. Wilberforce had daar in 1823 de Anti-Slavery Society opgericht en bleef sterke pressie uitoefenen. In 1833 werd de grote Abolitiewet aangenomen, de kroon op het werk van Wilberforce, die in dat zelfde jaar stierf (zie ook abolitionisme). In Frankrijk kwam het tot afschaffing tijdens de revolutie van 1848; in het liberale tijdvak dat volgde, kwamen ook andere landen tot de grote stap, Nederland in 1863, Portugal in 1878, Brazilië in 1888. Nergens ging de afschaffing met zulke grote moeilijkheden gepaard als in de Verenigde Staten, waar het zuiden en het noorden in 1861 in de Burgeroorlog verwikkeld raakten. President Abraham Lincoln schafte de slavernij af per 1 januari 1863, maar dit was alleen een oorlogsmaatregel, geldend voor de nog door de Geconfedereerde Staten bezette gebieden. Met het 13de amendement op de grondwet, aangenomen in 1865, kwam er voorgoed een einde aan de slavernij in het gehele land. Sindsdien heeft de slavernij zich alleen nog kunnen handhaven in bepaalde delen van Azië en Afrika, in het bijzonder in Arabië, waar tot diep in de 20ste eeuw zwarte slaven uit Afrika werden ingevoerd. Een onderzoek van de Volkenbond in 1930 wees uit dat in Liberia slavernij nog in zwang was, en wel ten bate van de grote rubbermaatschappij Firestone. In Ethiopië schafte keizer Haile Selassie de slavernij in 1931 formeel af. In het algemeen is thans de slavernij in de eigenlijke zin des woords, namelijk de mens als eigendom van een ander, wel grotendeels verdwenen. Wel treft men daar waar een diepe kloof bestaat tussen rijk en arm, tussen blank en zwart, tussen machthebbers en machtelozen, nog situaties aan die met semi-slavernij zouden kunnen worden betiteld.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
||||||||||||||||||||
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |