Zie ook:
Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar Sjostakovitsj, Dmitri

Resultaten van Windows Live® Search

  • Dmitri Sjostakovitsj [Classic FM]

    Dmitri Dmitrijevitsj Sjostakovitsj of, zoals vaak geschreven wordt, Shostakovich, werd in 1906 geboren in Leningrad, thans Sint-Petersburg. Hij speelde al op heel jonge leeftijd ...

  • www.sjostakovitsj.nl

    Dmitri Sjostakovsky

  • Dmitri Sjostakovitsj - Wikipedia

    Dmitri Dmitrijevitsj Sjostakovitsj , Russisch : Дмитрий Дмитриевич Шостакович ( Sint-Petersburg , 25 september 1906 – Moskou , 9 augustus 1975 ) was ...

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search

Sjostakovitsj, Dmitri

Encyclopedieartikel
Multimedia
Strijkkwartet nr. 8 van SjostakovitsjStrijkkwartet nr. 8 van Sjostakovitsj

Sjostakovitsj, Dmitri, voluit: Dmitri Dmitrijevitsj Sjostakovitsj (St.-Petersburg 12 [25] sept. 1906 – Moskou 9 aug. 1975), Russisch componist, studeerde op aanbeveling van Glazoenov aan het conservatorium te Leningrad piano (bij L.W. Nikolajev) en theorie en compositie (bij M.O. Steinberg). In 1927 behaalde hij een erediploma bij het eerste Internationale Chopin-concours te Warschau. Als compositieleraar was hij verbonden aan de conservatoria van Leningrad (1937–1941; 1945–1948) en Moskou (1943–1949). Van 1939 tot 1948 maakte hij deel uit van het presidium van het genootschap van Sovjet-componisten. Als componist trok hij reeds in 1926 de aandacht met zijn eerste symfonie, weldra gevolgd door een groot aantal werken, w.o. de opera Lady Macbeth van Mtsensk (n. Leskov; 1934), waarin de invloed van de toenmalige moderne West-Europese muziek tot uiting komt. In 1936 echter werd hem in het officiële partijblad Pravda verweten dat zijn muziek bourgeois, decadent en gewild modern aandeed, reden waarom Sjostakovitsj deze opera en nog een aantal werken moest terugnemen (in 1962 kwam hij met een herziene versie van de opera, die onder de titel Katarina Izmailova in 1963 in Moskou in première ging). Met de uitvoering van zijn vijfde symfonie in 1937 wist hij zich volledig te rehabiliteren. Ondanks zijn pogingen om in grote symfonische werken als de zevende (Leningrad) (1942) en achtste (Stalingrad) (1943) symfonie een bijdrage te leveren aan een nationale Sovjetmuziek, moest hij zich in 1948, tezamen met Prokofjev, opnieuw verantwoorden voor het centrale partijcomité, dat hem naar aanleiding van zijn negende symfonie (1945) van neoclassicistisch maniërisme beschuldigde. Als reactie ontstond toen het oratorium Het lied der bossen (J. Dolmatovski; 1948), dat in 1949 met de Stalinprijs werd bekroond. Sedertdien gold hij als een der meest vooraanstaande Sovjetcomponisten. Na zijn dood werd het symfonieorkest van Leningrad naar hem genoemd en zijn woonhuis in Moskou werd Sjostakovitsj-museum. In 1979 ontstond grote opschudding toen in de Verenigde Staten het boek Testimony (Ned. vert.: Getuigenis, 1980) verscheen, volgens de samensteller Solomon Volkov de uit de Sovjet-Unie gesmokkelde gedenkschriften van de componist, waarin bittere kritiek op het leven daar werd geuit. Als ‘tegenwicht’ werd in 1980 in de Sovjet-Unie gepubliceerd D. Sjostakovitsj o vremeni i o sebe (= D. Sjostakovitsj over zijn tijd en over zichzelf), een door M. Jakolev samengestelde bundel van autobiografische, muziek-kritische en cultuur-politieke geschriften (vnl. verschenen in dagbladen) uit het tijdvak 1926–1975.

Zwaartepunt van Sjostakovitsj’ omvangrijk oeuvre vormen zijn vijftien symfonieën ((1925–1971), waarin de lijn BeethovenBerlioz– Mahler wordt voortgezet. Karakteristiek voor zijn muziek is een – dikwijls aan Tsjaikovski ontleend – lyrisch pathos, waarmee ogenblikken van bijtende satire en vaak moedwillig triviale thematiek contrasteren. In de instrumentatie toonde Sjostakovitsj zich het meest oorspronkelijk.

Sjostakovitsj' zoon Maxim (Sint-Petersburg 10 mei 1938) is dirigent in de Verenigde Staten.

WERK: (behalve de genoemde): Orkest: concert voor piano, trompet en strijkorkest (1933); 2 suites voor jazz-orkest (1934; 1938); 2 vioolconcerten (1947–1948); 1967); 2de pianoconcert (1957); 2 celloconcerten (1959; 1966). – Kamermuziek: Prelude en Scherzo (1924–1925; strijkoctet); 15 strijkkwartetten (1938–1974); pianokwintet (1940); 2 pianotrio's (1923; 1944); sonates v. cello (1934), viool (1968) en altviool (1975). – Piano solo: 2 sonates (1926; 1943); 24 preludes (1932– 1933); 24 preludes en fuga's (1950–1951). – Opera: – De neus (1927–1928; n. Gogol); Moskva Tsjerjomoesjki (1958, operette). – Koor en ork.: De executie van Stepan Razin (1964; cantate). – Liederen: Uit de joodse volkspoëzie (1948; geork. 1963); Michelangelo-suite (1974). – Voorts: balletmuziek (De gouden eeuw, 1930), filmmuziek (Nieuw-Babylon, 1928–1929; De val van Berlijn, 1949; Hamlet, 1963–1964) en toneelmuziek.

Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2008 Microsoft/Het Spectrum