![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Schütz, HeinrichEncyclopedieartikel
Schütz, Heinrich (ook [Lat.]: Sagittarius) (Köstritz a.d. Elster 14 okt. 1585 – Dresden 6 nov. 1672), Duits componist, studeerde eerst rechten, daarna met een stipendium in Venetië muziek bij Giovanni Gabrieli (tot diens dood in 1612). In 1613 werd hij hoforganist in Kassel, in 1617 Hofkapellmeister in Dresden, welke functie hij 55 jaar zou bekleden. Wel heeft hij in die tijd herhaaldelijk verlof gekregen tot het maken van reizen, o.m. (1627–1629) naar Italië, driemaal naar Kopenhagen (1633–1635, ca. 1637, 1642–1645); in de laatstgenoemde stad waren de toestanden veel gunstiger dan in Dresden, waar in verband met de Dertigjarige Oorlog de hofkapel tot tien man werd ingekrompen. Na 1656 werd Schütz ten dele vrijgesteld en vestigde hij zich te Weissenfels om zich aan het componeren te wijden. Hier voltooide hij het Weihnachtsoratorium (1664), de Johannes- en de Matthäuspassion (1665, 1666). Tot zijn belangrijkste leerlingen behoren Adam Krieger en Christian Bernhard. Schütz hield enerzijds vast aan de traditionele a cappella-stijl, anderzijds stond hij open voor het nieuwe: reeds in 1611 had hij een bundel vijfstemmige madrigalen gepubliceerd en na zijn tweede reis naar Italië bracht hij de reeds door Schein en Scheidt voorbereide protestantse monodie tot bijzondere uitdrukkingskracht. Zijn belangrijkste werken, de drie Passionen, die geen aria's en koralen hebben en waarvan koren en recitatieven zonder instrumentale begeleiding gezongen dienen te worden, worden gekenmerkt door dramatische kracht, realisme en levendige ritmiek; dezelfde kenmerken treft men aan in zijn oratorische werken, zoals Die sieben Worte. De grote verdienste van Schütz ligt in het feit dat hij de nieuwe verworvenheden van de Noord-Italiaanse muziek (de ‘concerterende’ stijl, de basso continuo-praktijk) weliswaar in Duitsland heeft geïntroduceerd, maar daarbij nimmer de polyfone Nederlands-Duitse traditie heeft vergeten. In navolging van de esthetische vernieuwingen van de Italiaanse vroeg-barokke monodie (Monteverdi) streefde hij ernaar de muziek in dienst te stellen van de tekst zowel in zijn Latijnse religieuze werken als in de Duitse composities. De woorden worden naar hun belangrijkheid en betekenis door muzikaal-retorische accentuering onderscheiden en door een expressieve harmoniek ondersteund. Van zijn scènische compositie Daphne (1627), die als eerste Duitse opera geldt, is alleen de tekst van Opitz bewaard gebleven. Van zijn gehele oeuvre is minder dan de helft behouden. WERK: (gedrukte, en behalve de genoemde): Psalmen Davids sampt etlichen Moteten und Concerten mit 8 und mehr Stimmen nebst andern zweyen Capellen op. 2 (1619); Historia der fröhlichen und siegreichen Aufferstehung... op. 3 (1623); Cantiones sacrae op. 4 (1625; 4-stemmige Lat. motetten); Psalmen Davids op. 5 (1628); Symphoniae sacrae, I op. 6 (1629; 1–3-stemmige Lat. concerterende motetten); Musicalische Exequien op. 7, Deutsche Begräbnis-Missa (1636); Kleine geistliche Konzerte op. 8 en 9 (2 dln., 1636–1639); Symphoniae sacrae, II op. 10 (1647; 3–5-stemmig); Musicalia ad Chorum Sacrum op. 11 (1648; 5–7-stemmig); Symphoniae sacrae, III op. 12 (1650; 5–8-stemmig); 12 geistliche Gesänge op. 13 (1657; met o.a. een 4-stemmige Deutsche Messe); Historia der freudenreichen Geburt Gottes... (1664). – Voorts (o.a.): Die sieben Worte Jesu am Kreuze (geschr. 1645?); Deutsches Magnificat (1671; 4-st.); psalmen, gelegenheidswerken. UITG: Verz. wrk., d. Ph. Spitta (16 dln., 1885–1894; 2 suppl.-dln., d. A. Schering en H. Spitta, 1909–1929), nieuwe versies d. G. Graulich e.a. (1955 vv.) en d. W. Breig e.a. (1971 vv.).
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |