![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Pagina 2 van 3
Russische RevolutieEncyclopedieartikel
Artikeloverzicht
De socialisten, in twee kampen verdeeld, dat van de socialisten-revolutionairen en dat van de sociaaldemocraten, welke groeperingen onderling ook weer verdeeld waren, bleken echter meer invloed op de massa te hebben dan de liberalen. Naar het voorbeeld van Petrograd richtten zij overal in het land sovjets op, die hun de massaorganisatie verschaften die zij onder het oude bewind niet hadden kunnen opbouwen. Omdat er nog een enorme chaos heerste, was van een werkelijke organisatie nog weinig sprake en derhalve trachtten zij de verspreide sovjets in één verband te brengen door middel van provinciale en landelijke congressen. Het eerste al-Russische radencongres, dat in juni bijeenkwam, koos een centraal uitvoerend comité, dat tegenover de voorlopige regering optrad als vertegenwoordiger van alle sovjets.
De positie van de voorlopige regering was zwak. De doema, op grond van een niet langer aanvaard censuskiesrecht gekozen, was van het toneel verdwenen, evenals de politie. Het gezag van de legerofficieren werd onder de soldatenraden gesteld, overeenkomstig het befaamde Bevel nr. 1 van de Petrograadse sovjet. In feite bestond er een dyarchie, waarbij het plaatselijke bestuur veelal door de sovjets werd uitgeoefend. Het programma van de voorlopige regering: een liberale staatsvorm, voortzetting van de oorlog, geen opheffing van het grootgrondbezit, had weinig aantrekkelijks voor de massa en sloeg niet aan.
Een betoging tegen de oorlogsgezinde minister Pavel Miljoekov in april 1917 (de ‘aprildagen’) maakte duidelijk dat de voorlopige regering zich niet zou kunnen handhaven zonder deelneming van de socialisten. Op 5 mei werd een coalitieregering gevormd waarin de socialisten Kerenski en Tsereteli de invloedrijkste ministers waren, die de strijdvaardigheid van het leger wilden opvoeren en de bondgenoten bewegen tot een compromisvrede. Deze politiek van de gematigde socialisten werd heftig bestreden door de bolsjeviki (zie bolsjevisme). Hun leider, Lenin, wees elk contact met de overige socialisten af en propageerde: alle macht aan de sovjets, vrede zonder annexaties, brood en land.
Kerenski bereidde als minister van Oorlog door propaganda een offensief in Galicië voor, dat 1 juli begon en 6 juli in een zware nederlaag uitmondde. Het nieuws van dit offensief verwekte in Petrograd een oproer onder de leuze ‘alle macht aan de sovjets’ (3–16 juli). Het centrale uitvoerende comité van de sovjets weigerde evenwel voor de druk van de bolsjeviki, die de leiding van de spontane revolte hadden genomen, te zwichten, mede onder invloed van de door de voorlopige regering geuite beschuldiging dat Lenin een Duits agent was. De beweging verliep en werd door regeringsgetrouwe troepen onderdrukt. De bolsjevistische partij werd verboden, de leden werden vervolgd. Lenin vluchtte, Lev Trotski werd gearresteerd. De na de julidagen gevormde nieuwe coalitieregering onder Kerenski hield vast aan het oude programma, dat door de nederlaag in Galicië en de weigering van de bondgenoten om vredesonderhandelingen te beginnen niet voor verwezenlijking vatbaar was gebleken. Liberalen en conservatieven, die hun invloed hoopten te herwinnen via een militaire dictatuur, hielden het oog gevestigd op de opperbevelhebber, generaal Kornilov, die op 27 augustus in opstand kwam en troepen naar Petrograd dirigeerde. Zijn soldaten, bewerkt door de socialisten, pleegden echter massaal insubordinatie en de putsch mislukte. De nederlaag kwam niet de regering ten goede, maar de bolsjeviki.
In afwachting van de verkiezingen voor de constituerende vergadering, die steeds werden uitgesteld, trachtte Kerenski steun te vinden bij een ‘democratische conferentie’ en vervolgens bij een ‘raad van de republiek’. Hij kreeg steeds minder vat op het land; in feite ontstond er door zijn besluiteloos optreden een machtsvacuüm. De boeren gingen in veel sterkere mate dan al het geval was landgoederen in bezit nemen, terwijl de fabrieksarbeiders zich in groten getale onder de vlag van de bolsjeviki schaarden, die dan ook in de stadssovjets van Petrograd en Moskou de meerderheid kregen.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |