Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Pagina 3 van 3
ruimtevaartEncyclopedieartikel
Artikeloverzicht
Verschillende West-Europese landen hebben in 1975 de Europese ruimtevaartorganisatie ESA gesticht, waarin de eerdere organisaties voor ruimteonderzoek ESRO en raketontwikkeling ELDO zijn opgenomen. Daarnaast zijn in opdracht van ESA door de Europese industrie het bemande ruimtelaboratorium Spacelab en de Ariane-draagraket ontwikkeld. De ESA werkt ook mee aan het internationale ruimtestation ISS. In 2002 lanceerde ESA de Envisat (afk. voor Eng. Earth Observing Environmental Satellite), de duurste Europese satelliet ooit (2,3 miljard euro). Envisat is in feite een veelzijdiger opvolger van de Europese ERS 1 en ERS 2, die in de jaren negentig werden gelanceerd. In 2003 lanceerde ESA de Mars Express, de eerste Europese ruimtesonde naar Mars. In december werd vanuit de Mars Express de Beagle 2 neergelaten om op Mars te landen. Na zijn vertrek werd echter het contact om onbekende reden verbroken. In september 2003 lanceerde ESA de Smart 1, Europa’s eerste sonde naar de Maan. Deze kwam in november 2004 in de gewenste maanbaan terecht en maakte twee maanden later zijn eerste opnamen. In 2004 bracht ESA de ruimtesonde Rosetta in de ruimte voor onderzoek aan de komeet 67 P/Churyumov-Gerasimenko. Ook bereikte dit jaar de Europese instrumentencapsule en lander Huygens, dat onderdeel is van de Amerikaanse ruimtesonde Cassini, de planeet Saturnus. Op eerste kerstdag maakte Huygens zich van Cassini los en op 14 januari 2005 landde hij succesvol op het oppervlakte van de grote Saturnusmaan Titan. Nog in bedrijf zijn verder de ruimtesondes SOHO en Ulysses (zonne-onderzoek) en de röntgensatelliet XMM-Newton.
Sinds 1970 lanceert de Chinese Volksrepubliek eigen kunstmanen met eigen raketten. Op 24 april 1970 ging de Mao 1 omhoog, een lichte wetenschappelijke kunstmaan met een massa van 173 kg. De kunstmaan zond het lied Het oosten is rood uit. Voor deze en volgende lanceringen werden en wordt gebruik gemaakt van raketten van het type Lange Mars. Op 26 november 1975 ging de China 5 omhoog, de eerste Chinese kunstmaan, waarvan de capsule naar de aarde kon terugkeren. De capsule werd na vijf dagen geborgen. Dit type satelliet wordt gebruikt voor het maken van fotografische opnamen, die zowel voor militaire doeleinden als voor de economie van belang zijn. Op 8 april 1984 lanceerden de Chinezen hun eerste telecommunicatiekunstmaan, de China 15. De 450 kg wegende satelliet kwam in een vrijwel cirkelvormige baan om de aarde, op 36 000 km boven de evenaar. De omlooptijd is hier 24 uur, zodat de satelliet boven hetzelfde punt van de aarde blijft hangen en dus ideaal is voor het verzorgen van verbindingen in een groot gebied. De experimentele kunstmaan werkte twee jaar. De Chinezen bieden hun draagraketten Lange Mars 2 en Lange Mars 3 op de wereldmarkt aan voor het lanceren van kunstmanen van derden. De Lange Mars 2 is vooral geschikt om satellieten tot 2,5 ton in een lage baan om de aarde te brengen. De Lange Mars 3 kan lichte communicatiesatellieten van ca. 0,5 ton naar een geostationaire baan brengen op 36 000 km hoogte. China is na Rusland en de Verenigde Staten de derde natie die op eigen kracht astronauten in de ruimte heeft gebracht. Yang Liwei verbleef op 14 oktober 2003 21 uur in de ruimte in een Shenzhou-capsule. Op 12 oktober 2005 lanceerde China voor de tweede maal in zijn geschiedenis een bemand ruimtevaartuig (de Shenzhou VI-capsule) met aan boord twee austronauten (taikonauten; afgeleid van het woord taikong, ruimte). Zij bleven vijf dagen in de ruimte. De Shenzhou-capsules (letterlijk: hemels vaartuig) zijn afgeleid van de Russische Sojoez.
In Japan houden twee organisaties zich met ruimtevaart bezig: ISAS (Institute of Space and Astronautical Science) en NASDA (National Space Development Agency). ISAS concentreert zich op de ontwikkeling van lichte wetenschappelijke satellieten, die met betrekkelijk eenvoudige en lichte raketten (Mu-serie) worden gelanceerd, zoals de röntgensatellieten gelanceerd in 1979, 1983 en 1987, en een verkenner (Planet-A) van de komeet Halley, die de komeet in maart 1986 passeerde. In 1990 werd een kleine satelliet (Hagoromo, 10 kg) in een baan om de maan gebracht, maar de zender bleek niet te werken. Satellieten voor radioastronomisch onderzoek, voor zonneonderzoek en voor de verkenning van de planeet Venus staan op het programma. NASDA ontwikkelt satellieten voor praktische toepassingen en de daarvoor benodigde zwaardere draagraketten (N-serie en H-serie), zoals Kiku 2 (de eerste geostationaire kunstmaan van Japan, 1977); Himawari (geostationaire weersatelliet, 1977); experimentele communicatiesatelliet (1977); Yuri (communicatiesatelliet, 1978); Himawari-2 (geostationaire weersatelliet, 1981); Sakura 2a en 2b (geostationaire communicatiesatellieten, beide 1983); Momo-1 (marine-observatiesatelliet, 1987). Japan heeft twee lanceerbases: Tanegashima Space Center op het eiland Kyushu en Tsukuba Space Center op het eiland Honshu. NASDA's H-2-raket kan tot 2 ton in een geostationaire baan brengen. Deze baan (op 36 000 km hoogte) is m.n. geschikt voor communicatie- en weerkunstmanen die in deze 24-uurs baan boven hetzelfde punt van de equator blijven 'hangen'. Japan werkt met andere landen samen in het Internationaal ruimtestation. In 1998 lanceerde Japan de ruimtesonde Nozomi naar Mars; in 2003 werd besloten de sonde op te geven, omdat ze niet in een goede baan te brengen was rond Mars. Nozomi zou metingen doen aan de zonnewind bij Mars.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
|||||||||||||||||||||||||||||
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |