Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar Reger, Max

Resultaten van Windows Live® Search

  • Max Reger

    artikelenserie over de componist Max Reger, door musicoloog en componist Harry Mayer, eerder verschenen in Mens en Melodie ... De sonates van Max Reger voor onbegeleid ...

  • Max Reger

    Max Reger ... A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z 0-9 Bewerk deze pagina. Max Reger Johann Baptist Joseph Maximilian Reger (geb. 19.3.1873 in Brand/Oberpfalz - gest ...

  • Max Reger – Wikipedia

    Max Reger (* 19. März 1873 in Brand ; † 11. Mai 1916 in Leipzig ; eigentlich Johann Baptist Joseph Maximilian Reger ) war ein deutscher Komponist , Pianist und Dirigent

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search

Reger, Max

Encyclopedieartikel

Reger, Max, officieel: Johann Baptist Joseph Maximilian (Brand 19 maart 1873 – Leipzig 11 mei 1916), Duits componist, pianist, organist, dirigent en pedagoog, kreeg lessen van de organist Adalbert Lindner, op wiens voorspraak hij in 1890 leerling van Hugo Riemann werd, eerst in Sondershausen, later in Wiesbaden, waar hij tot 1896 aan het conservatorium piano, orgel en theorie doceerde. In 1905 werd hij in München leraar orgel aan het conservatorium en in 1907 compositieleraar aan het conservatorium te Leipzig en muziekdirecteur van de universiteit aldaar. Eredoctoraten werden hem verleend door de Universiteiten van Jena (1908) en Berlijn (1910; in de medische faculteit). Met zijn benoeming tot dirigent van de Meininger Hofkapelle in 1911 begon een periode waarin hij een aantal belangrijke orkestwerken componeerde. In 1914 noopte een zenuwaandoening hem zijn succesvolle dirigentenloopbaan te beëindigen. Wel ondernam hij nog tal van concertreizen, terwijl hij tevens in Leipzig bleef doceren.

Niet minder opmerkelijk dan zijn creatieve productie, die in omvang slechts met die van de 18de-eeuwse componisten te vergelijken valt, zijn de verschillende invloeden (Beethoven, Chopin, Liszt) die Reger als componist heeft ondergaan. Evenals Brahms toont hij een voorliefde voor de traditionele, klassieke vormen en de polyfonie van J.S. Bach en diens voorgangers. Strijdig hiermee is zijn op Wagner geënte chromatiek, waarin de grenzen van de tonaliteit kunnen vervagen en die een uitweg zoekt in een voor Reger kenmerkend spel van voortdurend en welhaast rusteloos moduleren.

Met name in het werk uit zijn middenperiode (1901–1911) leidt deze kunstmatig opgedreven harmonische spanning tot een overladenheid, die voor de toehoorder soms uitermate moeilijk is te vatten. In deze zin is Reger ongewild de laatste voorloper geworden van Schönberg en Alban Berg. In latere jaren is vooral de kennismaking met het werk van Debussy van betekenis geweest voor een meer doorzichtige schrijfwijze zoals bijv. in de Ballettsuite (1913) merkbaar is. Naast een romantische instelling staat Regers zin voor mathematische ordening en intellectuele materiaalbehandeling, die in de strenge vorm van sommige orgelwerken het best tot uiting komt. Als zodanig heeft zijn werk aantrekkingskracht uitgeoefend op Hindemith, Honegger en een aantal leerlingen, onder wie Joseph Haas en Othmar Schoeck.

WERK: (behalve het genoemde): Orkest: symfonie in d (1890; onvolt.); Sinfonietta op. 90 (1904–1905); Serenade op. 95 (1905–1906); Variaties en fuga op een thema van Joh. Adam Hiller op. 100 (1907); idem op een thema van W.A. Mozart op. 132 (1908); Symfonische proloog voor een tragedie op. 108 (1908); Lustspielouvertüre op. 120 (1911); Romantische Suite op. 125 (1912); Böcklin Suite op. 128 (1913); twee romances v. viool en ork. op. 50 (1900); vioolconcert op. 101 (1907–1908); pianoconcert op. 114 (1910). – Kamermuziek: twee pianokwintetten (1898; 1901); twee pianokwartetten (1910; 1914); trio v. piano, viool en altviool op. 2 (1891); idem v. piano, viool en cello op. 102 (1907); acht vioolsonates; Suite im alten Stil v. viool en piano op. 93 (1906; v. ork. bew. 1916); drie cellosonates; twee klarinet-sonates; strijksextet op. 118 (1910); klarinetkwintet op. 146 (1915–1916); zes strijkkwartetten; twee serenades v. fluit, viool en altviool; twee strijktrio's; drie Duos im alten Stil v. twee violen op. 131b (1914); werken voor viool-solo; drie suites voor altviool-solo op. 131d (1915); drie suites voor cello-solo op. 131c (1915). – Piano: variaties en fuga over een thema van Beethoven op. 86 (v. twee piano's; 1904; voor ork. bew. 1915); introductie, passacaglia en fuga (v. twee piano's, 1906); 12 Walzer-Capricen (v. piano 4-h., 1892); 6 Burlesken (v. piano 4-h., 1901); 6 Stücke (v. piano 4-h., 1906); Aus der Jugendzeit (1895); 5 Humoresken (1896); Bunte Blätter (1899); 6 Intermezzi (1900); 7 Silhouetten (1900); variaties en fuga over een thema van J.S. Bach (1904); Aus meinem Tagebuch (4 dln. 1904; 1906; 1911; 1912); 4 Sonatinen (1905); variaties en fuga over een thema van G.Ph. Telemann (1914); Träume am Kamin (1915). – Orgel: phantasie en fuga over Bach (1900); Symfonische Phantasie und Fuge (1901); 12 Stücke op. 59 (1901); 52 leicht ausführbare Vorspiele (1902); introductie, passacaglia en fuga (1913); koraalfantasieën, preludes en fuga's. – Vocaal: Der 100. Psalm (1908–1909; v. koor en ork.); Die Weihe der Nacht (1911; v. alt-solo, mannenkoor en ork.); An die Hoffnung (1912; voor mezzo-sopr. solo en ork.); Hymnus der Liebe (1914; v. bar.-solo en ork.). – Voorts: koorwerken a capella, liederen. – Geschriften: Beiträge zur Modulationslehre (1903; vele herdr.).

Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2008 Microsoft/Het Spectrum