Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar Rameau, Jean Philippe

Resultaten van Windows Live® Search

  • Jean Philippe Rameau

    Jean Philippe Rameau ... Jean-Philippe Rameau Jean-Philippe Rameau gedoopt 25.9. 1683 in Dijon - gestorven 12.9. 1764 in Parijs

  • Stichting Huygens-Fokker: Jean-Philippe Rameau

    Jean-Philippe Rameau heeft de roem ruimschoots gekend en er volop van genoten. Die roem was verdiend. Niet alleen getuigt een groot oeuvre, rijk van omvang en rijk van inhoud, van ...

  • Rameau Jean-Philippe

    Rameau Jean-Philippe : page sur le compositeur Jean-Philippe Rameau sur le site pour les amateurs de piano, informations sur les pianistes, compositeurs, partitions, concerts et ...

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search

Rameau, Jean Philippe

Encyclopedieartikel

Rameau, Jean Philippe (Dijon ged. 25 sept. 1683 – Parijs 12 sept. 1764), Frans componist en muziektheoreticus, werd in 1701 naar Milaan gezonden om de Italiaanse muziek te leren kennen, maar keerde reeds in 1702 naar Frankrijk terug en werd organist aan de kathedraal in Clermont-Ferrand. In 1706 begaf hij zich naar Parijs, waar hij het eerste boek van zijn Pièces de clavecin publiceerde. Toen hem de organistenplaats aan de Ste-Madeleine-de-la-Cité ontging, keerde hij terug naar Dijon (1709), waar hij vervanger werd van zijn vader als organist. In 1715 werd hij weer organist in Clermont-Ferrand; daar schreef hij zijn beroemde Traité de l'harmonie. In 1722 vestigde hij zich in Parijs. De première (1733) van zijn eerste opera, Hippolyte et Aricie, op tekst van Pellegrin (naar Racines Phèdre), vestigde zijn reputatie. Hij ging tevens verder met het publiceren van een reeks muziektheoretische traktaten, die hem naam als muziekgeleerde bezorgden. Toen echter de opkomende generatie van intellectuelen zich van de Franse traditionele muziek afwendde en de luchtiger en moderner Italiaanse operabuffa prefereerde, werd Rameau het mikpunt van hun kritiek (o.a. van Jean-Jaques Rousseau). In 1764 werd hij in de adelstand verheven.

Rameau was een rationalist voor wie ook esthetische ervaringen een logische, duidelijk aanwijsbare oorzaak moesten hebben. Zo wierp hij zich met hartstocht op de muziektheorie, om aan te tonen dat de harmonie, m.n. de grote drieklank, op eenvoudige wijze uit geluidsleer en aritmetiek te verklaren is. Zijn ideeën hebben grote invloed gehad binnen de ontwikkeling van de theorie van de harmonische tonaliteit.

Als componist stond hij sterk onder invloed van de Franse opera- en klaviertraditie. De vormen van de opera en het ballet bleven vnl. die van Lully en Campra; ook de aard van de libretto's veranderde nauwelijks. Toch vond Rameau een persoonlijke stijl: zijn recitatief is veel rijker en dramatischer dan dat van Lully. De aria's zijn soms eenvoudig, soms zeer dramatisch of elegisch. Het koor neemt een belangrijke plaats in. Rameau was en is terecht beroemd om zijn balletmuziek. Hier weerspiegelt zich alle gratie van het tijdperk-Louis XV. Was het ballet bij Lully vooral decoratief en weinig dramatisch geweest, bij Rameau werd het steeds meer in de handeling opgenomen. In zijn latere werken neigt het ballet tot een dramatische pantomime in vrije vorm; Pygmalion (1748) is daarvan reeds een voorbeeld. Rameaus grootste werken ontstonden voor 1740. Daarna trad in de Europese muziek een belangrijke verandering van smaak en stijl in. Deze evolutie heeft de componist slechts in zijn werken voor klavecimbel kunnen volgen.

WERK: Kamermuziek: Pièces de clavecin en concerts, avec un violon ou une flûte, et une viole ou un deuxième violon (1741). – Klaviermuziek: Premier livre de pièces de clavecin (1706); Pièces de clavecin avec une méthode pour la mécanique des doigts (1724); Nouvelles suites de pièces de clavecin avec de remarques sur les différents genres de musiques (ca. 1728); La Dauphine, pièce de clavecin (1747). – Tragédies lyriques: Samson (ca. 1733); Hippolyte et Aricie (1733); Castor et Pollux (1737); Dardanus (1739); Zaroastre (1749); Linus (1751). – Opéras-ballet: Le temple de la gloire (1745); Les fêtes de Polymnie (1745); Le surprise de l'amour (1748); La guirlande (1751); Les paladins (1760). – Comédies-ballet: La princesse de Navarre (1745); Platée... (1745). – Ballets héroïques: Les Indes galantes (1734); Les fêtes de l'Hymen et de l'Amour (1747); Anacréon (1754). – Pastorales héroïques: Zaïs (1749); Naïs (1749); Daphnis et Églé (1753). – Actes de ballet: Pygmalion (1748); Les Sybarites (1753); Zéphire (ca. 1754). – Vocale wrk.: motetten; cantates. – Geschriften: o.m. Traité de l'harmonie réduite à ses principes naturels (1722); Nouveau système de musique théorique... (1726); Dissertation sur les différentes méthodes d'accompagnement... (1732); Génération harmonique... (1737); Démonstration du principe de l’harmonie... (1750); Nouvelles réflexions sur la démonstration... (1752); Extrait d’une réponse à M. Euler sur l’identité des octaves (1753); Observations sur notre instinct pour la musique... (1754); Erreurs sur la musique dans l'Encyclopédie (1755); Suite des Erreurs (1756); Code de musique pratique... (1760); Origines des sciences... (1761).

UITG: Complete theoretical writings, d. E.R. Jacobi (6 dln., 1967–1972).

Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2008 Microsoft/Het Spectrum