Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar Puccini, Giacomo

Resultaten van Windows Live® Search

  • Giacomo Puccini

    Giacomo Puccini ... Giacomo Puccini Giacomo Antonio Domenico Michele Secondo Maria Puccini (geb. 22.12.1891 in Lucca, - gest. 29.11.1924 in Brussel), Italiaans componist.

  • Kinderpleinen (GIACOMO PUCCINI)

    La Bohème van Giacomo Puccini (gebaseerd op een verhaal van Henri Murger), wordt beschouwd als een van zijn beste werken. ... La Bohème van Giacomo Puccini (gebaseerd op een ...

  • Giacomo Puccini - Wikipedia, the free encyclopedia

    Giacomo Antonio Domenico Michele Secondo Maria Puccini (December 22, 1858 – November 29, 1924) was an Italian composer whose operas, including La Bohème, Tosca, and Madama ...

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search

Puccini, Giacomo

Encyclopedieartikel
Multimedia
Giacomo PucciniGiacomo Puccini

Puccini, Giacomo, voluit: Giacomo Domenico Michele Secondo Maria Puccini (Lucca 23 dec. 1858 – Brussel 29 nov. 1924), Italiaans componist, was de meest succesvolle Italiaanse operacomponist in de periode na Giuseppe Verdi. Hij was afkomstig uit een geslacht van musici en was leerling van o.a. Bazzini en Ponchielli aan het conservatorium te Milaan. Zijn eerste belangrijke succes boekte hij met de opera Le villi (1884), waarin behalve melodische begaafdheid, kleurrijke instrumentatie en niet geringe fantasie ook enkele kenmerken van het verisme naar voren komen. Zijn tweede opera, Edgar (1889; naar A. de Musset), was – mede door de kwaliteit van het tekstboek – minder geslaagd. Daarentegen betekende Manon Lescaut (1893; A. Fr. Prévost) de opmaat tot de reeks opera's die een hoogtepunt in zijn oeuvre vormen: La bohème (1896), Tosca (1900), Madama Butterfly (1904). Met name La bohème geldt als een van de markantste voorbeelden van de late romantiek op muziekdramatisch gebied.

La fanciulla del West (1910), gecomponeerd voor New York bij een Wild-Westdrama, is experimenteel van karakter en draagt de sporen van een poging de eigentijdse vernieuwingen op compositorisch en dramatisch gebied in eigen idioom in te passen, een streven dat in meer of mindere mate al zijn latere opera's kenmerkt, speciaal zijn zwanenzang, Turandot (voltooid door F. Alfano naar nagelaten schetsen, 1926), waarin het koor een zeer belangrijke rol krijgt en waarin polytonale passages en het gebruik van Chinese motieven, zoals de pentatoniek, opvallen. Zijn niet voor toneel geschreven werken zijn van ondergeschikt belang.

Hoewel Puccini veelal beschouwd wordt als een exponent van het verisme, heeft hij daarmee slechts het impulsieve en de voorkeur voor de onverhulde uitdrukking van menselijke hartstochten gemeen; anders dan de veristen situeerde hij zijn opera's in het verleden of in exotische gebieden. De warmbloedige melodieën, het melodramatische recitatief en de meeslepende dramatiek hebben zijn beste werken een ongekende populariteit bezorgd, ondanks de dikwijls zwakke libretto's (van o.a. L. Illica, G. Giacosa, G. Forzano en G. Adami).

WERK: (behalve de genoemde): Opera: La rondine (1917); Il trittico: Il tabarro, Suor Angelica, Gianni Schicchi (1918). – Voorts: Capriccio sinfonico (1883; v. orkest); Crisantemi (1890; v. strijkkwartet); 3 menuetten v. strijkorkest; Requiem (1905; v. drie zangstemmen en orgel); Inno di Roma (1923; v. koor en piano); kerkmuziek.

UITG: Epistolario di G. Puccini, d. G. Adami (1928; Eng. vert. 1931; herz. herdr. 1974); Puccini among friends, d. V. Seligman (1938; briefwisseling); Carteggi pucciniani, d. E. Gara en M. Morini (1958).

Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2008 Microsoft/Het Spectrum