![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Pagina 3 van 3
Perzische cultuurEncyclopedieartikel
Artikeloverzicht
Onder de heerschappij van de Sassaniden (226–651) stond de kunst in het teken van het koningschap en de feodale adel. Het is een echte hofkunst, waarbij het religieuze element, ondanks de renaissance die het zoroastrisme in die tijd beleefde, merkwaardigerwijze sterk naar de achtergrond gedrongen is. Kunsthistorisch beschouwd, is zij een epigonenkunst, bovendien beïnvloed door Oostiraanse en Indische elementen. De Sassaniden waren grote stedenbouwers en architecten; zij bouwden paleizen, vestingen en vuurtempels, maar herbouwden ook reeds bestaande gebouwen. Zo was het paleis van Ardasjir (gest. na 241 v.C.), dat hij even ten noorden van de door hem gebouwde stad Ardasjir Choerra, bij Firuzabad, liet inrichten, een oorspronkelijk door de Assyriërs gebouwde vesting. De belangrijkste bijdrage van de Sassaniden aan de bouwkunst ligt in hun verwezenlijking van de koepel op een vierkant grondplan en het gebruik van tongewelven en bogen. Zowel op de architectuur van de islam als op de vroeg-christelijke bouwkunst hebben zij invloed uitgeoefend. Als materiaal werden meestal ruwe steenblokken, verbonden door mortel waarop een pleisterlaag werd aangebracht, gebruikt, soms ook kalksteen of tegels. De muren werden bekleed met stucwerk. De plattegrond van de paleizen (Firuzabad, Sarvistan, Kasri Sjirin) omvatte gewoonlijk twee delen: de liwan en daarachter de woonvertrekken, gegroepeerd rond een vierkante hof. De plastische kunst in deze periode is het sterkst tot uiting gekomen in de rotsreliëfs, die o.a. te vinden zijn in het dal van Naksj-i-Roestam en op de wanden van het dal van Bijaspoer, die alle betrekking hebben op het leven van koning Ardasjir en die, op één uitzondering na, een niet-religieus karakter dragen. In tegenstelling tot het strenge, vlak gehouden Achaemenidische reliëf vertoont het Sassanidische een grotere intensiteit van beweging, meer nadruk op het plastische en een invlechten van schilderachtige motieven. De stucdecoratie in de paleizen (Tepe Hisar, Rajj, Bijaspoer) vertoont naast geometrische motieven ook planten- (acanthus, lotus, granaatappel) en diermotieven. Merkwaardigerwijs heeft de stucco-kunst die, evenals de – niet bewaard gebleven – schilderkunst, vroeger krachtige invloeden van de monumentale beeldhouwkunst heeft ondergaan, deze later zelf in hoge mate beïnvloed. Van de edelsmeedkunst, waarin de Sassaniden zeer bedreven waren, vooral in verguld zilver, is een groot aantal voorbeelden bewaard gebleven, die echter haast alle buiten Perzië gevonden en zelfs grotendeels ook daarbuiten vervaardigd zijn. Het betreft ronde schalen, schenkkannen en vazen versierd met ornamenten en mensen- en dierengestalten met symbolische of magische betekenis. De vormgeving van de keramiek staat geheel onder invloed van de metaalbewerkingskunst. Oorspronkelijk onverglaasd, werd zij later monochroom, in gele tot blauwgroene tinten geglazuurd. Ook het bestaan van een eigen glasindustrie is door vondsten te Ctesiphon bewezen. De graveerkunst (zegels, munten) stond, vooral in de eerste eeuwen, eveneens op hoog niveau. Deze munten hebben door de daarop voorkomende kronen van de verschillende koningen in hoge mate bijgedragen tot de vaststelling van de chronologie van de gevonden kunstwerken. De weefkunst, in het bijzonder de zijdeweefkunst, stond op zeer hoog peil. Ook de tapijtweefkunst floreerde; reeds op de monumenten komen afbeeldingen van tapijten voor.
De kennis omtrent de klassieke Perzische muziek begint bij de dynastie van de Sassaniden, aan wier hof de muziek in hoog aanzien stond. De belangrijkste muziekinstrumenten waren de fluit, de rebab, de harp, de luit en de ghazhak, een soort vedel.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
|||||||||||||||||||||||||
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |