Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar Peeters, Flor

Resultaten van Windows Live® Search

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search

Peeters, Flor

Encyclopedieartikel

Peeters, Flor (sedert 1971) baron (Tielen 4 juli 1903 – Antwerpen 4 juli 1986), Belgisch organist, componist en pedagoog, studeerde aan het Lemmensinstituut te Mechelen, waar hij reeds in 1923 orgelleraar werd. Dat jaar werd hij tevens benoemd tot organist van de St.-Romboutskathedraal te Mechelen. Van 1931 tot 1948 was hij orgelleraar aan het conservatorium te Gent, van 1935 tot 1948 tevens aan de Rooms-Katholieke Leergangen (thans conservatorium) te Tilburg en van 1948 tot 1968 aan het conservatorium te Antwerpen, waarvan hij van 1952 tot 1968 directeur was. Tijdens zijn talrijke tournees door Europa, Amerika, Afrika en Azië gaf Peeters ruim duizend orgelrecitals. In zijn programma's namen naast Bach, Franck en de modernen de Oud-Nederlandse meesters (van wie hij een praktische uitgave verzorgde in Oud-Nederlandse meesters voor het orgel, 3 dln., 1938–1949) een belangrijke plaats in. Zijn composities worden gekenmerkt door vlotte inventie, sterk aanleunend bij de gregoriaanse melos, voorkeur voor de klassieke vormschema's en het gebruik van polytonaliteit, polyritmiek en in zijn laatste werken ook van atonaliteit en serialiteit. Esthetisch evolueerde zijn muziek van een laat-Franckiaanse virtuositeit (Variaties en finale, 1929) via vitalistisch neoklassiek (Passacaglia e fuga, 1938; Sinfonia per organo, 1940) naar een bezonken, introvert eigen klankidioom (Six lyrical pieces, 1966). Peeters leidde vele organisten op, zowel in België (o.a. G. Verschraegen, K. D’Hooghe) als in de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Nederland (o.a. K. Stolwijk, H. Houët), Duitsland en Zweden. De principes van zijn orgelonderwijs legde hij neer in een orgelmethode, Ars Organi (3 dln., 1953–1954, 141970; Ned., Fr., Duitse, Eng. vertt.). In 1986 ontving hij de Vijfjaarlijkse Staatsprijs ter bekroning van een kunstenaarsloopbaan.

WERK: Orgel: Toccata, fuga en hymne op Ave Maris Stella (1931); Vlaamse Rhapsodie (1935); Elegie (1935); Zehn Orgelchoräle (1936); Lied-symphony (1948–1950); Drei Preluden und Fugen (1950); Preludium, Canzona e Ciacona (1955); 300 koraalvoorspelen, o.m. Hymn preludes for the liturgical year (1959–1964); Ricercare for organ (1982). – Geestelijke koormuziek: missen (o.m. Missa Festiva); motetten; vrije composities. – Liederen: Mère (1936); Ivoren toren (1940); Tijdeloze verbond (1943). – Concerten: v. orgel en ork. (1945); v. orgel en piano (1954). – Voorts: kamermuziek – Geschriften: L’œuvre d’orgue de Ch. Tournemire (1940); C. Franck's orgelœuvre (1971); De orgelkunst in de Nederlanden van de 16de tot de 18de eeuw (1971; m. M.A. Vente e.a.).

Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2008 Microsoft/Het Spectrum