Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Pärt, Arvo (Paide 11 sept. 1935), Estlands componist, studeerde compositie bij Heino Eller aan het conservatorium van Tallinn, en was van 1957 tot 1967 werkzaam als klankregisseur bij de radio van Estland. In 1980 emigreerde hij naar Wenen; sinds 1982 woont hij in Berlijn. Hij componeerde seriële muziek (Nekrolog v. orkest, 1959), gebruikte collagetechnieken (2de symfonie, 1966) en ontwikkelde vervolgens zijn ‘tintinnabuli’-, ofwel ‘klokjes’-stijl, die hem halverwege de jaren tachtig een wereldwijd succes bezorgde. Zo herkenbaar als deze stijl thans is, zo moeilijk is hij te rubriceren. De muziek is tonaal (zie tonaliteit), maar niet in de westers-traditionele zin; ze is modern in haar radicaliteit, maar archaïserend wat betreft keuze en behandeling van het materiaal; het repetetieve element speelt er een belangrijke rol in, maar de spirituele afstand tot de hoofdzakelijk Amerikaanse minimal music is groot. Kenmerkend is de sterk graviterende werking van een tooncentrum, meestal een drieklank, waardoor de kleinste uitwijking al een groot effect sorteert. De opvallende reductie van muzikale middelen is erop gericht zeer elementaire processen opnieuw met betekenis te vullen. Bij Pärt hangt deze werkwijze samen met een in de loop der jaren toegenomen belangstelling voor de rituele en liturgische bronnen van de muziek. Vanaf zijn Credo (1968; piano, koor en orkest) – dat hem in conflict bracht met de Sovjetautoriteiten – liggen steeds vaker religieuze teksten en motieven aan zijn werk ten grondslag. WERK: (behalve de genoemde): Orkest: 1ste symfonie (1963); Pro et contra (1966; cello en orkest); 3de symfonie (1971); Tabula rasa (1977; 2 violen, strijkorkest en geprepareerde piano); Fratres (1977/1991; viool, str., slagw.); Cantus in memory of Benjamin Britten (1980; strijkorkest en klokken); Festina lente (1988; kamerorkest); Aetos (1989; instr. ensemble); Summa (1991; strijkers); Trisagion (1992/1994; strijkers); Darf ich... (1995/1999; viool, klokken, str.). – Vocaal: Der Schritt der Welt (1961; oratorium); Missa sillabica (1977; variabele vocaal-instr. bezetting); De profundis (1980; mannenkoor, orgel en slagwerk); Johannes-passie (1981); Stabat mater (1985; sopraan, alt, tenor, bas en strijktrio); Berliner Messe (1990); Two Antiphons (1990–1991; dubbelkoor); Carol (1990–1991; koor); The introductory prayers (1992); Litany Prayers of St. John Chrysostom (1994/1996; solisten, koor, orkest). – Voorts: kamermuziek en pianowerken (o.a. Für Alina, 1977).
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |