![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Pagina 4 van 6
Artikeloverzicht
Introductie; 1. Landschap, klimaat en natuur; 2. Bevolking; 3. Bestuur en samenleving; 4. Economie; 5. Geschiedenis; 6. De 21ste eeuw
De exploitatie van de (weinige) minerale bodemschatten is nog vrij beperkt. In Baluchistan worden aardgas en koper gewonnen, in de Salt Range steenkool, kalksteen, gips en steenzout, en bij Sui en Mari eveneens aardgas. Vanuit Sui wordt dit gas per pijpleiding naar Karachi en Peshawar getransporteerd. In 1986 zijn grote mangaanvoorraden ontdekt. Pakistan bezit weinig eigen energiebronnen. De eigen aardolieproductie kan slechts 22,5% van de behoefte aan aardolie dekken, de steenkoolproductie levert 7,5% van het energiegebruik. Gestreefd wordt naar een verdere exploitatie van aardgas en waterkracht (Tarbeladam). De energiebehoefte moet echter voor bijna de helft door aardolie worden gedekt. In toenemende mate is de geproduceerde elektriciteit afkomstig uit kerncentrales. Jaarlijks stijgt de energiebehoefte met 10%.
Pakistans industrie moest in 1947 vrijwel uit het niets worden opgebouwd. Buitenlandse hulp was daarbij van grote betekenis. Het grote energietekort vormt echter een belangrijk obstakel voor de industriële ontwikkeling. De industrie biedt werk aan 20% van de beroepsbevolking en levert 24% van het jaarlijkse bnp. Vooral kleine bedrijfjes, zoals in de textiel- en voedselindustrie, zijn altijd zeer succesvol geweest en bieden aan 80% van de industrie-arbeiders werk. De belangrijkste producten zijn katoen (textiel en garens), cement, suiker, sigaretten, kunstmest, staal en papierwaren. In Karachi en Rawalpindi staan aardolieraffinaderijen.
Deze sector brengt jaarlijks ca. 50% van het bnp op, terwijl 32% van de beroepsbevolking er werk in vindt. Pakistan heeft sedert 1947 een importoverschot. De belangrijkste import bestaat uit aardolie, medisch-farmaceutische producten, ijzer en staal, machines, gereedschappen en vrachtwagens; uitgevoerd worden vooral katoen (textiel, garens en ruwe katoen; in totaal meer dan de helft van de export), geknoopte tapijten, leer (schoenen) en vis. De leveranciers van Pakistan zijn de EU-landen (vooral Groot-Brittannië en Duitsland), Japan, de Verenigde Staten en Koeweit. De grootste afnemers zijn de EU (m.n. Duitsland, Groot-Brittannië en Italië), de Verenigde Staten en Hongkong.
De binnenlandse politieke spanning en de buitenlandse politieke situatie (Afghanistan, Iran, de ‘islamitische kernbom’; zie § geschiedenis) belemmeren het opbouwen van stabiele ontwikkelingshulprelaties met het buitenland. Dit laatste is van zeer groot belang, omdat Pakistan een zeer grote buitenlandse schuldenlast ($ 30 miljard in 1995) en een chronisch negatief saldo op de handelsbalans heeft en omdat het ontwikkelingsbudget van de Pakistaanse overheid vrijwel geheel afhankelijk is van de buitenlandse hulp.
In 1974 werden de banken genationaliseerd en samengevoegd tot vijf grote banken. Daarnaast zijn er gespecialiseerde kredietinstellingen voor industrie, kleinbedrijf en landbouw. Centrale bank is de State Bank of Pakistan (Karachi); de buitenlandse banken zijn niet genationaliseerd, doch wel onderworpen aan vestigingsregels. Sedert 1985 is islamitisch (= interestvrij) bankieren verplicht, al wordt dit verlies voor de banken gecompenseerd door vastgelegde tarieven.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |