Zie ook:
Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar ouverture

Resultaten van Windows Live® Search

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search

ouverture

Encyclopedieartikel
Multimedia
Der fliegende HolländerDer fliegende Holländer

ouverture (Fr., lett. = opening, v. Lat. apertura), een instrumentale compositie, bestemd om als inleiding te dienen tot een opera, ballet, oratorium, toneelstuk of grote cantate. In het begin van de geschiedenis van de opera kondigde een eenvoudig trompetsignaal het begin van de voorstelling aan. Bij Monteverdi's Orfeo (1607) is dit uitgegroeid tot een gestileerde fanfare (toccata). In Venetië werd het een meerdelige kerksonate, tot Alessandro Scarlatti in 1697 het eerste (langzame) deel liet vervallen, waardoor de vorm allegro-andante-allegro ontstond, de zgn. Italiaanse ouverture of Napelse sinfonia, waaruit de symfonie is gegroeid. In 1658 schiep Jean-Baptiste Lully met de inleiding van Alcidiane (1658) de Franse ouverture, bestaande uit een gepuncteerd langzaam deel (grave), een fugatisch allegro en terugkeer van het grave. Deze Franse ouverture werd niet alleen als inleiding tot een opera gebruikt, maar ook als voorspel tot een suite; deze suite kreeg de naam ouverture (de vier orkestsuites van J.S. Bach zijn door de componist ouvertures genoemd). In Frankrijk droeg d'Anglebert in 1689 de ouverture op de klaviermuziek over; in Duitsland deed Georg Böhm dit. In de 18de eeuw eisten o.a. Mattheson, Rousseau en Gluck dat de opera-ouverture verband moest houden met het karakter van het gegeven of ten minste de eerste scène moest voorbereiden. Mozart gebruikte voor de ouverture van Die Entführung aus dem Serail de hoofdvorm, waarbij hij echter de doorwerking verving door een met de eerste aria verwant langzaam deel. Met de ouverture Namensfeier van Beethoven (1815) verschijnt de ouverture als zelfstandige compositie, bestemd om in de concertzaal als orkeststuk gespeeld te worden (concertouverture, tijdens de romantiek veelal programmatisch). In de loop van de 19de eeuw ontstond het type van de potpourri-ouverture, waarin de aantrekkelijkste melodieën uit opera of operette een plaats kregen; Johann Strauss (Die Fledermaus, 1874), Verdi (I Lombardi, 1843) en Wagner (Lohengrin, 1845) begonnen van de gesloten ouverturevorm af te wijken en noemden hun inleidingen preludio resp. Vorspiel.

Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2008 Microsoft/Het Spectrum