Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar orgel

Resultaten van Windows Live® Search

  • Orgel

    Informatie over het nieuw te bouwen orgel van de Hervormde gemeente Westvoorstraat 28 te Dinteloord. snelzoekers:

  • Orgel

    De website van de Grote of St. Bavo Kerk in Haarlem (prot), Nederland ... English translation of this page. Orgelconcerten: Mei-oktober, dinsdag 20.15 -21.15 uur én ...

  • Orgel

    Orgels: Info. De orgels in de Magnuskerk. Het orgel is in 1717 aan de kerk geschonken door de familie Ellents. Men heeft de bouw van het orgel gegund aan Johannes ...

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search

orgel

Encyclopedieartikel
Multimedia
Toccata van J.S. BachToccata van J.S. Bach
Artikeloverzicht

Introductie

orgel (v. Gr. organon, zie organum; Ital.: organo; Fr.: orgue of orgues; Duits: Orgel; Eng.: organ), tot de aërofonen (blaasinstrumenten) behorend muziekinstrument dat kan worden beschouwd als een verzameling blaasinstrumenten, waarbij iedere buis (pijp), waarin de toon ontstaat door het in trilling brengen van de luchtkolom erin, apart en indirect wordt bespeeld door middel van een hand- of voetklavier. De lucht wordt in een balg verzameld en onder druk gehouden (zie hierna: windwerk). Voor iedere toon of klankkleur worden één of meer pijpen gebruikt. De klankmogelijkheden van een orgel zijn zeer talrijk en afhankelijk van het aantal pijpen dat het bezit. Een groep pijpen die dezelfde klankkleur voortbrengt, noemt men stem, spel of register. Aan elke toets van het klavier beantwoordt ten minste één pijp van één register. Een tweemanuaalsorgel met pedaal heeft algauw ca. 2000 pijpen. Voor het elektronisch of pijploos orgel, zie elektrofoon.

Behalve het grote orgel zijn er kleine orgeltypen: het portatief, het regaal en het positief. Met uitzondering van het merendeel van de tussen 1920 en 1950 gebouwde orgels staat het grote orgel in een houten kast, aan drie zijden gesloten en aan de voorzijde van frontpijpen voorzien. De kast dient vnl. om de klank te bundelen en deze vervolgens de ruimte in te stuwen.

1. Onderdelen

De belangrijkste onderdelen van het orgel zijn:

1.1 Windwerk

Het windwerk omvat systemen van aanvoer en verzameling van de benodigde lucht; de lucht wordt in een blaasbalg verzameld (vroeger door orgeltrappers, thans door een elektromotor), onder druk geplaatst (door stenen of loden gewichten of door spiraal- of bladveren) en via windkanalen naar de windkast en vandaar naar de windladen gevoerd. Op deze windladen staan de pijpen. Een enkelvoudig orgel heeft één windlade, een meervoudig orgel heeft voor ieder werk of klavier één lade en voor het pedaal veelal twee windladen. De meest voorkomende typen van windladen zijn:

a. De tooncancellade, waarbij iedere windlade in evenveel cancellen of dwarskanalen is verdeeld als er toetsen zijn op het klavier; alle pijpen die corresponderen met één toets staan dus op dezelfde cancel en ontvangen dezelfde orgelwind, wat een goede versmelting van verscheidene klankkleuren op één toets tot gevolg heeft; dit type is vooral geschikt voor polyfoon spel. Het bovenblad van de tooncancellade heeft een zelfde aantal gaten als pijpen; in het onderblad wordt in elke cancel een opening gelaten voor het speelventiel. Dit ventiel bevindt zich in de bovenkant van de wind- of ventielkast en is via een koperdraad verbonden met de toets op het klavier (zie hierna: regeerwerk). Door een druk op de toets wordt het ventiel geopend en de zich in de ventielkast bevindende orgelwind stroomt door de cancel naar de pijp op de lade en doet deze spreken.

b. De register- of kegellade, waarbij de wind langs een ventiel bij alle pijpen van één register komt, wat de versmelting van de tonen onderling bevordert; dit type is vooral geschikt voor homofoon spel. Iedere pijp krijgt dus haar eigen wind uit een registercancel. De kegel vormt de afsluiting van de cancel naar de pijp. Hij wordt door een tuimelaar opgelicht bij het neerdrukken van de toets. Het kenmerkende is dus dat alle kegels van dezelfde pijpen van alle registers worden opgelicht; het is de registerknop die de orgelwind in de cancel toelaat.

1.2 Regeerwerk

Het regeerwerk is de bedieningsapparatuur van het orgel; het omvat de registertractuur en de toetstractuur. De registertractuur regelt de registratie, d.i. het openen en sluiten van de verschillende registers; de toetstractuur doet de speelventielen werken, m.a.w. hiermee bespeelt men het instrument. Bij de tooncancellade wordt de registertractuur geregeld door een sleep (vandaar de naam sleeplade). In de lengte van de windlade wordt boven de cancellen een aantal planken (dammen) aangebracht met ertussen verschuifbare latten (slepen); boven de dammen liggen de stokken waarop de pijpen staan. Dammen, slepen en stokken hebben evenveel boringen als er tonen en cancellen zijn. In 'open' stand bevinden zich de sleepgaten precies tussen de cancelopeningen en de stokboringen, zodat de wind ongehinderd uit de cancel naar de pijp kan stromen. Latten en scharnieren verbinden de slepen met de registertrekkers naast de klavieren, waar de organist ze kan bedienen. Bij de springlade wordt de sleep vervangen door evenveel cancelventieltjes als er registers zijn. Er zijn verschillende soorten van toetstractuur:

a. De mechanische toetstractuur, waarbij de toets door een stel latten of abstracten, armen of wellen, via allerlei scharnierpunten en een tussenstation (wellenbord) met het speelventiel wordt verbonden. Deze toetstractuur kan bij oude orgels, vooral bij gekoppeld spel (zie hierna) een grote inspanning vergen van de vingers; in de 19de eeuw heeft men, bij veranderende muziekpraktijk, dan ook getracht dit te verhelpen; bij de Barker-machine dient de druk van de toets slechts om een nabijgelegen balgje te openen, dat door de druk van de instromende wind het verder gelegen speelventiel opent.

b. De pneumatische tractuur, waarbij ook achter de toetsen orgelwind is (klavierkastje), die langs een kanaaltje (buizenpneumatiek) via een relais tot in de membraanstok gaat en daar alle kegels omhoogdrukt. Deze kegels laten de wind die in de registercancel zit vrij ontsnappen via een kanaal naar de voet van de pijp; variaties van de pneumatische tractuur zijn de membraanladen en de balgjeslade; de tractuur is licht, de klavieren kunnen op een afstand van de grote orgelkast staan, maar tussen het neerdrukken van de toets en het spreken van de pijp verloopt een bepaalde tijd.

c. De elektrische tractuur, waarbij door de druk op de toets een stroomketen wordt gesloten die een magneet onder de pijpvoet in werking stelt, waardoor het speelventiel wordt geopend. Deze werking kan plaatsvinden bij bovengenoemde systemen (tooncancellade, registerlade), waarbij de elektropneumatiek het meest toegepast wordt. Bij de elektrische tractuur kunnen de klavieren en de bedieningsapparatuur onafhankelijk van de orgelkast worden opgesteld.

Een klavier noemt men een rij toetsen die met de vingers (manuaal) of met de voeten (pedaal) worden bespeeld. Elk klavier regeert een afzonderlijk werk met een of meer eigen windladen en waarvan de pijpen een aparte klankpiramide uitmaken. Men spreekt van klaviatuur wanneer deze klavieren met de registertrekkers aan de orgelkast zijn vastgebouwd, en van speeltafel wanneer zij los staan van de kast. De registertrekkers kunnen variëren van grote houten trekkers bij mechanische sleeplade-orgels tot kleinere knoppen en labels bij elektrische registertractuur. Men heeft steeds de mogelijkheid gekend om de klavieren onderling en de klavieren met het pedaal te koppelen, zodat de registers van klavier A ook op klavier B meeklinken. Voorts omvatten de speelhulpen ook de combinaties die vooral bij elektrische orgels veel voorkomen; zo kan men registraties voorbereiden en tijdens de loop van het muziekstuk doen optreden. De zwelkast is een houten wand met beweegbare jaloezieën, waarachter een deel van de pijpen is opgesteld; zij regelt het klankvolume en wordt bediend door een voettrede. Het aantal toetsen van de klavieren is tijdens de geschiedenis van het orgel sterk veranderd; thans is de omvang meestal van C tot g3 of c4 voor de manualen en van C tot f1 of g1 voor het voetklavier.

Vorige
|
Volgende
Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2008 Microsoft/Het Spectrum