![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search oratorium [muziek]Encyclopedieartikel
Artikeloverzicht
oratorium [muziek], compositie voor zangstemmen, koor en orkest op een vaak omvangrijk tekstboek van al of niet religieuze of beschouwelijke aard, bestemd voor uitvoering in kerk of concertzaal zonder decor of handeling. Het koor vervult een belangrijke functie, terwijl vaak een verteller (Ital.: testo) de verbindende teksten tussen aria's en koren vertolkt.
Het oratorium ontstond in Italië ten tijde van de Contrareformatie (tweede helft 16de eeuw), toen sommigen (o.a. Filippo Neri met zijn oratorianen) door middel van populaire, niet-liturgische diensten bijbelse en religieuze onderwerpen weer tot de leken wilden brengen. Bij deze diensten werden behalve ‘laudi’ ook dialogen uitgevoerd, door twee koren, of tussen allegorische personen zoals God en de ziel. Giovanni da Palestrina componeerde dergelijke dialogen, die echter verloren zijn gegaan. De Rappresentazione di animo e di corpo (1600) van Emilio de Cavalieri, vormt het oudste voorbeeld van deze vroege oratoria. Daar dit werk wél scenisch is opgevoerd, zou echter eerder van een geestelijke opera gesproken moeten worden. Tot de ontwikkeling van het oratoriumgenre, dat zich toen nog niet steeds van de opera liet onderscheiden, werd in de eerste helft van de 17de eeuw vooral bijgedragen door S. Landi, G.F. Anerio en D. Mazzocchi. De barokke oratoriumstijl kwam in Italië vooral tot ontplooiing in de sterk dramatische, Latijnse oratoria van Giacomo Carissimi en de Italiaanse van A. Stradella en B. Pasquini. Bij de Napolitaanse school kreeg het oratorium steeds meer opera-allures.
In Duitsland gaf Heinrich Schütz met zijn Historia der Auferstehung (1623) en Historia der Geburt Christi (1664) de eerste Duitse voorbeelden, waarbij echter de grens tussen oratorium en liturgische (lutherse) muziek soms moeilijk te trekken valt. Zo zijn de Duitse kerkcantates en passiemuzieken, inclusief die van Johann Sebastian Bach, voor liturgisch gebruik bestemd en vallen buiten het onderhavige genre, zoals ook Bachs Weihnachtsoratorium (1733–1734) en de passies op teksten van B.H. Brockes van Georg Friedrich Händel en Georg Philipp Telemann. Op de grens vallen ook werken als Der Tag des Gerichts (1761) van Telemann en Die Israeliten in der Wüste (1775) van Carl Philipp Emmanuel Bach. In Frankrijk werden door Marc Antoine Charpentier Italiaanse (Carissimi) voorbeelden nagevolgd.
Een geheel nieuwe ontwikkeling kreeg het oratorium in Engeland, dankzij Händel (Messiah, 1742). Bij hem is het ontbreken van een scenische handeling geheel met zuiver muzikale middelen gecompenseerd in een sterk dramatisch-epische stijl. Hij behandelde ook wereldlijke onderwerpen, bijv. Acis and Galathea (1720). Joseph Haydn kwam in zijn Schöpfung (1797) en Die Jahreszeiten (1801) Händels voorbeeld nabij en gaf een uitgangspunt voor de verdere ontwikkeling van het oratorium. De bloei van het burgerlijk koorwezen in de 19de eeuw bevorderde deze ontwikkeling. In de 20ste eeuw zijn door verschillende componisten pogingen ondernomen het oratorium bij de nieuwe stijlontwikkelingen te betrekken.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
||||||||||||||||||||||
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |