Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Nono, LuigiEncyclopedieartikel
Nono, Luigi (Venetië 29 jan. 1924 – aldaar 9 mei 1990), Italiaans componist, studeerde eerst bij G.F. Malipiero (in 1941) en studeerde vervolgens rechten in Padua. In 1946 besloot hij zich geheel te gaan wijden aan de muziek en koos daartoe H. Scherchen en B. Maderna (met wie hij later veel samenwerkte) als leermeesters. Zijn eerste composities zijn geschreven volgens de principes van het serialisme, maar tonen tevens Nono's argwaan tegen het zuiver formalistische, cerebrale aspect van deze methode. De expressiviteit, die in al zijn werken overheerst, is een gevolg van zijn overtuiging dat muziek een maatschappelijke functie behoort te hebben en niet langer aanspraak kan maken op eigen autonomie. In dit licht moet tevens zijn aandacht voor het vocale element worden gezien, dat hij als één van de eersten het seriële universum binnenloodste. In de jaren zestig trok Nono de praktische consequentie uit zijn muziekfilosofische denkbeelden. Hij wendde zich af van het geconditioneerde concertpubliek en richtte zich tot de grote massa van de sociaal en cultureel achtergestelden, voor wier geestelijke en maatschappelijke bevrijding hij zich als overtuigd communist volledig inzette. Een aantal werken uit deze periode, zoals La fabbrica illuminata (1964; v. zangst. en geluidsband; n. G. Scabia en C. Pavese), Como una ola de fuerza y luz (1971–1972, v. zangstem, piano en symfonie-ork.) en Al gran sole carico d'amore (1976, herz. 1978; opera), hebben het karakter van een politiek pamflet. Dat leverde de componist kritiek op van vakgenoten die een grotere intellectuele distantie voorstonden. Omstreeks 1980 voltrok zich in Nono's werk een stijlverandering waarbij een meer introspectieve toon werd aangeslagen (Fragmente-Stille, an Diotima v. strijkkwartet, 1980). Dat zijn engagement niet tot een verloochening van zijn hoge compositorische maatstaven heeft geleid, stempelt Nono tot een van de meest integere en markante persoonlijkheden in de muziekgeschiedenis na de Tweede Wereldoorlog. WERK: (behalve de genoemde): Instrumentaal: Variazioni canoniche (over een twaalftoonreeks van Schönberg, 1950; v. ork.); Polifonica-Monodia-Ritmica (1951; v. 6 instr. en slagw.); Composizione per orchestra (I, 1951; II, 1959); Y sy sabgre ya vuebe cabtabdi (1952; v. fluit, strijkers en slagw.); Due espressioni (1953; ork.); Incontri (1955; v. 24 instr.); Per Bastiana Tai-yang cheng (1967; geluidsband en instr.); ... sofferte onde serene... (1976; piano en geluidsband); Con Luigi Dallapiccola (1979; zes slagwerkers en live-electronics); No hay caminos, hay que caminar (1987; orkest). – Opera: Intolleranza 1960 (1960–1961); Prometeo: tragedia dell'ascolto (1984). – Overig vocaal/instrumentaal: Romance de la guardia civil española (1952–1953; v. spreekstem, spreekkoor en ork., n. F.G. Lorca); La victoire de Guernica (1954; v. koor en ork.; n. P. Eluard); Il canto sospeso (1955–1956; v. soli, koor en ork.; n. nagelaten brieven van ter dood veroordeelde verzetsstrijders); La terra e la campagna (1957–1958; v. soli, koor, blazers en slagwerk; C. Pavese); Sarà dolce tacere (1960; v. 8 solostemmen; C. Pavese); ‘Ha venido’ (1960; v. sopr. en zes koorsopr.; A. Machado); Canti di vita e d'amore (1962, v. sopr., tenor en ork.; n. G. Anders, Pacheco, C. Pavese); Canciones a Guiomar (1962–1963; v. sopr., vrouwenkoor en instr.; A. Machado); A. floresta é jovem (1966; v. stemmen, klarinet, slagw. en geluidsband; G. Pirelli); Y en fonces compendio (1969–1970; v. soli, orkest, geluidsband); Voci destroying muros (1970; v. spreekst., vrouwenstemmen en geluidsband); Ein Gespenst geht um in der Welt (1971; solo, gem. koor, orkest); Das atmende klarsein (1979–1981; 8-st. koor, basfluit en live-elektronics; n. R.M. Rilke); Camminantes... Ayacucho (1987). – Elektronisch: Ommagio a Emilia Vedova (1960); Contrappunto dialettico alla mente (1968); Für Paul Dessau (1974). – Geschriften: Die Entwicklung der Reihentechnik, in: Darmstädter Beiträge, I (1958); Vorwort zum Kranichsteiner Kompositions-Studio 1958, in: Darmstädter Beiträge, II (1959); Geschichte und Gegenwart in der Musik von heute, Ibidem, III (1960).
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |