![]() Zie ook:
Feiten en cijfers
Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar Nederland |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Pagina 3 van 12
Artikeloverzicht
Introductie; 1. Landschap, klimaat en natuur; 2. Bevolking; 3. Bestuur en samenleving; 4. Economie; 5. Geschiedenis
Als gevolg van o.a. buitenlandse migratie kent Nederland een aantal etnische minderheden. Volgens de Adviescommissie Onderzoek Minderheden (ACOM) is er sprake van een etnische minderheid als de cultuur van die minderheid van vreemde origine is. Tot de etnische minderheden in deze zin in Nederland worden gerekend: a. Mediterrane werknemers en hun gezinnen. Deze categorie omvat in feite tien etnische groepen: Turken, Marokkanen, Spanjaarden, Italianen, Joegoslaven, Portugezen, Kaapverdianen, Grieken, Egyptenaren en Tunesiërs. Ze hebben met elkaar gemeen, dat ze na 1960 als arbeidsmigranten naar Nederland zijn gekomen, c.q. in het kader van wervingsverdragen zijn geworven. b. Ingezetenen van Surinaamse afkomst. Hieronder worden zowel diegenen begrepen die vóór de onafhankelijkheid van Suriname op 25 nov. 1975 naar Nederland kwamen en in het algemeen op grond van de Toescheidingsovereenkomst de Nederlandse nationaliteit hebben, alswel diegenen die na die datum zijn gekomen en in het algemeen Surinaams staatsburger zijn. c. Ingezetenen afkomstig van de Nederlandse Antillen en Aruba. De 117 000 Arubanen en Antillianen in Nederland zijn ingevolge het Koninkrijksstatuut van 1954 staatsburgers van het Koninkrijk. Vanaf het midden van de jaren tachtig is een derde stroom migranten uit de Antillen op gang gekomen. Na Antillianen die in Nederland kwamen studeren en arbeiders die na de sluiting van de grote raffinaderijen op Curaçao in Nederland werk zochten, kwamen na 1985 vooral jonge, ongeschoolde Antillianen naar Nederland. Hun komst ging van meet af aan met problemen gepaard. Deels vanwege hun lage opleiding, deels door hun geringe kennis van de Nederlandse taal. d. De Molukkers. Het gaat hier om ex-KNIL-militairen, die na de ontmanteling van het koloniale Indische leger in 1951 naar Nederland kwamen, hun gezinnen en hun nakomelingen (zie ook Zuid-Molukkers). e. De categorie Vluchtelingen is een verzamelnaam voor groepen van verschillende nationaliteit die óf op uitnodiging van de Nederlandse regering hier kwamen óf op eigen initiatief arriveerden en vervolgens na een asielaanvrage de status van vluchteling hebben verkregen. f. Zigeuners. Hoewel deze groep van ca. 1500 personen in het algemeen in woonwagens woont en een trekkend bestaan leidt, onderscheidt zij zich duidelijk van de autochtone woonwagenbevolking door haar cultuur, taal en geschiedenis (zie ook Zigeuners). Het Centraal Bureau voor de Statistiek hanteert een indeling waarbij gekeken wordt naar het geboorteland van de persoon (1ste generatie) of van een van zijn ouders (2de generatie). Volgens die indeling vormen Turken met 320 000 personen de grootste groep (gegevens 2001), gevolgd door Surinamers (309 000), Marokkanen (273 000) en Antillianen en Arubanen (117 000).
Officiële rijkstaal is de Nederlandse taal; de Nederlandse standaardtaal wordt Algemeen Beschaafd Nederlands (ABN) genoemd. Deze bovengewestelijke standaardtaal wordt naast en boven een aantal dialecten gesproken. Fries en Nedersaksisch hebben een speciale status. De provincie Friesland is officieel tweetalig. Nedersaksisch wordt voornamelijk in Drenthe gesproken, maar ook in andere delen van Noord- en Oost-Nederland. Verder worden in Nederland door immigranten veel allochtone talen gesproken (o.a. Turks, Arabisch, Sranantongo, Papiamento).
Sinds de Grondwet van 1848 is er in Nederland volledige godsdienstvrijheid. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (1999) rekent 61% van de bevolking zich niet tot een kerkgenootschap. Van de overigen vormen de katholieken numeriek de sterkste groepering: 17% van de bevolking; de Nederlandse hervormden telden 8%, de leden van de Gereformeerde Kerken in Nederland 6%. De hedendaagse ontwikkeling van de godsdienst beweegt zich in de richting van onkerkelijkheid. De komst sinds de jaren zestig van Marokkaanse en Turkse werknemers heeft de vestiging van de islam tot gevolg gehad (5% van de totale bevolking in 1999). Daarnaast wonen er hindoes (0,5%) en boeddhisten in Nederland. Zie voor de joodse godsdienst joden.
Nederland is formeel een constitutionele, erfelijke monarchie. De scheiding van de machten is in grote trekken geregeld in de Grondwet. Naar een op de staatsrechtelijke praktijk afgestemd criterium is het land te kenschetsen als een parlementaire democratie. De Koning is onschendbaar, de ministers zijn verantwoordelijk. Nederland is uit ander oogpunt een – zowel territoriaal als functioneel – gedecentraliseerde eenheidsstaat waarin aan provincies en gemeenten als gewestelijke en plaatselijke democratieën, evenals aan openbare lichamen van beroep en bedrijf, een eigen wetgevende en bestuursmacht is toevertrouwd. Verschillende vormen van toezicht verzekeren dat de eenheid van de staat bij dit stelsel van decentralisatie niet wordt verbroken. De wetgevende macht wordt uitgeoefend door de regering en de Staten-Generaal gezamenlijk. De beide Kamers van de Staten-Generaal (de Eerste en de Tweede Kamer) vertegenwoordigen het Nederlandse volk. In de Grondwet is zowel het principe van algemeen kiesrecht als van evenredige vertegenwoordiging vastgelegd. De grenzen van de wetgevende macht zijn slechts gegeven door het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, de Grondwet en verdragen. De uitvoerende macht (beter: bestuursmacht of regeermacht) berust bij de Koning en concentreert zich bij de ministers die hoofd zijn van ministeriële departementen, waarover het gehele centrale rijksbestuur is verdeeld. Als algemeen adviesorgaan voor de Koning treedt op de Raad van State. De rechterlijke macht wordt uitgeoefend door onafhankelijke rechters, door de Koning voor het leven benoemd.
Nederland is verdeeld in twaalf provincies en 467 gemeenten (2006). De provincies worden bestuurd door Provinciale Staten, gekozen door de ingezetenen; uit hun midden kiezen zij een dagelijks bestuur, de Gedeputeerde Staten. Voorzitter van Provinciale en van Gedeputeerde Staten is de door de Kroon benoemde Commissaris der Koningin. Aan het hoofd van de gemeenten staat de gemeenteraad, onder voorzitterschap van een door de Kroon benoemde burgemeester, die samen met de wethouders (door de raad gekozen) het dagelijks bestuur vormt.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |