![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Pagina 3 van 3
nationaalsocialismeEncyclopedieartikel
Artikeloverzicht
Introductie; 1. Karakter; 2. Ideologie; 3. Het nationaalsocialisme tot aan de machtsovername (1919-1933); 4. Het Derde Rijk (1933-1945)
De buitenlandse politiek van de nationaalsocialistische regering was aanvankelijk voorzichtig, want Duitsland was militair machteloos en omringd door potentiële vijanden. Het fascistische Italië kwam als enige staat in aanmerking voor een bondgenootschap, maar met Polen werd op 26 januari 1934 voor tien jaar een non-agressiepact gesloten, evenwel zonder dat Duitsland zijn aanspraken op herstel van de oude oostgrens opgaf. Pogingen voor Duitsland militair en politiek gelijkberechtiging te verkrijgen via overleg, o.m. op de Ontwapeningsconferentie te Genève, stuitten af op het wantrouwen van Frankrijk. Hitlers antwoord was de bekendmaking dat Duitsland op 14 oktober 1933 de Volkenbond én de Ontwapeningsconferentie verliet. In 1934 brak er in Oostenrijk een opstand uit tegen de klerikaal getinte regering-Dollfuss. Deze opstand was door de Oostenrijkse nazi’s georganiseerd. Hoewel de opstand tot diens dood leidde, werden pogingen van Duitse zijde verijdeld om de opstandelingen te hulp te komen: Italiaanse troepen rukten op naar de Brennerpas. Oostenrijkse regeringstroepen bleven de situatie meester en de verhouding tussen de toekomstige As-mogendheden Italië en Duitsland was enkele jaren vertroebeld. Meer succes had het Derde Rijk bij de in januari 1935 gehouden volksstemming in het Saargebied; ruim 90 procent sprak zich uit voor terugkeer van het Saargebied onder Duits bestuur. Op 16 maart 1935 kondigde Hitler de invoering van de algemene dienstplicht en de oprichting van een luchtmacht aan. Slechts papieren protesten werden hier tegenin gebracht door de voormalige overwinnaars van de Eerste Wereldoorlog. Groot-Brittannië sloot in juni 1935 zelfs een vlootverdrag met Duitsland. Op 7 maart 1936 rukten Hitlers troepen het gedemilitariseerde Rijnland binnen en ook ditmaal legde het Westen zich neer bij een schending van het Verdrag van Versailles. Op 25 oktober 1936 sloot Duitsland met Italië een vriendschapsverdrag, de As Berlijn-Rome (As-mogendheden). Een maand later sloten de As-mogendheden met Japan het Anti-Kominternpact en verbonden zij zich om overal ter wereld het bolsjevisme te bestrijden. In de praktijk gebeurde dat reeds in de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939), waarin Duitsland en Italië krachtdadig de nationalisten steunden. Mede daardoor kwam in Spanje het met de As bevriende regime van Francisco Franco aan de macht.
Begin 1938 nam Hitler zelf het opperbevel van de Wehrmacht op zich, verving de minister van Buitenlandse Zaken, Konstantin von Neurath, door Joachim von Ribbentrop en onthief de minister van Oorlog van zijn post zonder een nieuwe te benoemen. Op 11 maart 1938 voltrok Hitler de Anschluss van Oostenrijk bij Duitsland, zonder tegenstand van Italië of Groot-Brittannië, en Frankrijk alléén was voor de Wehrmacht geen partij. Ondanks Britse bemiddelingspogingen en twee bezoeken van Neville Chamberlain aan Hitler, dreigde eind september 1938 een oorlog uit te breken om Tsjechoslowakije. Door de Conferentie van München, die Duitsland in het bezit stelde van het Sudetenland (zie Sudetenduitsers), werd die dreiging afgewend. De algemene vreugde over het behoud van de vrede en Hitlers uitspraak dat nu Duitslands laatste territoriale eis was vervuld, verhinderden niet dat in maart 1939 Bohemen en Moravië werden geannexeerd. De vreugde in het Westen was al eerder verstomd door heftige pogroms in Duitsland (Kristallnacht). Toen Duitsland vervolgens het Memelland ‘heim ins Reich’ voerde en luidkeels zijn aanspraken op Danzig en de Poolse corridor bekendmaakte, stuitte dit op onverbiddelijke tegenstand van Groot-Brittannië en Frankrijk. Hitler dekte zich vervolgens (in de rug) door een non-agressiepact met de Sovjet-Unie (23 augustus) en liet op 1 september 1939 zijn troepen Polen binnenvallen. De Tweede Wereldoorlog was ontketend.
Gedurende de eerste oorlogsjaren slaagde Duitsland erin vrijwel geheel Europa binnen zijn machtssfeer te krijgen. Uitgestrekte gebieden werden geannexeerd. Eind 1942 kwam de kentering en de Duitse macht kromp steeds meer ineen. In de eerste dagen van mei 1945 zag de Duitse regering zich ten slotte gedwongen onvoorwaardelijk te capituleren. In de bezette gebieden en m.n. het oosten had het nationaalsocialisme intussen zijn racistische en elitaire beginselen in praktijk gebracht. Elke vorm van verzet werd onderdrukt door een steeds meedogenlozer terreursysteem; er werd een begin gemaakt met een omvattend program de Slavische volken tot status van horigen van het Germaanse ‘Herrenvolk’ te degraderen en de uitroeiing van het Europese jodendom werd systematisch ter hand genomen (zie holocaust en Endlösung). Ook zigeuners, homofielen, Jehova’s getuigen, geestelijk gestoorden, verzetslieden, krijgsgevangenen en allerlei tegenstanders van de ‘Nieuwe Orde’ waren op grote schaal in concentratiekampen opgesloten en grotendeels omgebracht. In Duitsland zelf vergrootte de SS, naarmate de krijgskansen afnamen, voortdurend de greep van het nationaalsocialisme op het volk. Vele anti-nationaalsocialistische Duitsers hoopten in de eerste oorlogsjaren op een spoedige ineenstorting van het regime, dat toen echter nog de ene overwinning na de andere behaalde. In 1942 herleefde de verzetsgedachte bij een aantal conservatieven (onder wie vele Pruisische officieren) en socialisten, die zich in de Kreisauer Kreis (genoemd naar het Silezische landgoed van de Von Moltkes, zie Helmuth James von Moltke) gingen voorbereiden op een putsch. Op 20 juli 1944 plaatste kolonel graaf Claus Philipp Schenk von Stauffenberg een bom in Hitlers hoofdkwartier te Rastenburg. Door een toeval mislukte de aanslag, terwijl een in Berlijn begonnen opstand werd onderdrukt. Het gehele verzet werd opgerold door Gestapo en SS. Von Stauffenberg e.a. werden standrechtelijk doodgeschoten, vele anderen, zoals Karl Friedrich Goerdeler, door het ‘Volksgerichtshof’ ter dood veroordeeld en opgehangen. Van toen af heerste de SS absoluut in Duitsland. Heinrich Himmler, sedert 1943 minister van Binnenlandse Zaken, kreeg bovendien het bevel over het leger in Duitsland. In de ‘Volkssturm’ riep hij de gehele mannelijke bevolking onder de wapenen. Hitler bleef tot het laatst hopen op een ommekeer in de oorlog, maar toen deze niet kwam, pleegde hij zelfmoord. Tot zijn opvolger benoemde hij groot-admiraal Karl Dönitz. Na de capitulatie van Duitsland namen de geallieerden de leden van de regering-Dönitz gevangen en daarmee hield het Duitse Rijk de facto op te bestaan. De belangrijkste nazileiders werden, voor zover zij geen zelfmoord pleegden of waren gevlucht, tijdens de Neurenbergse processen van oorlogsmisdaden beschuldigd en veroordeeld.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
||||||||||||||||||||||||||||
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |