![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search muziektheorieEncyclopedieartikel
Artikeloverzicht
Introductie; 1. Oudheid; 2. Vroeg-christelijke periode en middeleeuwen; 3. Nieuwe tijd; 4. 20ste eeuw
muziektheorie of muziekleer, wetenschappelijke discipline die de verschillende facetten van de muziek onderzoekt: de fysieke eigenschappen van het toonmateriaal, de muzikale ordening van dit materiaal (toonsystemen, toonladders, samenklanken e.d.), de klankbronnen (instrumentenleer, organologie), alsmede de problemen van de muzikale waarneming (esthetiek, psychologie, sociologie).
Reeds in het antieke Griekenland had Pythagoras van Samos (582 – ca. 496 v.C.) de wiskundige grondslagen van de westerse muziektheorie gelegd. Volgens hem zijn getallen de grondslag van de muziek. Lasos van Hermione (ca. 500 v.C.) ontdekte de trilling als oorzaak van geluid, Archytas van Taras (ca. 400 v.C.) de verschillende trillingsvormen. Aristoxenes van Tarente (ca. 330 v.C.) hield zich met vraagstukken van de muzikale waarneming bezig. In tegenstelling tot de zuiver wiskundige benadering van de pythagoreeërs legt Aristoxenes de nadruk op het oor als controlerende instantie. Onder invloeden uit Egypte en Mesopotamië ontwikkelen de Grieken ook de grondslagen van de muziekfilosofie. De intervallen van de muziek zijn identiek aan de intervallen die de planeten in hun kringloop voortbrengen (harmonie der sferen); muzikale en kosmische orde zijn één. Hiervan uitgaande ontwikkelde Plato in zijn Politeia de muzikale ethosleer, een sociaal-normatieve muziektheorie.
In het vroeg-christelijke tijdperk verwaterden de beginselen van de Griekse muziektheorie onder invloed van neopythagorese en neoplatonische filosofen en werden zij theologisch geïnterpreteerd (Nicomachus, Porphyrius, Jamblichus). Hun geschriften zijn de grondslag van de middeleeuwse muziektheorie. De oorspronkelijke Griekse bronnen waren gedurende eeuwen slechts bij Arabische muziektheoretici bekend. Pas tegen het begin van het tweede millennium ontstonden er weer zelfstandige muziektheoretische geschriften. Guido van Arezzo (995–1050) legde de grondslag voor de modale toonsystemen en vormleer (Micrologus, 1026), Johannes de Garlandia en Franco van Keulen onderzochten o.m. de problemen van de muzieknotatie (eerst helft 13de eeuw), Walther Odington rechtvaardigde het gebruik van de grote en kleine terts (De speculatione musicae, ca. 1300) en Johannes de Grocheo schreef als eerste ook over wereldlijke muziek. Omstreeks 1325 legde Philippe de Vitry de grondslagen van een moderne compositietechniek (ars nova) en Marchettus van Padua paste de notatie aan de eisen van de moderne muziek aan. De 15de en 16de eeuw, waarin zich de overgang van het polyfone naar het harmonische muziekdenken voltrok, kunnen ook als bloeitijd van de muziektheorie worden beschouwd. Deze maakte zich vrijwel volledig los van het middeleeuwse scholasticisme. Ramos de Pareja (1440–1521) legde de grondslagen voor het moderne toonsysteem, Johannes Tinctoris (1446–1511) en Henricus Glareanus (1488–1563) ontwikkelden de compositietechniek verder en Joseffo Zarlino (1517–1590) legde de grondslagen voor het moderne ‘dualistische’ harmonische systeem (grote- en kleine-tertsakkoorden). Sinds de emancipatie van de instrumentale muziek concentreerde de muziektheorie zich ook in stijgende mate op de problemen van instrumentenbouw en speeltechniek.
In de 17de en 18de eeuw zijn het voornamelijk Franse theoretici (M. Mersenne, 1588–1648; J. Sauveur, 1653–1716, en J.Ph. Rameau, 1683–1764) die de muziektheorie in overeenstemming trachtten te brengen met de nieuwe natuurwetenschappelijke inzichten, terwijl Joh. Mattheson (1681–1764) de muziekleer aan de nieuwe muziektheorie aanpaste. Vooral Rameau geldt als grondlegger van de functionele tonaliteit. Deze werd in de 19de eeuw door Moritz Hauptmann (1792–1868) en Hugo Riemann (1849–1919) verder onderbouwd. Hermann Helmholtz (1821–1894) verrichtte onderzoek naar de akoestische grondslagen. Sinds de 19de eeuw vindt er een accentverschuiving naar historisch onderzoek plaats (F.J. Fétis, A.B. Marx e.a.).
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
|||||||||||||||||||||||||||||
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |