![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search muzieknotatieEncyclopedieartikel
muzieknotatie, of muziekschrift, het schriftelijk aanduiden van tonen door tekens, die de hoogte en de relatieve duur daarvan aangeven. Met uitzondering van het volledig ontwikkelde Griekse muziekschrift (2de eeuw v.C.), diende de notatie in de oudheid uitsluitend als een geheugensteun voor de uitvoerenden. Het melodische en het ritmische verloop werden met bijv. letters vastgelegd. De gregoriaanse muziek in ruimere zin, de liturgische melodierepertoires in West-Europa, werden eeuwenlang mondeling overgeleverd. De vroegste proeven van notatie stammen uit de 9de en 10de eeuw; zij bestaan uit neumen: tekens waarmee het verloop van de melodie wordt aangegeven. De toonhoogte werd schriftelijk gefixeerd ca. 1030, toen Guido van Arezzo de noten op of tussen lijnen ging schrijven, die op een tertsafstand van elkaar liggen. Hij legde hiermee de grondslag voor de latere notenbalknotatie. Omstreeks midden 13de eeuw ontstond de mensurale notatie, waarbij de relatieve duur van de noten uit hun vorm en onderlinge plaatsing afleesbaar is. Van de elementen van het mensurale notenschrift wordt ook gebruik gemaakt in de speciale notaties voor instrumenten, tabulaturen genaamd (16de–17de eeuw); hierbij werden ook cijfer- en letterschriften toegepast. Het thans gebruikelijke systeem is een rechtstreekse ontwikkeling van de laatste fase van de mensurale notatie (16de–17de eeuw). De vorm van de noten werd rond in plaats van vierkant of ruitvormig en als aanduiding van de regelmatige terugkeer van het metrisch zwaartepunt werden de maattekens gebruikt. Het aantal lijnen bleef, vooral in de instrumentale muziek van de 17de–18de eeuw, nog onvast. Daarna werd de vijflijnige notenbalk, eventueel uitgebreid met hulplijnen, algemeen gebruikelijk. Sinds het begin van de 20ste eeuw werden pogingen ondernomen om de traditionele notatie te vervangen door ‘gemakkelijker’ notatiesystemen (zie klavarskribo) of aan te passen (Hába, Schönberg e.a.) aan de vereisten van de nieuwe muziek en aan nieuwe (ook elektrische) instrumenten. Pas na 1950 kwam – met de ontwikkeling van de elektronische muziek – de muzikale productie in een dusdanig nieuw stadium dat volstrekt nieuwe notatievormen vereist waren. Deze waren vnl. gericht op de nieuwe ‘instrumenten’ en bestaan uit technisch-exacte productieaanwijzingen, meestal grafieken en cijfers. Tegen het eind van de jaren vijftig werd een verandering van de traditionele notatie uitgewerkt om aleatorische structuren (zie aleatoriek) en nieuwe vormen van improvisatie adequaat te kunnen vastleggen. Hier speelt de ontwikkelde ‘grafische’ notatie een belangrijke rol, die geen vaststaande notentekst fixeert, maar de vertolkers suggesties voor de realisering van een globaal muzikaal vormproces aan de hand doet.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |