Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar muziek

Resultaten van Windows Live® Search

  • Muziek : Lees reviews en vergelijk prijzen op Ciao

    Welkom in de wereld van de muziek! Hier tref je de meest uiteenlopende genres aan die er in de muzikale wereld te...

  • Muziek

    Muziek ... A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z 0-9 Bewerk deze pagina. Muziek (Latijns / Grieks) In de Griekse oudheid bedoelde men met muziek in de eerste plaats ...

  • muziek.startpagina.nl

    De muziekinks van Startpagina ... Brian Wilson brengt nieuw album uit (Nu.nl) Sprinkhaan happen in de kerk (Noordhollands Dagblad)

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search

muziek

Encyclopedieartikel
Multimedia
Karakteristieke geluidsgolvenKarakteristieke geluidsgolven
Artikeloverzicht

Introductie

muziek (v. Gr.: mousikè technè = kunst van de muzen), in het oude Griekenland de benaming voor de artistieke opvoeding in het algemeen, in tegenstelling tot de lichamelijke opvoeding. Pas in de christelijke tijd werd de term gereserveerd voor de combinatie van melodie, harmonie en ritme is opgebouwd. Muziek bestaat uit geordende tonen. Toon is een geluid met in hoofdzaak een onveranderlijk trillingsgetal. De geluidstrillingen worden opgewekt door middel van de menselijke stem, een muziekinstrument of een elektronisch instrument. De toon wordt schriftelijk weergegeven door een teken dat de hoogte en de relatieve duur aangeeft: een noot (zie verder muzieknotatie). In de ordening van tonen tot een muziekstuk of compositie spelen de volgende elementen een rol: melodie, harmonie, ritme en metrum, vorm, dynamiek, tempo en instrumentatie.

In tegenstelling tot andere kunstwerken is een compositie niet alleen afhankelijk van de maker, maar ook van degene die haar tot klinken brengt, de uitvoerend musicus. Deze zal altijd een interpretatie geven van het oorspronkelijk door de componist ‘innerlijk’ gehoorde werk. Naarmate het tijdsverschil tussen het moment van componeren en uitvoeren groter is, zal er een grotere kans bestaan op problemen met betrekking tot de uitvoeringspraktijk. Studie naar het oorspronkelijke instrumentarium en geluidsideaal alsmede culturele en maatschappelijke omstandigheden kan daarbij verhelderend werken. In de westerse muziekpraktijk speelt de muziekwetenschap daarbij een belangrijke rol.

1. Mythologie

Over de oorsprong van de muziek zijn slechts mythologische beelden overgeleverd. Opmerkelijk is daarbij, dat hierin telkens sprake is van een ‘uitvinden’ van de muziek door een bepaalde goddelijke of andere mythologische persoon. Zo wordt in de bijbel Jubal ‘de stamvader van allen die op de lier en de fluit spelen’ genoemd; in de Griekse mythologie komen voor de goden Apollo en Dionysus, voorts de muzen, Pan, Orpheus, Amphion en tal van anderen. Een indringend beeld levert echter de Indische sagenwereld, waarin het moment van de schepping zelf, het ontstaan van hemel en aarde, mensen en goden, samengetrokken is in de zgn. oerschreeuw. Naarmate de mens zich verder van de natuur verwijdert, verliest de muziek zijn oorspronkelijke, cultische functie meer en meer, om daarentegen als zelfstandig cultuurbestanddeel aan betekenis te winnen.

2. Geschiedenis van de westerse muziek

Deze ontwikkeling laat zich het duidelijkst aflezen in de geschiedenis van de muziek in West-Europa. Deze geeft het beeld te zien van een voortdurende differentiëring, welke uiteindelijk geleid heeft tot de veelheid van typen muziek die tegenwoordig naast elkaar bestaan en waarvoor nauwelijks nog gemeenschappelijke criteria kunnen worden gevonden. Reeds de klassieke oudheid maakte een streng onderscheid tussen de ‘theoretische’ en de ‘praktische’ muziek, dwz. enerzijds de muziekleer (muziektheorie), anderzijds de muziekbeoefening, welke een daarvan geheel onafhankelijk bestaan leidde. Dezelfde scheiding bleef ook gedurende de middeleeuwen gehandhaafd naast de door Boëthius overgeleverde driedeling in musica mundana (de harmonie van de sferen), musica humana (de harmonie van lichaam en geest) en musica instrumentalis (de klinkende muziek, zowel vocaal als instrumentaal). In deze laatste sector werd uitsluitend de musica sacra, dwz. de kerkmuziek, onderverdeeld in musica plana (eenstemmige muziek, zie Gregoriaanse muziek) en musica mensurabilis (meerstemmige muziek, zie polyfonie) officieel erkend. De muziek van de reizende speellieden, blijft in de muziektraktaten buiten beschouwing en wordt slechts aangeduid als musica secularis of musica subalterna. Het primaat van de kerkmuziek werd in de renaissance doorbroken, toen onder invloed van het humanisme de wereldlijke kunstmuziek als een apart genre tot ontwikkeling kwam. Deze scheiding tussen kerkelijke en wereldlijke muziek hield o.a. in het op de voorgrond treden van zuiver instrumentale muziek. Hoewel deze voor het eerst in het kader van kerkconcerten (San Marco, Venetië) werd beoefend, moet toch vastgesteld worden dat in de 17de eeuw de technieken van de instrumentale muziek een aanzienlijke bijdrage hebben geleverd tot de verwereldlijking van de kerkelijk-vocale muziek. Er ontstonden geheel nieuwe genres, die een hoogtepunt bereikten in het symfonisch oeuvre van de Weense klassieken (Haydn, Mozart, Beethoven).

In wezen is met de tegenstelling tussen kerkelijke en wereldlijke muziek de kiem gelegd voor het conflict tussen oude en nieuwe muziek, traditie en avant-garde, twee begrippen die in de loop der tijden steeds scherper tegenover elkaar zijn komen te staan. Dit conflict heeft zich m.n. sedert de Franse Revolutie in versneld tempo toegespitst. Als gevolg van de gewijzigde maatschappelijke verhoudingen in de 19de eeuw ontwikkelde de componist zich tot een vrij scheppend kunstenaar, niet noodzakelijk gebonden aan de eisen van bepaalde opdrachtgevers. Onder de kunsten wordt de muziek uitverkoren als de vertolkster bij uitstek van de meest individuele emoties. Het begrip programmamuziek deed zijn intrede als tegenhanger van de absolute muziek, waaraan geen bepaalde buitenmuzikale idee ten grondslag ligt. In beide echter viert de persoonlijke stijl hoogtij, wat op den duur een verwijdering tussen de componist en een deel van zijn publiek tot gevolg zou hebben. De stilistische verscheidenheid waardoor de late 19de eeuw gekenmerkt wordt, is in de 20ste eeuw uitgegroeid tot een volstrekte divergentie van stijlen. In de zgn. kunstmuziek treft men naast pogingen het traditionele componeren voort te zetten, nieuwe richtingen aan, die leidden tot atonaliteit, de twaalftoontechniek, seriële muziek, maar ook neoclassicisme. Een geheel nieuw genre deed zijn intrede met de elektronische muziek.

Buiten de kunstmuziek zijn verder de amusementsmuziek (voortgekomen uit de 19de-eeuwse salonmuziek), de en de popmuziek ontstaan. De volksmuziek maakte een geheel eigen ontwikkeling door.

Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2008 Microsoft/Het Spectrum