![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Pagina 2 van 2
Mozart, Wolfgang AmadeusEncyclopedieartikel
Artikeloverzicht
Op 1 mei 1786 ging Le nozze di Figaro (KV 492) in première; begin 1787 reisde de componist op uitnodiging van een groep bewonderaars naar Praag om daar zijn Figaro en de (sedertdien als ‘Praagse’ bekendstaande) Symfonie in D (KV 504) te dirigeren. In de herfst reisde hij opnieuw naar Praag om er de première (20 okt. 1787) van de speciaal voor deze stad geschreven opera Don Giovanni (KV 527) te leiden. Op 7 dec. 1787 werd Mozart door keizer Jozef II tot ‘Kammerkompositeur’ benoemd; in deze functie schreef hij o.m. een groot aantal menuetten, Duitse dansen en contradansen voor de hofbals, alsmede de opera Così fan tutte (KV 588; première 26 jan. 1790). Intussen was Mozart ten gevolge van de tanende belangstelling van het publiek en van de vele ziekten van zijn vrouw herhaaldelijk genoodzaakt geld te lenen, wat blijkt uit zijn brieven aan Michael Puchberg, evenals hij vrijmetselaar. Nog driemaal ging hij op reis: in 1789, in gezelschap van prins Lichnowsky, naar Berlijn, hetgeen de opdracht tot de Pruisische kwartetten (KV 575, 589 en 590) opleverde; in 1790 naar Frankfurt a.M., waar Leopold II tot keizer gekroond werd en Mozart op 15 okt. een concert gaf; en in 1791 weer naar Praag, waar ter gelegenheid van de kroning van Leopold II tot koning van Bohemen de opera seria La clemenza di Tito (KV 621) opgevoerd werd (6 sept.). Mozart onderbrak voor deze opera zijn arbeid aan Die Zauberflöte (KV 620; tekst van E. Schikaneder), die op 30 sept. 1791 in Wenen in première ging. Enkele maanden tevoren, op 9 mei, was hij tot plaatsvervangend, onbezoldigd kapelmeester van de St. Stephan in Wenen benoemd. In de zomer ontving hij van graaf Walsegg zu Stuppach opdracht tot het componeren van een Requiem (KV 626), dat hij echter niet meer kon voltooien. Uit Mozarts huwelijk met Konstanze Weber werden zes kinderen geboren, van wie er vier binnen het eerste levensjaar stierven. In leven bleven: Carl Thomas (1784–1858), die ambtenaar werd, en Frans Xaver Wolfgang (1791–1844), die als pianist, componist en koordirigent bekendheid genoot en zijn composities onder de naam W.A. Mozart Sohn liet verschijnen. Konstanze (geb. 1762) hertrouwde in 1809 met Georg Nikolaus Nissen (1761–1826) en overleed in 1842.
Mozart wordt algemeen beschouwd als het grootste fenomeen tot nu tot op het gebied van de scheppende toonkunst. Zijn creatieve begaafdheid openbaarde zich reeds op vijfjarige leeftijd. Hij bespeelde vier instrumenten: piano, orgel, viool en altviool. In historisch perspectief bezien blijkt Mozart een figuur met talrijke facetten te zijn. In zijn hoofdzakelijk in Salzburg geschreven kerkmuziek zijn nog vele barokelementen te vinden. In de jaren zeventig werd hij door de geest van de ‘Sturm und Drang‘ geraakt en componeerde hij werken die duidelijke voorboden van de romantiek zijn. Op sommige gebieden verwerkte hij op persoonlijke wijze wat door anderen gevonden was; zo was Joseph Haydn zijn grote voorbeeld op het terrein van het strijkkwartet, waarin Haydn voor het eerst de ‘thematische dialectiek’ voor vier zelfstandige en gelijkwaardige instrumenten gerealiseerd had. Grondlegger was Mozart op het gebied van het pianoconcert. De wijze waarop hij – te beginnen met het concert in Bes (1784, KV 450) – tegenover het solo-instrument een rijk bezet orkest plaatste, waarin de blaasinstrumenten een zelfstandige dialoog met de piano voeren, was volkomen nieuw; zijn concerten zijn het voorbeeld voor alle latere componisten gebleven. In zijn Italiaanse opera's (m.n. de opere buffe Le nozze di Figaro, Don Giovanni en Così fan tutte) bereikte hij de synthese tussen tendensen uit de Napolitaanse opera, de Italiaanse opera buffa, de opéra-comique en zelfs uit de tragédie-lyrique en hij stelde hierdoor alles in de schaduw wat tot dan op dit gebied gecomponeerd was. In Die Zauberflöte legde hij tevens de grondslag voor de ontwikkeling van de Duitse romantische opera. Slechts zelden doorbrak hij de traditionele vormen; zijn natuurlijk gevoel voor harmonie en evenwicht verzette zich hiertegen. Wel verbond hij vaak bepaalde bestaande principes tot een nieuw geheel, zoals de sonate- en de rondovorm in zijn latere kamermuziekwerken, en de homofone en de polyfone schrijfwijze in het strijkkwartet in G (KV 387) en de symfonie in C (KV 551). Mozarts leven valt voor het grootste deel in de tijd van het ‘ancien régime’, maar hij zal niet ongevoelig geweest zijn voor verschijnselen die de nadering van een nieuwe tijd, van een ingrijpende verandering van de maatschappelijke verhoudingen aankondigden. Van huis uit gelovig rooms-katholiek, was hij evenzeer aangeraakt door de ideeën van de Verlichting. Dit zal er mede toe geleid hebben dat hij zich in 1784 bij de vrijmetselarij aansloot. Voor zijn verdere ontwikkelingsgang als componist was dit van groot belang (men denke aan o.a. de Maurerische Trauermusik, 1785; KV 477); het hoogtepunt van deze ontwikkeling vormt de opera Die Zauberflöte, waarin maçonnieke ideeën een grote rol spelen. De evenwichtige vormgeving en de melodische rijkdom van zijn werken en het schijnbare gemak waarmee zij werden geschreven (Mozart componeerde ruim 600 werken in ca. 30 jaar), hebben lange tijd verhinderd dat de hoorder zich voldoende bewust was van de muzikale diepgang van zijn werk. Het is vooral aan onderzoekers als Hermann Abert en Georges de Saint-Foix te danken dat ook de donkere en tragische kanten van zijn wezen thans beter onderkend worden.
Van Mozarts werken verschenen tijdens zijn leven slechts weinige in druk. Deze werden voorzien van opusnummers, die echter geen leidraad voor chronologie of catalogisering vormen. Op 9 febr. 1784 begon hij – zich klaarblijkelijk bewust van zijn betekenis als componist – zelf met het catalogiseren van zijn composities. Daardoor is het mogelijk de chronologie van zijn werken, gecomponeerd vanaf die datum, vast te stellen; op 15 nov. 1791 noteerde hij voor het laatst een compositie in dit ‘Verzeichnis’. Aan Ludwig Ritter von Köchel is de samenstelling van een chronologisch-thematische catalogus van Mozarts werken te danken (1862, 81983). Naar deze catalogus verwijst de achter de titels van Mozarts werken gebruikelijke afkorting KV met een nummer. In de catalogus is bovendien een overzicht opgenomen, ingedeeld naar genres (kerkmuziek, opera's, symfonieën, concerten, enz.), waardoor het mogelijk is ook werken waarvan men het ‘Köchelnummer’ niet kent, terug te vinden. Bij ieder werk worden, behalve de eerste maten van elk onderdeel, gegevens over ontstaan, opdracht, handschrift, eerste uitvoering, afschriften, uitgaven en literatuur vermeld. Mozarts geboortehuis in Salzburg is thans Mozartmuseum. Eveneens in Salzburg is het Mozarteum gevestigd. In Augsburg is een Mozartgedenkstätte, in Wenen een Mozart-Erinnerungsraum (beide museum). WERK (excl. De hierboven genoemde en excl. geschetste en onvolledig overgeleverde werken): Instrumentaal: 46 symf. (daaronder in A, KV 201; Bes, KV 319; Haffnersymfonie, KV 385; Linzer symfonie, KV 425; Praagse symfonie, KV 504; drie grote symfonieën uit 1788, KV 543, 550 en 551); 20 divertimenti, serenades e.d. (daaronder Haffnerserenade, KV 250; Posthoornserenade, KV 320; Eine kleine Nachtmusik, KV 525); 13 marsen (de meeste hiervan horen eigenlijk bij serenades); 41 dansen en reeksen van dansen (menuetten, Duitse dansen, Ländler, contradansen); 20 wrk. v. versch. ensembles van blaasinstrumenten (1 hiervan v. 12 blaasinstr. en contrabas); 5 wrk. v. strijkork. (3 hiervan ook uitvoerbaar door strijkkwartet); 6 strijkkwintetten; 1 kwintet v. hoorn en strijkinstr.; 1 kwintet v. klarinet en strijkinstr.; 23 strijkkwartetten; 4 kwartetten v. fluit en strijkinstr., 1 kwartet v. hobo en strijkinstr.; 1 divertimento v. viool, altviool en violoncel; 1 trio v. 2 violen en violoncel; 2 duo's v. viool en altviool; 1 sonate v. fagot en violoncel; 1 kwintet v. piano en 4 blaasinstr.; 2 pianokwartetten; 6 pianotrio's; 1 trio v. piano, klarinet en altviool: Adagio en rondo v. glasharmonica, fluit, hobo, altviool en violoncel; 32 sonates v. piano en viool (6 hiervan worden tot de trio's gerekend, daar in de oudste uitg. een violoncelpartij aanwezig is); 2 thema's met var. v. piano en viool; 1 sonate en 1 fuga v. 2 piano's; 5 sonates en 1 thema met var. v. piano vier handen; 18 sonates, 15 thema's met var., 70 fantasieën, rondo's, menuetten e.a. kleine stukken v. piano; 1 adagio voor glasharmonica; 2 fantasieën en 1 andante v. ‘Orgelwalze’ (mechanisch instr.); 27 conc. v. piano en ork.; 2 rondo's v. piano en ork.; 1 conc. v. 2 piano's en ork.; 1 conc. v. 3 piano's en ork.; 5 (of 6) conc. v. viool en ork.; 2 rondo's en 1 adagio v. viool en ork.; 1 conc. v. 2 violen en ork.; 1 concertante symf. v. viool en altviool met ork.; 2 conc. en 1 andante v. fluit en ork.; 1 hobo-, 1 klarinet-, 1 fagotconc., 4 hoornconc.; 1 conc. v. fluit en harp met ork.; 1 concertante symf. v. 4 blaasinstr. met ork.; 17 sonates v. orgel en ork. – Dramatisch: 16 opera's (3 andere opera's bleven onvoltooid); 1 ‘Komödie mit Musik’ (Der Schauspieldirektor, KV 486); toneelmuz. v. Thamos, König in Ägypten (KV 345); muz. v. het ballet Les petits riens; balletmuz. voor Idomeneo. – Andere vocaal-instrumentale wrk.: 52 aria's, 2 duetten, 8 terzetten en 1 kwartet met instr. begeleiding; 17 missen, waaronder de Krönungsmesse in C, KV 317 (1779) en de onvoltooide Mis in c, KV 427 (1782–1783); 1 Requiem (onvoltooid); 32 kerkelijke wrk. (o.a. litanieën, vespers, Kyrie, Regina coeli); 30 liederen; 2 liederen met koor; 39 canons. Voorts: cadensen v. conc. en aria's, ook van anderen; bewerkingen, w.o. 7 pianoconc. naar sonates van tijdgenoten; 5 fuga's van J.S. Bach, bewerkt v. strijkkwartet; 4 koorwrk. van G.F. Händel, in opdracht van baron van Swieten opnieuw geïnstrumenteerd. UITG: W.A. Mozarts Werke, Krit. Gesamtausg. (1867–1905); W.A. Mozart. Neue Ausg. sämtl. Werke, in Verbindung mit den Mozart-Städten Augsburg, Salzburg und Wien, d. Internat. Stiftung Mozarteum, Salzburg (1955 vv.; 10 series van 35 werkgroepen); Mozart. Briefe und Aufzeichnungen, d. W.A. Bauer en O.E. Deutsch (4 dln., 1962–1963; in 2 dln., m. comm. v. J.H. Eibl, 1971; register 1975); Mozart-Briefe, d. W. Hildesheimer (1975; keuze); Mozart in zijn brieven, d. L. Bunge (1977; keuze en comm).
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
||||||||||||||||||||||||||
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |