![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Maderna, BrunoEncyclopedieartikel
Maderna, Bruno (Venetië 21 april 1920 – Darmstadt 13 nov. 1973), Italiaans componist en dirigent, studeerde tot 1940 aan het conservatorium te Rome viool, piano en (bij A. Bustini) compositie. Later ontving hij directielessen van A. de Guarnieri en H. Scherchen, en aanvullende compositielessen van G.F. Malipiero. Van 1947 tot 1951 doceerde hij aan het conservatorium in Venetië. In 1951 bezocht hij voor de eerste maal de Darmstädter Ferienkurse, waar hij vanaf 1954 regelmatig als leraar zou optreden. In 1955 richtte hij samen met L. Berio de Studio di Fonologia della Rai (studio voor elektronische muziek van de radio te Milaan) op. Met Berio leidde Maderna tevens de Incontri Musicali (1956–1961), een concertserie gewijd aan moderne muziek. Vanaf 1961 dirigeerde hij het Internationales Kammerensemble Darmstadt; daarnaast trad hij als dirigent veelvuldig op in de belangrijkste muziekcentra. Zijn repertoire was buitengewoon veelzijdig en reikte van de Notre-Dame-school tot de modernste composities. Vooral voor het Nederlandse muziekleven heeft hij een niet te onderschatten betekenis gekregen. Hij heeft een stimulerende invloed gehad op de programmatische vernieuwingen van m.n. het Residentie Orkest en Het (Koninklijk) Concertgebouworkest. Als componist was Maderna een van de voornaamste vertegenwoordigers van de Italiaanse avant-garde. Zijn oeuvre laat een ontwikkeling zien die begint met een aan Arnold Schönberg verwant expressionisme (concert voor 2 piano's, 1948), en via een periode van strenge serialiteit (strijkkwartet, 1955) uitmondt in een meer muzikanteske stijl op basis van seriële en aleatorische beginselen (eerste hoboconcert, 1962; zie seriële muziek en aleatoriek). Het is met name die lichte toets in zijn latere werk, waarmee Maderna zich binnen een van streng-seriële uitgangspunten vervulde generatie componisten wist te onderscheiden. WERK: (behalve de genoemde): Instrumentaal: Serenata I (1946; 2de versie 1954; v. 11 instr.); Introduzione e passacaglia (1947; v. ork.); Conc. v. 2 piano's en kamerork. (1948); Composizione II (1950; v. kamerork.); Composizione in tre tempi (1951; v. ork.); Improvvisazione I (1951), II (1952; v. ork.); Musica su due dimensioni (1952; v. fluit, slagwerk en geluidsband); Strijkkwartet (1955); Serenata II (1957; v. 13 instr.); Divertimento (1959; m. Berio); Pianoconc. (1959); 2de hoboconcert (1967); Vioolconcert (1968); Quadrivium (1969; v. ork. en vier slagwerkers); Grande Aulodia (1969–1970; v. fluit, hobo en ork.); Julliardserenade (1971; v. 19 instr. en geluidsband); Aura (1971; v. ork.); 3de hoboconcert (1973); wrk. v. piano. –Vocaal: Studi per Il processo di Fr. Kafka (1950; v. spreekstem, sopraan en ork.); Quattro letteri (1953; v. sopraan, bas en ork.); Hyperion (1964; opera n. Hölderlin); Von A bis Z (1969; opera, H. Dicks n. Rebecca Rass); Satyricon (1973; n. Petronius). – Elektronisch: Notturno (1955); Syntaxis (1956); Continuo (1957); Dimensioni II (1960).
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |