Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Pagina 2 van 2
Luther, MaartenEncyclopedieartikel
Artikeloverzicht
Introductie; 1. Jeugd, studie en priesterwijding; 2. Stellingen tegen de aflaat; 3. Theologie; 4. Veroordeling; 5. Boerenopstand; 6. Verdere theologische ontwikkeling; 7. Invloed op liturgie en kerkmuziek
In 1518 volgden een verhoor voor kardinaal Cajetanus en een openbaar dispuut met de dominicaan Eck, en pas in 1520 kwam het na een verzoeningspoging, waar Luther in zoverre op inging dat hij een eerbiedige brief aan de paus richtte zonder echter iets van zijn visie als zodanig af te doen, tot een definitieve breuk. De dreigbul Exsurge Domine (15 juni 1520) waarschuwde hem dat de ban onafwendbaar was. De keurvorst bleef hem echter beschermen. In 1520 ook verschenen de drie zeer belangrijke geschriften: An den christlichen Adel; De captivitate Babylonica ecclesiae (= Van de Babylonische gevangenschap der kerk) en Von der Freiheit eines Christenmenschen. In 1521 verscheen Luther voor de Rijksdag te Worms en verklaarde voor de keizer en de vorsten dat hij zijn principiële geschriften niet kon herroepen, omdat zij op de bijbel gegrond waren. Ook de rijksban werd nu over hem uitgesproken, waarna vrienden hem verborgen op de Wartburg. Hij hield het daar een jaar uit, vertaalde er het Nieuwe Testament in het Duits, maar ging naar Wittenberg terug, toen daar de chaos dreigde.
Het moeilijkste jaar werd 1525. De Reformatie had de gehele feodale samenleving aan het wankelen gebracht. Een van degenen die wat dat betreft ver gaande consequenties trokken, was Thomas Münzer. Toen de boeren in opstand kwamen, ried Luther de doodsbange vorsten, die hij eerder fel op hun plichten tegenover hun onderdanen gewezen had, aan, deze opstand krachtig te onderdrukken. Hij erkende de noodzaak van sociale hervormingen, maar hij die aan Vaticaan en clerus het recht ontzegd had tot wereldlijke en politieke machtsuitoefening, kon evenmin aan zijn aanhangers geweldpleging en machtsvorming in naam van het evangelie toestaan. De slachtoffers van de winnende heersers konden in deze keuze weinig anders zien dan een keuze vóór de machthebbers en daarmee verloor Luther een groot deel van zijn populariteit als volksheld. Temidden van al deze ellende trok hij de consequenties uit zijn inzicht in de heiligheid van het gewone menselijke leven inclusief het huwelijk, legde zijn monnikspij af en huwde de uit het klooster Nimbschen ontvluchte non Katharina von Bora.
Zijn theologische werkzaamheid bereikte intussen een hoogtepunt in het dispuut met Erasmus over de vrijheid van de wil (De servo arbitrio, 1525). Luther hield tegenover Erasmus, die uitging van de menselijke vrijheid, vast aan de vrijheid van Gods genade: God werkt ons heil, wij voegen daar niets aan toe, daardoor is ons heil geen dubieuze zaak, maar een kwestie van vertrouwen, van geloof in Christus. Zijn overwinning op zonde en dood betekent dat de weg vrij is voor een herboren mens-zijn, een uit genade geschonken gerechtigheid waardoor de mens ondanks zijn schuld toch in Gods ogen rechtvaardig wordt geacht. In toenemende mate had Luther te maken met meningsverschillen in de jonge reformatorische beweging. De ‘geestdrijvers’ die ook de bijbel niet als laatste openbaring wilden laten gelden, beschuldigden hem ervan niet ver genoeg te gaan. Van geheel andere aard was het dispuut met Zwingli, zijn partner in het om politieke redenen op touw gezette Avondmaalsgesprek in Marburg in 1529. Zwingli zag de viering van het Avondmaal als een zinnebeeldige handeling. Luther zag het in het verlengde van Gods werk in Christus, in Wie Hij zich verhuld zo diep in de aardse werkelijkheid begeven heeft.
Temidden van alle politieke verwikkelingen en ondanks wereldwijde contacten bleef Luther de universiteit trouw. Daarnaast was hij de praktische theoloog, die in de stadskerk predikte en liturgie en kerkzang vernieuwde. Hij bewerkte bestaande kerk- en volksmelodieën, maar schiep ook eigen melodieën, zoals Ein Feste Burg, en werd daarmee de grondlegger van de evangelische kerkmuziek. Naast een Duitse mis (1526) en een nieuwe hymnologie in de volkstaal, ontwierp hij het koraal dat een geweldige invloed zou uitoefenen op de Duitse muziek. In zijn muzikale arbeid werd hij bijgestaan door de musicus Joh. Walter. Typerend is in dit verband Luthers uitspraak dat na de theologie niets zo belangrijk is voor de innerlijke bevrijding van de mens als de muziek. De laatste jaren voor zijn dood werden bemoeilijkt door ziekte en teleurstellingen. Uit die tijd stammen naast werken die getuigen van grote innerlijke diepgang, ongebroken geestkracht en humor ook vele verbitterde uitlatingen, zo over de joden, van wie hij verwacht had dat zij het evangelie, nu het gezuiverd te horen was, zouden aanvaarden. Hij was zich – en dat is geheel in overeenstemming met het hart van zijn theologie – zijn tekortkomingen maar al te goed bewust; zijn laatstopgeschreven woorden zijn: ‘wij zijn bedelaars, dat is waar’. Zie verder lutheranisme, Lutherse kerken en protestantisme. UITG: Standaardeditie: ‘Weimarer Ausgabe’ d. J.C.F. Knaake e.a. (1882 vv.); Luthers Werke in Auswahl, d. O. Clemen e.a. (8 dln., 31962–1967); Luther deutsch, d. K. Aland (10 dln., 1959–1974); Calwer Luther Ausgabe, d. W. Metzger (12 dln.); Leben und Werk M. Luthers von 1526 bis 1546, d. H. Junghans (2 dln., 1983); Der Grosse und der Kleine Katechismus, d. K. Aland en H. Kunst (1985).
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
||||||||||||||||||||||||||||||
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |