Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar Lully, Jean-Baptiste

Resultaten van Windows Live® Search

  • Jean Baptiste Lully

    Jean Baptiste Lully ... Jean-Baptiste Lully eigenlijk Giovanni Battista Lulli geboren 28.11.1632 in Firenze , gestorven 22.3.1687 in Parijs

  • Jean-Baptiste Lully - Wikipedia

    Jean-Baptiste Lully , oorspronkelijke naam: Giovanni Battista Lulli (omgeving Florence , 28 november 1632 – Parijs , 22 maart 1687 ) was een in Italië geboren barokke componist ...

  • LULLY, Jean-Baptiste [Lulli, Giovanni Battista]

    (BBK) Leben und Werk des französischen Barock-Komponisten nebst Verzeichnis der Notenausgaben und Literatur.

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search

Lully, Jean-Baptiste

Encyclopedieartikel

Lully, Jean-Baptiste, eigenlijk: Giovanni Battista Lulli (Florence of omgeving 28 nov. 1632 – Parijs 22 maart 1687), Frans componist van Italiaanse afkomst, was de schepper van de nationale Franse opera. Hij ontwikkelde dit genre vanuit het ballet (nog grotendeels in Italiaanse stijl), via de pastorale en het comédie-ballet, tot de tragédie en musique of tragédie-lyrique (vanaf 1673). Deze laatste vorm van muziektheater werd door de combinatie van vele elementen als recitatieven, aria's, kleine ensembles, koren, balletten, instrumentale fragmenten (vaak ter begeleiding) en grootse effecten via decors en kostuums tot een veelomvattend en baanbrekend compositorisch genre.

Lully ging op 14-jarige leeftijd naar Frankrijk, waar hij als garçon de la chambre in dienst trad bij de prinses van Montpensier. Weldra werd hij aan het prinselijk hof als violist bij de huiskapel aangesteld, waar de zanger en componist M. Lambert in praktijk zijn leraar werd. In 1653 werd hij door de koning benoemd tot Compositeur de la Musique Instrumentale. Zijn eerste composities in die functie waren divertissementen in Italiaanse stijl. Zijn eerste grote succes als componist was het Ballet des bienvenues (1655), waaraan hijzelf als acteur meewerkte. Rond die tijd werd hij leider van het toen opgerichte elite-orkest ‘Les petits violons’, dat na korte tijd de roem van het grotere ensemble overschaduwde. De praal van het hofleven bracht mee dat hij tussen 1655 en 1658 vnl. uitgebreide balletten en divertissementen componeerde; in 1662 werd hij benoemd tot Maître de la Musique de la Famille Royale. Van 1663 tot 1673 werkte Lully nauw samen met Molière, met name in een aantal comédies-ballet, die zijn tweede scheppingsperiode beheersen. Hij had echter een concurrent in de met koninklijk privilege opgerichte Académie d’opéras van Perrin, waar werken van Cambert veel succes hadden. Toen Perrin in moeilijkheden geraakte, kocht Lully zijn privilege. In 1672 kreeg hij het privilege tot het oprichten van een Académie Royale de Musique. Dit hield ook in dat hij opvoeringen van muziekdramatisch werk in andere theaters moest goedkeuren, waardoor hij een monopoliepositie kreeg. In 1673, het jaar van Molières overlijden, begon de derde, laatste en belangrijkste fase in Lully's oeuvre, die van de tragédie lyrique. Zijn librettist werd Philippe Quinault. Bepaald door het samengaan van Italiaans-muzikale invloeden, het hoge niveau van de Franse dichtkunst en de geest aan het hof van Lodewijk XIV, kreeg deze vorm van opera een eigen karakter en werd van grote invloed op het genre elders (o.a. Henry Purcell en Händel). Ook zijn composities in andere genres waren van belang voor de ontwikkeling van de West-Europese muziek. Vooral de orkestmuziek kwam door Lully als componist, instrumentalist en dirigent tot grote bloei, bijv. in de vorm van de orkestsuites die bestonden uit een ouverture en een reeks dansen. Lully's drie zoons, Louis (1664–1734), Jean-Baptiste jr. (1655-1743) en Jean-Louis (1667–1688), waren ook musicus en componist.

WERK: Orkest: dansen; airs; suites; ouvertures; chaconnes. – Balletten: La nuit (1653); Les plaisirs (1655); Alcidiane (1658); La raillerie (1659); L’impatience (1661); Les saisons (1661); Les arts (1663); Les noces de village (1663); La naissance de Vénus (1665); Les gardes (1665); Ballet de Créquy ou Le triomphe de Bacchus dans les Indes (1666); Les muses (1666); Flore (1669); La jeunesse (1669); Les deux pythiens (1670); Le triomphe de l'amour (1681); Le temple de paix (1685). – Comédies-ballet: Le mariage forcé (1664); L’amour médecin (1665); Monsieur de Pourceaugnac (1669); Le bourgeois gentilhomme (1670); Psyché (1671). – Tragédies lyriques: Cadmus et Hermione (1673); Alceste (1674); Thésée (1675); Atys (1676); Isis (1677); Psyché (1678); Bellérophon (1679); Proserpine (1680); Persée (1682); Phaéton (1683); Amadis (1684); Roland (1685); Armide (1686). – Voorts: kamer-, toneel-, kerk- en koormuziek.

Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2008 Microsoft/Het Spectrum