Zie ook:
Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar luit

Resultaten van Windows Live® Search

  • LUIT Consultancy

    Over media publicatie processen ... Skoeps bestaat niet meer. Ruim anderhalf jaar worstelde de on-line user-generated ‘news-site’ met zowel geld, imago als content.

  • Over at LUIT Consultancy

    Over media publicatie processen ... Over LUIT Consultancy. LUIT Consultancy geeft wel inhoudelijke adviezen die door middel van proces- en workflow analyses inzicht geven in ...

  • De luit

    De luit heeft zich hoofdzakelijk ontwikkeld uit de Arabische Al Ud, die op haar beurt van Perzische oorsprong was. De luit kwam het eerst voor in Zuid-Italië en Spanje en

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search

luit

Encyclopedieartikel
Multimedia
OedOed
Artikeloverzicht

Introductie

luit (Ital.: liuto; Fr.: luth; Duits: Laute; Eng.: lute; Sp.: laúd; v. Arab. al-oed = oorspr.: het hout), snaarinstrument met meestal een bolvormig (soms een vlak) achterblad, samengesteld uit spanen, soms met tussenliggende biezen van ivoor, ebbenhout of ander materiaal. De klankkast is amandelvormig. Aan de kam op het bovenblad zijn de snaren bevestigd. Daaronder bevindt zich het klankgat in de vorm van een (in de bloeitijd [15de–17de eeuw] vaak kunstig gesneden) rozet. De vrij korte en brede hals loopt uit in een naar achter gebogen 'kraag' of schroefhouder, waarin de flankschroeven zijn aangebracht. De frets of toonrichels waren aanvankelijk van darmsnaar, later van hout of metaal. Met de linkerhand wordt de toets bespeeld, met de rechterhand worden de snaren getokkeld.

1. Geschiedenis

Luitachtige instrumenten kwamen reeds in de 2de eeuw v.C. in verschillende culturen voor. De Europese luit was een van de populairste instrumenten op het eind van de middeleeuwen en tijdens de renaissance. De Arabische oed (zie Arabische muziek) wordt als een van de voorlopers van deze luit aangemerkt. De Moren hebben de luit naar Spanje en Sicilië gebracht en omstreeks de 10de eeuw kwam het instrument ook elders in Europa voor, in verschillende vormen. In de 14de eeuw kreeg de luitvorm meer eenheid. Oorspronkelijk had de luit vier snaren; ca. 1350 werd iedere snaar verdubbeld (dubbelkorig) voor de klankversterking. Daaraan werd één enkele snaar toegevoegd (chanterelle), hoofdzakelijk melodievoerend. Een dubbele bassnaar werd naderhand (ca. 1588) nog toegevoegd. De stemmingen varieerden nogal. De veel voorkomende stemming (G)–c–f–a–d1–g1 leende zich uitstekend voor akkoordspel.

De rol van de luit in het 16de-eeuwse muziekleven was zeer belangrijk, niet alleen voor vnl. homofone liedbegeleiding, maar ook door speciale polyfone luitmuziek (suites, dansen e.d.). In de 17de eeuw werd de luit door de toetsinstrumenten verdrongen.

De notatie ging vaak uit van het aangeven van de grepen op lijnen die correspondeerden met de snaren. Deze luittabulaturen werden reeds in de 16de eeuw in Italië gedrukt en nagevolgd in Duitsland, Frankrijk en Engeland. In de 16de eeuw werd het instrument in familie gebouwd (altluit en basluiten, zie Theorbe).

Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2008 Microsoft/Het Spectrum