![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Pagina 2 van 4
Artikeloverzicht
Introductie; 1. Bevolking; 2. Bestuur; 3. Functies; 4. Verkeer en vervoer; 5. Stadsbeeld; 6. Geschiedenis
Het havengebied staat tussen de sluis bij Teddington en de monding onder beheer van de in 1908 opgerichte Port of London Authority. De oude kern van de haven, de Pool of London, ligt tussen London Bridge en Tower Bridge. De betekenis van de haven, eens de grootste ter wereld en sinds de 10de eeuw de belangrijkste van het land, is na de Tweede Wereldoorlog en vooral in de jaren zestig en zeventig ten gevolge van de sterker wordende concurrentie, de veroudering van de accommodaties en de steeds groeiende sociale onrust sterk in betekenis achteruitgegaan. Sinds 1968 zijn de meeste van de in de 19de eeuw aangelegde dokken (w.o. London and St. Katherine's Dock, Surrey Commercial Dock, West India en Millwall Docks) gesloten. Delen van het havengebied werden in de laatste decennia ontmanteld en tot moderne woon- en werkcentra omgevormd. Om het moderne container- en passagiersverkeer te kunnen verwerken, zijn stroomafwaarts, bij Tilbury, moderne havenaccommodaties aangelegd; nog verder stroomafwaarts liggen de oliehavens (Shellhaven, Thameshaven, Canvey Island, Coryton).
De functie als wereldmarkt neemt gestaag af; thans is de haven nog slechts voor enkele goederen (thee, wol, huiden en pelzen en bepaalde metalen) het centrale distributiepunt. De handel in tal van goederen verloopt via goederenbeurzen als de Wool Exchange, Coal Exchange, Metal Exchange en Baltic Exchange (granen). De London Commodity Exchange is de beurs voor goederen die geen eigen beursgebouw hebben. Londen is ook een financieel wereldcentrum (vnl. geconcentreerd in de City). De goudmarkt is de belangrijkste ter wereld en de Stock Exchange (aandelenbeurs) een van de belangrijkste. Alle Britse banken hebben hun hoofdzetel in Londen, rond de Bank of England en Clearing House. Talloze buitenlandse banken hebben er hun filialen gevestigd. Londen is ook de grote internationale verzekeringsmarkt, waarvoor The Corporation of Lloyd's (scheepsverzekering en -registratie) welhaast synoniem is. De Royal Exchange is het centrum van het redersbedrijf, Hatton Garden het centrum van de diamanthandel.
De Londense industrie was destijds zeer veelzijdig; behalve mijnbouw ontbrak alleen de textielindustrie vrijwel. In alle delen van de conurbatie worden industriële bedrijven aangetroffen. De laatste decennia hebben echter een sterke terugval in de industriële activiteiten te zien gegeven. De industrie ten behoeve van de bouw is echter nog steeds van belang. Een uitermate gezonde bedrijfstak vormen de grafische industrie en de uitgeverijen. Voorts farmaceutische producten en elektronica, kledingindustrie en bierbrouwerijen.
Aan onderwijsinstellingen bezit de stad, behalve de University of London (1836) met tal van instituten (o.m. London School of Economics and Political Science, het Courtauld en het Warburg Institute, het Imperial College of Science and Technology, Goldsmiths' College of Art and Design) en de City University (1966), een groot aantal gespecialiseerde hogere opleidingen, zoals het Royal Naval College (1873), de Royal Academy of Music (1822), het Royal College of Art (1837), de Slade School of Fine Art (1871), de Royal Academy of Dramatic Art (1904), de London Business School (1965) en diverse polytechnische instituten. Er is een aantal teaching hospitals, waar medische studenten worden opgeleid; de opleiding tot barrister is geconcentreerd in de Inns of Court. Daarnaast zijn er de Royal Society (1662), de Royal Academy of Arts in London (1768) en de British Academy (1901). Belangrijk wetenschappelijk onderzoek wordt verricht aan de beroemde London Zoo, in 1828 opgericht door de Zoological Society. Er is van oudsher een aantal beroemde bibliotheken, w.o. The British Library (1973) met diverse voorheen zelfstandige instellingen, w.o. het departement van Oriental Manuscripts and Printed Books (o.m. drukwerk uit Japan en China uit de 8ste eeuw), de bibliotheken van de diverse ministeries, de House of Commons Library (1818), de Royal College of Physician's Library (1518; historie van de geneeskunde), de National Archives (met museum waarin o.m. het Domesday Book en de Magna Charta zijn tentoongesteld), het nationale geluidsarchief (1955), het nationale filmarchief en talloze openbare bibliotheken.
Londen telt meer dan 300 musea en ongeveer eenzelfde aantal galeries. De belangrijkste musea op het gebied van de schilderkunst zijn de National Gallery (1824) en de Tate Britain, met vier musea de grootste collectie Britse kunst van 1500 tot heden. Tate Britain is een recente creatie, bestaande uit vier gebouwen nabij het moedergebouw van de Tate-collectie: de Tate Gallery (1897). In het verbouwde Bankside Power Station huist Tate Modern (2000 geopend). Verdere grote kunstmusea zijn de Wallace Collection (1900; tevens collectie meubels, porselein en wapens), de Courtauld Institute Galleries (1958; o.m. collectie Franse impressionisten, tekeningen van Michelangelo en Rubens en moderne Britse kunst), Dulwich Picture Gallery (collectie oude meesters, o.a. Rembrandt en Rubens; pand uit 1814 door Sir John Soane) en de Iveagh Bequest (1927; collectie Britse, Franse, Hollandse en Vlaamse schilderkunst; pand uit de 18de eeuw). In mei 2000 werd de Tate Gallery of Modern Art geopend. Queen's Gallery, in de voormalige kapel van Buckingham Palace, bezit tevens een belangrijke schilderijencollectie (o.a. Holbein), alsmede tekeningen, miniaturen en prenten. De verzameling is begonnen door de Tudors. Queen's Gallery zal uiterlijk in 2002 gehuisvest worden in een daartoe verbouwde vleugel van het paleis. Interessant zijn voorts de National Portrait Gallery (1856) en de Whitechapel Art Gallery (1901; wisselende exposities). In 2000 vestigde het Russische museum Hermitage een dependance in Somerset House. Van de overige musea zijn de belangrijkste het British Museum (1753; in de leeszaal schreef Marx Das Kapital), Natural History Museum met o.a. belangrijke bibliotheek (1881; collecties van C. Linnaeus en Sir J. Banks), het Victoria and Albert Museum (1852; zeer veelzijdige collectie met o.m. meubelen, porselein, glaswerk, islamitische, Chinese en Indiase kunst) met diverse afdelingen door de stad, het Geological Museum (1837), het Imperial War Museum (1917), het National Maritime Museum (1937) met het Queen's House (paleis van Inigo Jones) en het Old Royal Observatory (o.m. planetarium), het National Postal Museum (1966), het etnografisch Horniman Museum (1901) en het Science Museum (1857); Museum of London (stadsgeschiedenis, o.m. gouden koets van de Lord Mayor), National Army Museum (1960; geschiedenis van het Britse leger sinds 1485), Design Museum (grafische kunst en design) en Museum of the Moving Image (filmmuseum). Bekende toeristische attracties zijn voorts het wassenbeeldenmuseum Madame Tussaud's, de London Dungeon en de vele winkelstraten, warenhuizen (Harrod's, 1901; Selfridge's, 1904), markten en fairs, w.o. die van Portobello Road, Camden en Covent Garden.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |